Waterveiligheid, een speerpunt in de armoedebestrijding

2008 werd door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de Waterzuivering. Volgens de VN hebben meer dan een miljard mensen geen toegang tot drinkbaar water. Niet enkel het watertekort maar ook een politiek deficit staan het recht op drinkwater in de weg.
Meer dan 2,5 miljard mensen kunnen geen beroep doen op een basisdienst zoals waterzuivering. Binnen dertig jaar zullen 5 miljard mensen in die precaire situatie verkeren. Maar de waterproblematiek omhelst niet enkel een tekort aan water.
Water is een basisvoorziening
Veilig en voldoende drinkwater houdt rechtstreeks verband met nog andere basisdiensten zoals gezondheidszorg en onderwijs. Ziekten die verspreid worden door onveilig water doden immers elke dag 4.000 kinderen en in ontwikkelingslanden bezetten de slachtoffers van onveilig water de helft van de ziekenhuisbedden. Naar schatting zouden circa 443 miljoen schooldagen per jaar verloren gaan als gevolg van diarrhee. En de helft van de Afrikaanse meisjes verlaat de school voortijdig omdat er geen fatsoenlijk toilet in hun school aanwezig is.
Terugkijkend op onze Westerse geschiedenis stelde het toonaangevende medisch vakblad British Medical Journal in 2007 “dat waterveiligheid gezorgd heeft voor de grootste medische vooruitgang sinds 1840”. Oxfam International berekende in een recent rapport dat voor elke dollar die uitgegeven wordt aan waterveiligheid 9 dollar terugverdiend wordt in de vorm van verbeterde gezondheidsindices, meer economische productiviteit en beter onderwijs. (1)
Het waterdossier is dus met de jaren niet alleen dringender maar ook complexer geworden. In het verleden was het waterdebat vooral gekenmerkt door een sterke ideologische polarisering over de rol van de privsector en over water als een fundamenteel mensenrecht. In 2008 lijkt een kentering ingetreden naar meer pragmatisme.
Politiek ligt niet wakker van watertekort
Het nieuwe gezegde lijkt te zijn: “Wat werkt is ook juist en “Er bestaat geen blauwdruk” die een oplossing biedt voor alle landen en in alle situaties. De achterliggende gedachte van dit nieuwe perspectief is het besef dat er geen tekort is aan kennis, noch aan toegepaste technologie en zelfs niet aan geld. Het deficit is eerder van politiek aard.
Met politiek wordt meer bedoeld dan alleen maar de conventionele populistische reactie op ”corrupte, incompetente of besluiteloze bestuurselites” die ht grote obstakel zouden vormen voor een doeltreffend waterbeheer.
Het is een historische waarheid dat politieke elites hun zelfbehoud voorrang geven, ook al weten ze dat hun (water)beleid op de middellange termijn tot een nog grotere (water)crisis zal leiden. Dit is een klassieke les uit de menselijke geschiedenis. (2) Maar ze biedt geen voldoende verklaring voor de waterproblematiek.
Een idee dat meer en meer veld wint, is dat bestuurders en consumenten samen deel uitmaken van hetzelfde politieke proces, waarbij beslissingen genomen worden onder grote druk en met grote risico’s.
Bestuurselites zijn geen actoren die van buitenaf op weinig transparante wijze het ganse proces sturen. In veel ontwikkelingslanden, waar de bevolking hard te lijden heeft onder de stijgende voedselprijzen, heeft de regering soms geen andere keuze dan zo snel mogelijk extra watervoorraden aan te boren of de watervoorziening te laten privatiseren.
Zo is het bijvoorbeeld van prioritair belang dat de lokale landbouwsector van meer grondwater voorzien wordt. Wanneer die voorziening niet gebeurt, vormen de politieke en sociale consequenties hiervan een bedreiging voor het regime. Het kan leiden tot hongersnood, een boerenopstand, een stedelijke revolte en interregionale of internationale conflicten over water.
Schade veroorzaakt door afbouw van de democratie
Er is dus een nieuw besef gegroeid dat de huidige watercrisis niet enkel een gevolg kan zijn van falende elites. Het wijst erop dat burgers en consumenten te weinig druk hebben uitgeoefend op diezelfde elites. De mate waarin socio-economische belangengroepen tijdens een oliecrisis op het bestuursproces wegen, blijkt vele malen doortastender en compromislozer te zijn dan wanneer het gaat over een veel belangrijker product dan benzine, namelijk water. (3)
In dezelfde zin wijst de kredietcrisis op de beurzen meer op een politiek deficit dan wel op een financieel deficit. Twee decennia lang hebben de burgers in de Gouden Noordelijke Driehoek tussen New York, Milaan en Japan toegestaan dat de fundamentele regels van gezond economisch beheer door een kleine internationale groep van speculanten (de zgn. “voodoo financiers”) werden weggeveegd. Daardoor werden met regelmatig intervallen grote delen van de wereldeconomie in een crisis geduwd.
Zoals een befaamd analist van de bedrijfsglobalisering onlangs stelde: “Four decades of de-democratisation have done the real damage. The war on government became the war on democracy”. Of, vier decennia van d-democratisering hebben voor de echte schade gezorgd. De oorlog tegen de regering werd een oorlog tegen de democratie. (4)
Tijdens een bijeenkomst van waterexperts op de “World Water Week“ in Stockholm (17-23 augustus 2008) hebben de deelnemers er dan ook voor gepleit dat de watergemeenschap haar “politieke taboes zou laten vallen”.
Dit leidde tot een consensus dat:
de watergemeenschap met aanvaarden dat de problemen rond water niet meer alleen binnen de sector of via technische ingrepen kunnen opgelost worden. De meest kritieke beslissingen worden buiten de watersector genomen, namelijk in de politieke gemeenschap.
de internationale donoren en onderzoeksinstituten een dieper begrip moeten krijgen van de politieke arena en zijn actoren, waardoor de waterproblematiek hoog op de politieke agenda blijft.
de waterproblematiek op de politiek agenda moet blijven tijdens de Millenniumconferenties van de VN. Een eerste mogelijkheid daartoe wordt al geboden in maart 2009 wanneer de VN het Vijfde Waterforum in Istanbul organiseert.
- deze agenda goed moet gestoffeerd worden zodat beleidsmakers zien dat investeren in watercapaciteit bijdraagt tot de economische groei. Vanuit de civiele samenleving dienen wetenschappelijke bewijsvoeringen, aangepaste technologien en beleidsopties aangedragen te worden door ngo’s, vakbonden en onderzoeksinstellingen, ten behoeve van de politieke gemeenschap. Bestuurders en hun publieke opinie moeten aangesloten worden aan deze informatiebronnen.
er een voldragen politieke dialoog moet tot stand komen waarbij internationale instellingen geen koudwatervrees meer hebben voor grondige politieke analyses en ngo’s hun machtsanalyses hoger leggen dan alleen maar verschillende versies van hetzelfde verhaal van elitaire samenzweringen en duistere afspraken.
waterveiligheid, net als voedselveiligheid , centraal moet staan in het Millenniumdebat. Het vormt een sleutel voor de sociale en economische emancipatie van de allerarmsten.
Nieuwe weg naar minder armoede inslaan
Waterveiligheid raakt niet alleen de problematiek van water en milieu maar heeft ook te maken met gezondheidszorg, onderwijs, wonen, stedelijke en plattelandsontwikkeling en de effectiviteit van de hulp Met andere woorden het staat centraal in het proces van de “Verklaring van Parijs” van 2005 waarbij alle partijen zich verbonden om een nieuwe weg in te slaan die moet leiden tot minder armoede in de wereld
Oxfam pleit voor een globaal wateractieplan, naar analogie van het globaal onderwijsplan (Dakar 2000). Zo’n plan is een onderdeel van de reeds enige jaren lopende “For All”-campagne, die onderwijs, gezondheidszorg en water als de voornaamste basisdiensten wil beschermen tegen liberalisering en uitverkoop. Voor dit plan dient een internationale “task force” in het leven geroepen die de opvolging en financiering van de waterveiligheid als hoofdopdracht meekrijgt.
Het jaar 2009 is cruciaal voor de waterproblematiek. Zowel de G8 top, de Wereldbank als een aantal toonaangevende donoren in de watersector zoals UNICEF, het Verenigd Koninkrijk en Nederland, hebben topoverleg over dit thema aangekondigd in het verloop van 2009.
Het middenveld moet deze momenten aangrijpen om een antwoord te bieden op de voortdurende dreiging dat elites alle voordelen naar zich toetrekken en nadelen laten betalen door de gemeenschap. Daar waar deze elite-politiek van afromingen en omleidingen ongeremd kon doorgaan, doemde meestal op het einde van de weg het politieke deficit op. Dat is zo gebleken in het financile domein, in de handel en in het politieke domein van de internationale samenwerking en voor de waterproblematiek is dat niet anders.
Auteur: Etienne de Belder, onderzoeker Sociale basisvoorzieningen bij Oxfam-Solidariteit
Tel. 02 501 67 56 — etienne.debelder(at)oxfamsol.be
Bronnen:
(1) Britysh Medical Journal, “Progress and Projects on Water: For a Clean and Healthy World”, NY.2008
(2) Rapport “Credibility Crunch”, Briefing Paper 113, juni 2008
(3) F.Braudel, J. Diamond, B.Tuchman…
(4) prof.J.A. Allen, laureaat “Stockholm Water Prize”, 2008
(5) Benjamin Barber in“The Guardian, ”Comment & Debate”, 20/10/08


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
