[Voettocht naar geïsoleerde dorpen]

Overstroming Pakistan

26 augustus 2010

Voettocht naar geïsoleerde dorpen

Qasim Berech, 30, werkt als expert gezondheid in Pakistan voor Oxfam. Op 16 augustus trok hij naar de Noordelijke Swatvallei. Dit is zijn verslag.

Grote delen van de Swatvallei, vooral bij de bovenloop, werden van de buitenwereld afgesloten nadat meerdere overstromingen het gebied teisterden. De meeste wegen en bruggen zijn vernield door het stijgende water. Honderdduizenden mensen werden afhankelijk van voedselhulp en materiaal dat door helikopters gedropt wordt omdat de hoge waterstand de doorgang onmogelijk maakte.

Qasim Berech: “Sinds deze nachtmerrie begon, leven de bewoners van de vallei totaal geïsoleerd. Ze verloren alle contact met de rest van het land. Wat mij als Oxfam-medewerker het meest verontrust, is het chronisch gebrek aan drinkwater op vele plaatsen. Sommige mensen werden zo radeloos dat ze het water van de rivier begonnen te drinken.

De waterleidingen die het drinkbare bronwater vroeger aanvoerden, werden door het kolkende water meegesleept. De vrees bestaat dat er ziekten zullen uitbreken. Er doen heel wat verhalen de ronde over mensen die getroffen zijn door hevige diarree.”

Een zakje zuiverend poeder levert tien liter drinkwater op
Bijna drie weken na het begin van de overstromingen trek het water uit de Swatvallei eindelijk geleidelijk aan weg. “Vandaag beslisten wij dat het moment gekomen is om een doorgang te forceren”, zegt Qasim. “We zullen zelf de toestand op het terrein gaan verkennen. Met een team van vijf medewerkers ondernemen we de tocht van Mangora in het Zuiden naar de stad Bahrain in de Noordelijke Swatvallei. De stad was wekenlang afgesneden en ze is enkel te voet bereikbaar.”

Het team draagt 100.000 zakjes met waterzuiverend poeder mee, die in 400 kartonnen doosjes geperst zitten. Met elk zakje kan er tien liter water bekomen worden in 20 minuten tijd. Dat kan het verschil betekenen tussen een ziek kind en een gezond kind.

“Als we Mangora rond 9 uur met een bestelwagen verlaten, stortregent het nog altijd. Ik heb zulk weer nog nooit meegemaakt. Een heel oude man uit de buurt zegt dat hij zich kan herinneren hoe overstromingen het land teisterden in 1929. Maar dat was klein bier vergeleken met de huidige weersomstandigheden. Dit heeft het land nog nooit gezien.

Betonnen gebouwen stortten in als kaartenhuisjes
Na anderhalf uur rijden zijn we nog niet verder geraakt dan het dorp Fatehpur. Daar krijgen we te horen dat de wegen en de bruggen verderop allemaal verwoest zijn. We moeten de auto achterlaten en onze weg te voet vervolgen. Ik zorg dat we acht arbeiders kunnen huren om te helpen bij het dragen van de kartonnen doosjes.

Tijdens de wandeling valt mijn blik voortdurend op de huizen, de hotels en de winkels rondom ons. Het zijn betonnen gebouwen maar desondanks zijn ze als een kaartenhuis in elkaar gezakt. Het is niet te vatten dat water zoveel schade kan aanrichten en zoveel ellende kan veroorzaken.

Na een half uur lopen bereiken we een weg waar we halt houden om opnieuw een bestelwagen te huren. Deze keer kunnen we tot het dorp Jarri rijden voordat een ingestorte brug ons weer dwingt om te voet verder te gaan.

Maar deze keer valt het lopen ons een pak zwaarder. De weg is glad en modderig. We kunnen het stadje Madain bereiken en voor de derde keer die dag vinden we een voertuig om ons verder te brengen. We zijn amper twee tot drie minuten onderweg wanneer een volgende ingestorte brug ons dwingt halt te houden.

Radeloze vrouwen halen water uit de rivier...
Overigens zijn we niet alleen op pad. We ontmoeten mannen die ook te voet zijn, we vragen hen waar zij vandaan komen. De meeste komen uit afgelegen delen in het Noorden van de Swatvallei, ze hebben er minstens een dagmars opzitten. Ze trekken naar Fatehpur waar humanitaire organisaties voedselbedelingen organiseren.

Voor de meeste van hen zal dat het eerste voedsel zijn dat zij in meerdere dagen tot zich kunnen nemen. Ze lopen kromgebogen, op hun rug dragen ze zakken bloem, olie, rijst, peulvruchten, suiker, zout en koekjes. Daarmee moeten ze hun gezin een week of langer zien in leven te houden.

We zien ook vrouwen die water halen uit de rivier. Ze weten dat het ongezond is en dat ze er beter niet zouden van drinken. Hun kinderen dreigen er ziek van te worden maar ze zien geen andere oplossing.

Deze mensen hebben geen andere uitweg. De bewoners van de Swatvallei zijn heel arm en kunnen nergens anders een woning gaan huren. Ze willen hun schamele bezittingen en hun vee ook niet achterlaten. De gelukkigen onder hen kunnen misschien nog terecht bij familieleden maar stilaan raakt de hele bevolking getroffen door de watersnood.

Op wankele noodbruggen breekt het angstzweet uit
Het begint steeds harder te regenen, we schieten bijgevolg heel wat trager op want het wordt moeilijk balanceren op het modderige terrein. We hebben het allemaal moeilijk maar je hoort niemand klagen.

Soms staan we echte angst uit want vele bruggen zijn gewoon weggeveegd door het water en de bevolking heeft met allerlei materiaal geïmproviseerd om toch op de andere oever te geraken. Geregeld moeten we de oversteek wagen over een aantal planken die met touwen aan elkaar vastgemaakt werden. Het zweet breekt me uit want hoe goed ik me ook vastklamp, de constructie zwaait van links naar rechts. Ik maak me ook ongerust over mijn team en de arbeiders die we in dienst genomen hebben.

Maar na een zware wandeling van bijna vier uur bereiken we dan eindelijk Bahrain omstreeks 4 uur. We zijn allemaal doorweekt en doodop maar we weten dat dit de moeite waard was. We kunnen aan bijna 3.000 gezinnen pakjes met waterzuiveringspoeder uitdelen. Dertig zakjes per gezin betekent dat zij voor minstens 15 dagen over drinkbaar water zullen beschikken. We keren vandaag nog terug en zullen deze tocht nog zo vaak ondernemen als nodig is. We moeten immers allemaal onze krachten bundelen om de hulp te brengen waar die nodig is.