WTO veroordeelt Europees suikerbeleid

De veroordeling van het Europese suikerbeleid door de WTO zet aan tot een diepgaande hervorming; Oxfam-Solidariteit vraagt dat zij eerlijk en solidair is.
In een geschil dat Brazili Thailand en Australi aanspanden tegen de EU, heeft de Wereldhandelsorganisatie (WTO) geoordeeld dat Europa een groot deel zijn van haar suikeruitvoer op illegale wijze ondersteunt. Deze veroordeling komt enkele weken nadat de Europese Commissie de voorstellen voor de hervorming van haar suikerbeleid vrijgaf. Dat beleid, gebaseerd op een quotasysteem voor productie, gegarandeerde prijzen en een preferentile invoer moest inderdaad herzien worden. Maar het is duidelijk dat de geplande hervorming niet voldoende zal zijn voor de WTO.
De EU voert jaarlijks 5 miljoen ton suiker uit, ondanks de belofte tijdens de onderhandelingen tijdens Ronde van Uruguay om de uitvoer te verminderen tot 1 miljoen ton. Het tussentijdse verslag van de WTO stelt vast dat:
* De Europese uitvoer van 2,7 miljoen ton suiker categorie C (de productie die het toegelaten quota overschrijdt en verkocht moet worden aan de wereldmarktprijs) overtreedt de WTO-regels. Volgens de EU zijn er geen subsidies aan die export verbonden omdat de suiker verkocht wordt aan de wereldmarktprijs. De WTO is van mening dat die export wel degelijk gesubsidieerd wordt via de hoge gegarandeerde prijzen voor de suiker geproduceerd binnen het quota. De hoge prijzen laten toe de C-suiker te verkopen aan de wereldmarktprijs die veel lager is.
* De EU subsidiert eveneens de heruitvoer?? van 1,6 miljoen ton suiker - het equivalent van de preferentile invoer uit de ACS-landen (oud-kolonies in Afrika, de Caraben en de Stille Oceaan) en India samen. Deze gesubsidieerde uitvoer, die het verschil tussen de gegarandeerde prijzen aan de ACS-landen en de lagere wereldprijs ???, overschrijdt de hoeveelheden die toegelaten zijn door de WTO.
Net als het oordeel van de WTO over de katoenexport van de Verenigde Staten, bevestigt deze beslissing dat bepaalde dumpingpraktijken bijdragen aan de ontwrichting van buitenlandse markten. Het is wel degelijk noodzakelijk dit soort handel stop te zetten.
Maar het oordeel zal niet meteen een duurzame oplossing bieden voor de producenten van suiker in de ontwikkelingslanden en in Europese Unie. Op korte termijn zal de sterk ondergewaardeerde suikerkoers op de wereldmarkt waarschijnlijk stijgen, maar het stoppen van de Europese dumping zal de ernstige crisis van de landbouwgrondstoffen niet op structurele manier oplossen, zeker niet wat suiker betreft. De wereldmarktprijs zal hoogstwaarschijnlijk nog altijd niet de productiekosten dekken die door de grote meerderheid van de producenten worden gemaakt.
De hervorming van het suikerbeleid moet leiden tot het stopzetten van de dumpingpraktijken, maar moet eveneens bijdragen tot de regulering van de internationale markt en een hefboom zijn tot meer ontwikkeling voor de handelspartners in de ontwikkelingslanden. Daarom is het essentieel dat de Commissie de instrumenten van haar suikerbeleid die de markt stabiliseren behoudt. Die instrumenten houden de prijzen winstgevend waardoor de producenten in de ontwikkelingslanden en in Europa waardig kunnen leven van hun werk. Marktregels alleen kunnen er niet voor zorgen dat duurzame landbouw in de ontwikkelingslanden n in Europa behouden blijft.
De uitspraak verplicht Europa om haar productieniveaus te herzien. Maar om ervoor te zorgen dat de bevoorrading van de Europese markt overeenstemt met de Europese consumptie, moet de EU haar instrumenten voor het beheer van het aanbod voor de interne productie (via een quotastelsel) en voor de import (via invoerbeperkingen) handhaven. Daarom is het noodzakelijk dat de Commissie positief antwoordt op de vraag van de minst ontwikkelde landen om het preferentile akkoord “alles behalve Wapens” (Everything But Arms- EBA) te herzien. Dat geeft hen ongelimiteerde toegang tot de Europese markt, zonder prijsgarantie of exportbeperking. Als het niet wordt herzien, zal het alleen leiden tot een gevoelige stijging van de uitvoer, zonder enige omvangbeperking, naar een al verzadigde Europese markt. Dat zal een sterke prijsdaling veroorzaken, zowel voor de Europese producenten als voor de producenten uit de minst ontwikkelde landen!
Het voorstel van de Commissie om de prijzen te verminderen en dat slechts gedeeltelijk te compenseren, komt vooral ten goede aan de ondernemingen die suiker verwerken. De hervorming zal leiden tot een belangrijk inkomstenverlies voor de landen die genieten van de preferentile overeenkomsten, terwijl zij over weinig levensvatbare alternatieven beschikken om hun teelten te diversifiren. Daarnaast zal de hervorming een beslissende rol spelen bij faillissementen van kleine familie-exploitaties in Europa en in de ontwikkelingslanden.
Europa moet het oordeel van de WTO en het huidige hervormingsproces aangrijpen als een kans om een drijvende kracht te worden van een rechtvaardige en solidaire handel.
Voor meer informatie: Thierry Kesteloot, 02/ 501 67 55 of thierry.kesteloot@oxfamsol.be


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
