STOP! Werknemers zijn geen gereedschap

24 juni 2010

Zuidoost- Azië: werkneemsters op straat

In het zuidoosten van Azië houden, bedrijfssluitingen en ontslagen net zoals hier lelijk huis. In Azië zijn vooral de vrouwen het slachtoffer. Dat heeft desastreuze gevolgen voor de algemene sociaaleconomische situatie.


Dit artikel maakt deel uit van Globo°30: werknemers zijn geen gereedschap, daar blijven we op hameren!
In juni 2009 ontsloeg de lingeriemultinational Triumph 3.651 arbeiders (voornamelijk vrouwen) in Thailand en de Filippijnen. Schijnbaar motief: de economische crisis. De werknemers die soms al 10 tot 20 jaar voor Triumph werkten, voelden zich bedrogen. Als het bedrijf zo slecht draait, waarom richtten ze dan nog twee nieuwe productie-eenheden op in Thailand? Voor de vakbonden is het duidelijk: Triumph profiteert van de crisis om te delokaliseren naar regio’s waar de vakbond minder sterk aanwezig is.

Tijdens die periode sloten de overheden de ogen. In Thailand kampeerden honderden arbeidsters van Triumph 8 maanden bij het ministerie van Arbeid om gerechtigheid te eisen. Het leverde enkel de belofte op dat ze 250 naaimachines kregen om een eigen zaak te kunnen beginnen. Dat hebben ze dan ook gedaan: ze richtten de coöperatieve TryArm op en maken gelijkaardige lingerie als Triumph. Maar dan voor een fractie van de prijs die de multinational hanteert.

Hoewel de strijd van de Triumpharbeidsters veel aandacht kreeg van verschillende militanten, ngo’s en vakbonden in Europa, werden hun inspanningen in eigen land genegeerd en zelfs afgekeurd. Een oud-werkneemster is verontwaardigd: “De mensen kunnen zich blijkbaar niet voorstellen welke impact die ontslagen hebben op ons leven. Wij waren de enige broodwinners in de familie. De ontslagen treffen niet alleen ons, maar ook alle mensen die wij onderhouden.”

Een kwestie van overleven
De Triumphzaak, controversieel of niet, is jammer genoeg geen alleenstaand geval. Door de economische crisis zag Zuidoost-Azië zijn economische groei van 6,5% in 2007 naar 1,3% in 2009 zakken. De reden is simpel: die landen hangen sterk af van de exportindustrieën ( textiel, elektronica, …) en dus van de vraag van de Westerse landen. Door de crisis nam de vraag af. De impact op de sector was onmiddellijk zichtbaar.

De eerste slachtoffers van de fabriekssluitingen in Azië zijn de vrouwen. Zij vertegenwoordigen de grote meerderheid van de arbeiders in de exportgerichte industrieën. Hoewel ze slecht betaald zijn, sturen ze een groot deel van hun inkomsten naar hun familie op het platteland. Ze sparen dus heel weinig en komen na een ontslag zeer snel in precaire omstandigheden terecht.

Om te overleven en hun families te blijven ondersteunen, hebben de vrouwen geen andere keuze dan hun plan te trekken: zij combineren verschillende kleine jobs (vaak in de informele sector), consumeren veel minder (voedsel, medicijnen,…), delen de huurkosten of keren terug naar hun ouders op het platteland, doen een beroep op hun families, enz. Anderen willen een eigen zaak opstarten, maar kunnen geen krediet krijgen of hebben niet de nodige competenties om de zaak rendabel te maken. In het ergste geval zien vrouwen geen andere mogelijkheid meer dan prostitutie of drugssmokkel.

Slechte strategieën
De meeste overheden in de regio hebben een relancebeleid ontwikkeld om de tewerkstelling en de consumptie te stimuleren. Met een zeker succes. Maar die maatregelen richten zich niet specifiek naar laagopgeleide vrouwen en nog minder naar de informele sector waar de meeste van die vrouwen werken.

Neem nu Singapore: dankzij maatregelen van de overheid is de werkloosheid gedaald van 3,4% naar 2,1% tussen september en december 2009. De nieuwe jobs werden gecreëerd in de dienstensector (55.600) en in de bouw (25.100). In de industriële sector echter werden 43.700 jobs geschrapt. Dat zijn vooral jobs van vrouwen. Welk alternatief is er voor hen?

Oxfam pleit voor de ontwikkeling van een degelijk arbeidsbeleid dat beantwoordt aan de specifieke noden van de laagopgeleide vrouwen: met beurzen voor vorming, wettelijke en financiële steun voor organisaties die met vrouwen werken, akkoorden met banken zodat zij leningen geven aan vrouwen die een eigen zaak willen oprichten.

Vrouwen zouden andere jobs moeten kunnen kiezen dan de precaire beroepen waar ze nu in terecht komen. Daarom moet het onderwijssysteem grondig herzien worden, zodat mannen en vrouwen gelijke kansen krijgen. De arbeidswetgeving moet ook evolueren om de problemen van de vrouwen op te lossen. Vandaag betalen de arbeidsters de prijs voor de crisis. Zullen ze morgen beter beschermd zijn?

Julie Fueyo Fernandez