Vroedvrouwen brengen hulp na de ramp in Japan

Relaas van een bezoek aan enkele opvangplaatsen voor slachtoffers na de ramp. Oxfam-verslaggever Giles Murray heeft in een buitenwijk van Morioka afgesproken met Yuko Fukushima, vroedvrouw en professor aan de universiteit van Iwate.
Het Centrum voor gezinsplanning JOICFP is van plan samen met een aantal vroedvrouwen hulp te bieden aan zwangere vrouwen en moeders met jonge kinderen van deze vissersgemeenschap. "We willen vooral praktische hulp bieden en uitzoeken waar deze mensen op middellange en lange termijn nood aan hebben", stelt Yuko Fukushima. De weg langs de kust en over met sneeuw bedekte bergen is heel mooi. Maar de stad Yamada zelf is een woestenij: de enige gebouwen die nog overeind staan, zijn zwartgeblakerde betonnen constructies die uitgebrand zijn.
Onze eerste halte is het stadhuis. De vertegenwoordiger van Oxfam-partner JOICFP, Yoshikatsu Kanno, ontvangt een kaart waarop alle lokale opvangcentra aangeduid staan. Een ambtenaar legt uit waar we de meeste vrouwen en kinderen zullen aantreffen. In een van de zalen van het gebouw worden alle persoonlijke herinneringen zoals fotoalbums bewaard die door het water werden meegenomen. Nu liggen ze op een blauw plastic zeil te wachten totdat iemand ze herkent en mee terugneemt. het Orikasa kleuterschooltje

- In een van de zalen van het gebouw worden alle persoonlijke herinneringen zoals fotoalbums bewaard die door het water werden meegenomen.
De eerste plaats op onze lijst is de Sakura kinderkribbe. Onderweg passeren we het station van Yamada dat volledig in puin ligt. In de kinderkribbe spreken we met Keiko Sakodate. Ze vertelt dat er momenteel 99 mensen in het centrum verblijven (dat aantal schommelt voortdurend) waarvan het jongste kind amper negen maanden is. Tijdens de dag gaan veel van de gasten terug naar hun verwoeste woningen om te proberen toch iets van hun bezittingen terug te vinden. Dus we laten ook voor die mensen spulletjes achter voor wanneer ze teruggekeerd zijn in de late namiddag.

- De Sakura kinderkribbe.
Daarna gaan we naar het Orikasa kleuterschooltje. Het bevindt zich onderaan een steile helling in een buitenhoek van de stad Yamada. Tussen het dagverblijf en de zee werd alles weggeslagen door het verwoestende water. De grens tussen leven en dood is hier duidelijk nog te zien, het was een kwestie van slechts enkele meters of het dagverblijf was ook verdwenen. We worden verwelkomd door de verantwoordelijke, Kyoko Kawabata, die ons koffie aanbiedt. De nacht na de tsunami heeft zij samen met 33 kinderen op deze plek doorgebracht, zonder te weten of de ouders van de kinderen nog in leven waren, terwijl buiten het vuur steeds dichterbij kwam.

- Het Orikasa kleuterschooltje
Aan een tafeltje zit Kosuke Nishimura, een stille jongen, huiswerk te maken. Hij heeft zijn oom verloren in de tsunami terwijl zijn broertje van anderhalf gereanimeerd moest worden door een hulpteam.

- Kosuke Nishimura, een stille jongen, probeert zich weer toe te leggen op schooltaken.
Volgens mevrouw Kawabata gaan de mensen geleidelijk terug aan het werk en proberen zij hun aandacht vooral te richten op het herstellen en terug opbouwen van hun wereld. Ze weet ons te vertellen dat een zwangere vrouw uit de buurt die eind april haar eerste kind verwachtte, vertrokken is naar het minder beschadigde Miyako om bij haar familie te zijn. Naarmate de dag vordert, horen we dat nog andere zwangere vrouwen en moeders met jonge kinderen haar voorbeeld gevolg hebben. Ze verkozen ergens in het binnenland op een veiliger plek te wonen, omringd door verwanten en familie.
In het Centrum voor rampenpreventie van Yamada ontmoeten we Etsuko Otsuki die als vrijwilliger de zaken in goede banen tracht te leiden. Ze vermoedt dat er iets teveel aandacht is gegaan naar de mensen in de evacuatiecentra terwijl mensen die thuis bleven wonen het ook moesten stellen zonder aangepast voedsel, verwarming en financiële middelen. En zij werden gemakkelijk over het hoofd gezien. We geven dus een voorraad mee voor de mensen in haar buurt omdat zij beter dan wie ook weet wie wat nodig heeft. Dikwijls trekt de bevolking zelf teveel haar plan zonder hulp te durven vragen.
Mevrouw Otsuki vraagt ons ook even langs te gaan bij een hoogzwangere vrouw. "Wij vroedvrouwen kunnen soms makkelijker dan gewone hulpverleners de hulp bieden die iemand echt nodig heeft", verduidelijkt Yuko Fukushima.

- "Wij vroedvrouwen kunnen soms makkelijker dan gewone hulpverleners de hulp bieden die iemand echt nodig heeft", verduidelijkt Yuko Fukushima.
“In Miyagi verdeelden we op 30 maart voorraden vanuit een centraal depot, maar hier werken we met een dubbel model, zo vatte Yoshikatsu Kanno het werk van die dag samen. “In Iwate gebruikten we het Marioka vrouwencentrum als een soort overslagplaats voor de grootdistributie. Maar tegelijk werkten we met lokale vroedvrouwen om bepaalde zaken rechtstreeks te bezorgen aan kleine groepen van mensen of individuele personen van wie wij de noden kenden.”
Na de trip van vandaag weten we dat heel wat zwangere vrouwen en moeders met jonge kinderen het kustgebied verlaten hebben. De vroedvrouwen kunnen hun actieterrein dus verplaatsen en samen met het JOICFP de nodige gespecialiseerde opvang organiseren in het binnenland.
Verslag van Gilles Murray
April bracht een nieuw begin: enkele cijfers
Traditiegetrouw viert Japan in april een nieuw begin: een nieuw schooljaar, nieuw werk, geboorten,… Maar dit jaar staat de bevolking voor andere uitdagingen en heel wat onzekerheden.
Er worden nieuwe huizen gebouwd en sommige scholen hebben de lessen weer gestart hoewel ze tegelijk nog als opvangcentrum dienst doen. Op sommige plaatsen is weer water en elektriciteit voorhanden maar vele mensen moeten het nog altijd zonder een eigen plekje stellen, zonder verwarming of enig comfort. De omvang van de ramp is meer dan een maand later nog altijd niet volledig gekend.
Wat weten we wel? Er zijn 13.000 mensen omgekomen, van 7.035 mensen is de leeftijd gekend, hiervan zijn 55,4% ouder dan 65 jaar. In dit minder bevolkte deel van Japan leven vooral oudere mensen en velen van hen worden nog steeds vermist.
Een maand later werd nog een ander fenomeen vastgesteld: Jishuku. Dit betekent dat mensen op hun eentje en in zichzelf gekeerd leven. Velen hebben hun normale sociale activiteiten laten vallen. Er wordt niets georganiseerd, mensen komen niet samen. Iedereen haast zich om snel thuis te zijn zodat ze niet vast zitten in een trein of op het werk.
Oxfam besliste na de aardbeving in Tokio te blijven om van daaruit met haar partners hulp te organiseren. Grote humanitaire programma’s kunnen sommige groepen mensen makkelijk over het hoofd zien, zoals vrouwen, jonge moeders, gehandicapten en mensen die geen Japans spreken;
Oxfam kon via haar partners allerlei non-food artikelen verdelen: luiers, maandverband, shampoo en zeep of aangepaste informatie voor wie geen Japans spreekt via websites en radio. In haar werk wil Oxfam bewust aandacht hebben voor het genderaspect. Zo wordt een adviesdienst met een telefonische hulplijn opgezet voor vrouwen die het slachtoffer zijn van geweld. Er worden ook zelfhulpdiensten opgezet. Het is bijna twee maanden geleden, maar de Oxfam-partners gaan nog steeds door met de hulpverlening.
Alle giften voor Oxfam-partners in Japan blijven welkom.
U kunt online storten
een gift storten op rekening nr. BE37 0000 0000 2828 BIC BPOTBEB1 met als vermelding “Noodhulp Japan”, code 9107
een gift doen in de collectebus van onze tweedehandswinkels.

]
Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
