Sociale forums

24 januari 2006

WSF 2005: overheden moeten werk maken van armoedebestrijding

Oxfam voegt zich op het Wereld Sociaal Forum (WSF) in Porto Alegre, Braziliƫ, bij duizenden civil society groepen, organisaties en mensen van over de hele wereld met als doel de wereldleiders op te roepen in 2005 te zorgen voor een doorbraak in de armoedebestrijding.

Oxfam meent dat het WSF een uniek platform is waar sociale bewegingen, netwerken, ngo’s en individuen samenkomen om te debatteren, analyseren en alternatieven te formuleren. Dit jaar zal het WSF meer ruimte geven aan de civil society om hun eisen en voorstellen te presenteren en om hun voorstellen te bespreken met degenen die ze bekritiseren, zoals internationale instituties en regeringen.

Voor Oxfam is het WSF een belangrijke gelegenheid om samenwerkingsverbanden aan te gaan over kritieke onderwerpen die wij niet alleen kunnen oplossen, zoals de strijd tegen armoede, de oneerlijke handelsregels en de controle van de wapenhandel. In deze context biedt het WSF ook de mogelijkheid om belangrijke beslissingen van wereldleiders te benvloeden, aangezien het WSF tegelijkertijd plaats vindt met het Wereld Economisch Forum in Davos, Zwitserland en aan de vooravond van de ontmoeting tussen de ministers van Financin van de G7 begin februari.

"In 2005, hebben de leiders van rijke landen de mogelijkheid om miljoenen mensen uit de armoede te halen. De wereld is nog nooit rijker geweest dan nu, terwijl rijke landen steeds minder geven. Wereldwijd hebben miljoenen mensen geen toegang tot basisbehoeften als schoon water, voedsel, gezondheidszorg en onderwijs. Mensen gaan dood, terwijl regeringsleiders schuldenverlichting uitstellen", zegt Katia Maia van Oxfam International.

Global Call to Action against Poverty
Oxfam neemt deel aan de wereldwijde Global Call to Action against Poverty coalition (GCAP), die op donderdag 27 januari in Porto Alegre wordt gelanceerd in de aanwezigheid van de President van Brazili Lula da Silva. De GCAP roept de leiders van de G8-landen (Duitsland, Frankrijk, Itali, Japan, Engeland, Amerika en Canada en andere rijke landen) op om in 2005 geschiedenis te schrijven en om miljoenen mensen uit de armoede te helpen door schulden te verlichten, meer geld te besteden aan ontwikkelingssamenwerking en door actie te nemen voor eerlijke handel.

"De tijd dringt voor miljoenen mensen die in armoede leven en de rijke landen moeten nu actie ondernemen," zegt Oxfam’s Katia Maia. "Het is een schande dat aan het begin van de 21ste eeuw, meer dan een miljard mensen in echte armoede leven en dat meer dan 110 miljoen kinderen niet naar school gaan."

Daar komt bij dat meer dan 900 miljoen boeren hun gezinnen niet kunnen onderhouden, door oneerlijke handelsregels en dat 1,4 miljoen mensen wereldwijd geen veilig water tot hun beschikking hebben.

De leiders van de rijke landen hebben al veel beloftes gemaakt. In 2000 hebben ze zich verbonden aan de millenniumdoelen en zo beloofd dat er in 2015 een einde zou gekomen aan de armoede en honger; dat er in 2001 bij de Wereldhandelsorganisatie (WHO) eerlijke handelsafspraken zouden zijn gemaakt en dat er een einde zou komen aan de hoge schulden (110 miljoen dollar per dag) die arme landen moeten betalen aan hun kredietverleners.

Oxfam roept de wereldleiders en de internationale gemeenschap op om deze beloftes waar te maken en om een einde te maken aan armoede door in 2005 actie te ondernemen.

Ontwikkelingshulp en schulden
- De rijke landen dienen tenminste elk jaar 50 miljard dollar aan extra ontwikkelingshulp te leveren en een tijdslijn op te stellen voor hoe zij tegen 2010 0,7 procent van het nationale inkomen aan hulp gaan besteden.
- De rijke landen, de Wereldbank en het IMF moeten 100 procent van de schulden van de armste landen kwijtschelden, waarbij de vrijgekomen middelen naar de armoedebestrijding gaan.
- De wereldleiders zouden initiatieven moeten steunen als de Internationale Financile Faciliteit (IFF) en internationale belastingheffing, om meer geld ter beschikking van ontwikkeling te stellen.
- De regeringen van ontwikkelingslanden dienen aan te tonen dat zij aan armoedebestrijding werken door een groter percentage van de openbare begroting uit te geven aan sociale basisvoorzieningen, door zorg te dragen voor de deelname van het maatschappelijke middenveld aan beleidsvorming en -uitvoering waar arme mensen baat bij hebben, door de politieke en burgerrechten op vrije en eerlijke verkiezingen te waarborgen, op vrijheid van meningsuiting en de rechtstaat.

Handel
- Een einde maken aan het dumpen van landbouwproducten door de EU en de VS; het bevorderen van regels die ontwikkelingslanden in staat stellen hun handel in landbouwproducten te reguleren zodat zij voedselzekerheid kunnen waarborgen en armoede kunnen terugdringen; een vermindering van de exportbarrires van ontwikkelingslanden, vooral voor textiel en kleding; hervormingen in de patentregels om de kosten van cruciale producten zoals zaden en medicijnen te verlagen; en de ontwikkeling van meer democratische processen.
- Oxfam is tegen de voorgestelde handelsovereenkomsten, zoals CAFTA, FTAA en de EPA’s, en verdedigt het standpunt dat de opmaak van regionale handelsovereenkomsten tussen gendustrialiseerde naties en ontwikkelingslanden de behoeften aan ontwikkeling dienen. Dit houdt in dat zij schadelijke liberaliseringen en dereguleringen erbuiten houden, of regels die verder gaan dan de WTO-vereisten, vooral met betrekking tot de bescherming van het intellectuele eigendom. Onderhandelingen moeten transparanter worden en rekening houden met de publieke opinie.
- De Wereldbank en het IMF dienen op te houden met voorwaarden voor het handelsbeleid te verbinden aan leningsovereenkomsten.
- De international gemeenschap dient tot actie over te gaan om de prijzen voor grondstoffen op hogere niveaus te stabiliseren, en om meer aan de kleine boeren te betalen.
- Regeringen en bedrijven dienen arbeidsrechten te respecteren en voor betere lonen en werkomstandigheden te zorgen in de exportsector van ontwikkelingslanden, vooral voor vrouwen.
- Het nationale beleid van ontwikkelingslanden voor openbare diensten en economische ontwikkeling dient arme mensen in staat te stellen hun capaciteiten te ontwikkelen en op eerlijke voorwaarden deel te laten nemen aan nationale en internationale markten.

Wapenbeheersing
- De wapenhandel loopt de spuigaten uit: alle regeringen zijn hier verant-woordelijk voor en dienen in het traject naar een Wapenhandelsverdrag betrokken te zijn.
- Regeringen moeten samenwerken met de huidige VN onderhandelingen over een internationaal instrument voor het merken en traceren van lichte wapens, als onderdeel van het VN-actieprogramma tegen de illegale handel in kleine en lichte wapens, om aldus een juridisch bindend verdrag over het merken en traceren van kleine en lichte wapens van de grond te krijgen.

Dit verdrag dient het volgende te bevatten:
- Hoge gemeenschappelijke normen voor het merken van kleine en lichte wapens
- Bepalingen voor het merken en traceren van munitie.
- Manieren om de capaciteit van regeringen te versterken om de maatregelen van het verdrag uit te kunnen voeren.
- Gedetailleerde internationale normen voor het documenteren van wapentransfers, waarbij van overheden verwacht wordt dat zij accuraat de gegevens vastleggen van geproduceerde wapens en munitie in het land en die het land verlaten, met toegang tot de gegevens van de producenten.

Bron: Oxfam, met dank aan Novib voor de vertaling.