Vrouwen in DR Congo vragen erkenning voor rol in vredesproces

Begin maart gingen Mary Robinson, gewezen VN-Hoogcommissaris voor Mensenrechten en Nyaradzayi Gumbonzvanda, Algemeen secretaris van WYWCA, op onderzoeksmissie naar Oost-Congo. Op 18 maart 2009 pleitten zij via de Europese pers voor steun aan vrouwenorganisaties in de regio van de Grote Meren.
“Wij waren ook in Liberia om de ontmoeting van vrouwenorganisaties uit de regio van de Grote meren bij te wonen, een initiatief van de presidente mevrouw Ellen Johnson-Sirleaf”, zo steekt Mary Robinson, gewezen presidente van Ierland en VN-Hoogcommissaris voor Mensenrechten van wal. “Het was een begeesterend evenement want over de landsgrenzen heen bestaat een enorme solidariteit tussen de vrouwen van Afrika.”
“Of ze nu uit Rwanda, Liberia of de DR Congo afkomstig zijn, deze vrouwen hebben allen op een bepaald moment in hun leven te maken gehad met geweld en misbruik, ze zijn over het hoofd gezien en hadden het enorm moeilijk om gehoord te worden. In een veranderende maatschappij waar allerlei postkoloniale belangen speelden en corruptie nooit ver weg was, moesten zij zichzelf en hun familie staande houden. En toch hebben wij heel sterke vrouwen ontmoet.”
Wat de vrouwen echt willen
In Oost-Congo is de vrede zeker nog niet teruggekeerd. De soldaten van het rebellenleger FDLR zijn dan wel teruggedreven en worden gedemobiliseerd maar ze vormen nog steeds een bedreiging voor de bevolking. Geregeld vallen ze terug binnen in de dorpen, of ze leven er tussen de bevolking… en dat brengt het werk van Oxfam in het gedrang. Heel wat van de vluchtelingen leven niet in de kampen en blijven onbereikbaar voor humanitaire hulp.
Wat de Congolese vrouwen vragen aan hun president is stabiliteit en gerechtigheid. Het is de bedoeling vroegere rebellen te demobiliseren en te integreren in het nationale leger, maar er bestaat geen echt programma noch een serieuze vorm van begeleiding voor dit proces. “Zo kunnen vrouwen zelfs te maken krijgen met hun misbruikers die nu in het officile leger zitten. Of actief zijn bij de politie…”, zegt Nyaradzayi Gumbonzvanda, Algemeen secretaris van de World Young Women’s Christian Association.
“Het direct gevaar voor de oorlog mag dan misschien geweken zijn in oost-Congo, een sterk programma voor een effectieve bescherming van de bevolking is er niet. De beloofde extra 3.000 soldaten van de MONUC zullen er wellicht wel komen, maar ze moeten ook de nodige middelen hebben om hun werk te doen. Ze moeten een sterker mandaat krijgen en werk maken van een veiligheidsprogramma dat ook voorziet in training van de militairen en een werkbaar juridisch systeem. In dat programma moet een duidelijke genderaanpak opgenomen worden, want er is nog steeds heel veel geweld tegen vrouwen”, aldus Mary Robinson.
Vrouwen maken plannen
In het veranderingsproces dat de regio kenmerkt, willen vrouwen duidelijk een rol opnemen. “Er zijn heel wat vrouwen die bereid zijn de handen uit de mouwen te steken, vervolgt Mary Robinson. “Zij zijn juristen, leerkrachten en parlementairen of gewone vrouwen met een verleden van misbruik en geweld. Desondanks willen zij in hun lokale gemeenschap de krachten bundelen. In Oost-Congo luisterden wij naar het verhaal van mensen in vluchtelingenkampen, we bezochten een kamp met kindsoldaten waar ook enkele meisjes tussen leefden. Een meisje van 13 jaar was zwanger… We luisterden ook naar slachtoffers van seksueel geweld in een overvol ziekenhuis. Het heeft ons enorm aangegrepen. En toch straalden zij een sterke wil uit om de zaken te veranderen”, vertelt Mary Robinson.
“Ik voel me leeg vanbinnen, zo vertelde een vrouw die een vreselijke persoonlijke geschiedenis heeft”, verklaart de Rwandese Nyaradzayi Gumbonzvanda die duidelijk nog steeds onder de indruk is. “Zij werd herhaaldelijk misbruikt en door het geweld dat haar was aangedaan, was een ingrijpende heelkundige ingreep nodig. Daarna werd ze opnieuw verkracht door een aantal ‘soldaten’. Ik begrijp het niet, vertelde ze mij. Ik voelde me een ding, totaal onteerd, geen normaal mens meer… Waarom?”
”Zij vertelde haar verhaal tijdens een ontbijtontmoeting waar ook lokale leiders en vertegenwoordigers van allerlei vrouwenorganisaties aanwezig waren. In gewone omstandigheden zijn deze slachtoffers eerder beducht om hun verhaal te vertellen, ze doen het in een beschermde omgeving aan iemand die hen kan opvangen. Maar deze vrouwen willen dat hun verhaal gehoord wordt”, concludeert zij. “Dit is mij niet zo maar overkomen, stelde zij. Ik moet ervoor zorgen dat het geweld niet ongestraft kan blijven doorgaan. Ik sta klaar om samen met andere lokale vrouwen actie te ondernemen opdat vrouwen weer veilig zouden kunnen leven.”
Voor de kinderen…
In Oost-Congo moet een hele generatie van kinderen zonder hoop leven en zonder een model dat ze kunnen respecteren en navolgen. Ze kunnen niet naar school. Families kunnen niet terug naar hun dorp omdat de dreiging blijft bestaan. Nochtans bestaat er een levendige gemeenschap van juristen, leerkrachten, enz. die met elkaar netwerken. Deze vrouwen eisen hun rol op en willen een deel van het antwoord bieden op de weg naar vrede en veiligheid.
In Rwanda bestaat 56% van de parlementairen uit vrouwen (in Congo is dat 10%). Op alle niveau’s van de samenleving vind je vrouwen. “Er komt een actieplan in Rwanda, vrouwenorganisaties over de grenzen heen zullen samenwerken en president Kagam staat achter dit initiatief, dat heeft hij me met zoveel woorden gezegd”, zo stelt Mary Robinson.
“Europa moet de initiatieven van vrouwenorganisaties en lokale ngo’s op een duidelijke manier ondersteunen. Dankzij de inspanningen van vrouwen behoort het seksueel geweld in Rwanda vandaag tot de categorie 1 van de misdrijven. Ook in Oost-Congo vragen de mensen vrede en gerechtigheid. Straffeloosheid is niet aanvaardbaar. De tijd is daar dat Afrikaanse leiders opkomen voor de armste en de zwakste leden van hun bevolking. In hun land staan sterke vrouwen klaar om hun rol op te nemen. Die vrouwen moeten gesteund worden”, zo beindigen beide dames hun pleidooi.


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
