2015, de tijd loopt

16 oktober 2008

Voedselcrisis oplossen? Steun familiale landbouw

16 oktober-Wereldvoedseldag. In een nieuw rapport toont Oxfam aan dat een gebrekkig handels- en landbouwbeleid er samen met hoge voedselprijzen voor gezorgd hebben dat kleine boeren in ontwikkelingslanden nog kwetsbaarder zijn. Hun marktpositie is erop achteruit gegaan, zegt Oxfam.

Het rapport van Oxfam ondersteunt de eisen van de Belgische landbouwcoalitie 2015 DE TIJD LOOPT. Op Wereldvoedseldag krijgen Belgische parlementairen een memorandum van de landbouwcoalitie met beleidsvoorstellen opdat zij zouden bijdragen tot het oplossen van de voedselcrisis die nog steeds woedt in grote delen van de wereld. Want landbouwproducten zijn geen gewone commercile producten. En de landbouwsector mag niet uitsluitend van de wetten van de markt afhangen.

Hoge voedselprijzen goed voor wie?

In het rapport “Double Edged Prices” (Tweesnijdende prijzen) zegt Oxfam dat regeringen, donors n instellingen lessen moeten trekken uit de crisis. Het gaat dan o.a. over de noodzaak om te investeren in landbouw, om een handelsbeleid te voeren dat de voedselzekerheid garandeert en om systemen voor sociale bescherming op te zetten die het onrecht bestrijden.

“Net zoals in het financile beleid hebben we ook in de landbouw een trend kunnen vaststellen van deregulering en een steeds kleinere rol voor de overheid. Dat heeft een vernietigend effect gehad. Het leven van onschuldige mensen werd aangetast door de blootstelling aan een volatiele markt.” aldus Teresa Cavero, auteur van het rapport.

Na een sterke stijging van de voedselprijzen, zijn de markten vandaag erg onzeker. De prijzen voor bepaalde voedingsproducten vertonen gevoelige dalingen. De onstabiele situatie leidt tot een gebrek aan vertrouwen en tot een ongunstig klimaat voor de broodnodige investeringen in de kleinschalige en duurzame familiale landbouw.

Vrouwen zijn extra kwetsbaar

Daar waar regeringen genvesteerd hebben in landbouw en een beleid gevoerd hebben om kwetsbare of marginale groepen te steunen, was de impact van de inflatie van de voedselprijzen veel kleiner. Maar de gevolgen waren vernietigend in landen met een ongecontroleerde vrijhandel, te weinig investeringen in de landbouw en weinig of geen overheidssteun, zo blijkt uit het rapport. (zie enkele concrete voorbeelden op het einde van de tekst)

Door de sterke stijging van de voedselprijzen zijn er nog eens 119 miljoen extra mensen die honger lijden, wat het totale cijfer op 967 miljoen brengt. Hogere voedselprijzen betekent dat mensen minder voedsel van een slechtere kwaliteit eten, dat kinderen uit school wegblijven en dat boeren naar de krottenwijken van de steden trekken (zie de voorbeelden aan het eind van dit bericht).

Vrouwen zijn bijzonder kwetsbaar omdat zij zelden grond bezitten, moeilijk toegang krijgen tot leningen en tot andere voorzieningen maar anderzijds wel moeten zorgen dat hun gezin aan voedsel geraakt en verzorgd wordt.

En tegelijk hebben de grootste internationale voedselbedrijven onverhoopte winsten gemaakt.
- Bunge, een handelaar in voedselgewassen, zag zijn opbrengsten in het tweede kwartaal van 2008 met 583 miljoen dollar toenemen en dat is het viervoudige van dezelfde periode vorig jaar.
- De globale verkoop van Nestl nam in de eerste helft van 2008 met bijna 9% toe.
- En de Britse supermarktketen Tesco vermeldde een winsttoename van 10% vorig jaar.
- Zadenmultinational Monsanto kondigde een inkomstengroei van 26% aan of een recordopbrengst van 3,6 miljard dollar in het fiscaal kwartaal dat tot einde mei 2008 liep.

Veel winst in weinig handen

"Het wordt tijd dat de wereld zich rekenschap geeft van het feit dat regeringen in ontwikkelingslanden hun kleine boeren willen beschermen n dat ontwikkelde landen hen daarbij moeten helpen.” stelt Thierry Kesteloot, onderzoeker bij Oxfam-Solidariteit.

“Een onaangepast of ontoereikend nationaal landbouwbeleid, gekoppeld aan oneerlijke handelsregels en slecht economisch advies hebben samen voor een context gezorgd waarbinnen topbedrijven en supermarkten de winst opstrijken terwijl kleine boeren en verbruikers aan het kortste eind trekken”, aldus Kesteloot.

Oxfam heeft zware kritiek op de internationale gemeenschap, die in gebreke blijft op financieel gebied en er evenmin in slaagt om samen te werken. Tijdens de extra Voedseltop van de FAO in Rome afgelopen juni werd 12,3 miljard dollar beloofd om de crisis aan te pakken. Maar tot nu toe is amper 1 miljard effectief betaald.

Daarbij vergeleken is het schokkend vast te stellen hoe snel op de huidige financile crisis gereageerd werd: in enkele dagen tijd konden toen enorme sommen geld gemobiliseerd worden.

“Het is onaanvaardbaar dat de internationale gemeenschap zich niet weet te organiseren", aldus Kesteloot. "Er is dringend nood aan een gecordineerd internationaal plan dat geleid wordt door de VN, zodat de fondsen op de juiste plaats kunnen terechtkomen en er ook hervormingen voor de lange termijn voorzien worden.”

Eisen voor Belgische politici

Het Oxfam-rapport ondersteunt de eisen die de landbouwcoalitie 2015 DE TIJD LOOPT zal presenteren op Wereldvoedseldag. De coalitie organiseert een ‘duurzame brunch’ in het federaal parlement, waar de parlementairen uitleg krijgen bij duurzame maaltijden van Afrikaanse en Europese makelij. De landbouwcoalitie vindt dat voedselsoevereiniteit in het overheidsbeleid voorop moet staan. Daarom eisen ze:

- Een landbouwbeleid met prioritaire aandacht voor de lokale voedselproductie voor lokale markten
- Meer investeringen in de familiale en duurzame landbouw
- Een duurzame toegang tot productiemiddelen voor de boeren
- De erkenning van de rol en steun aan de boerenorganisaties
- Meer aandacht voor landbouw in het beleid voor ontwikkelingsamenwerking en meer coherentie met andere beleidsdomeinen.

Meer info:
- Oxfam International:
Amy Barry, +44 1865 47 24 98 of +44 7980 664 397

- Oxfam in Belgi:
Thierry Kesteloot, onderzoeker voedselsoevereiniteit bij Oxfam-Solidariteit
Tel. 02 501 67 55 — gsm: 0475 543 723 — thierry.kesteloot(at)oxfamsol.be

- Oxfam publiceert het rapport “Double edged Prices” samen met partners en bondgenoten in vele landen wereldwijd, waaronder Albani, Bangladesh, Cambodja, Frankrijk, Guatemala, India, Indonesi, Pakistan, de Filippijnen, Zuid-Afrika, Spanje, Tadzjikistan, Tanzania.


Enkele concrete voorbeelden uit het Oxfam-rapport “Double Edged prices
- In Malawi hebben overheidssubsidies de productie in diverse domeinen weten op te drijven, zodat er op nationaal vlak meerdere keren een overschot was (in tegenstelling tot vroegere tekorten). Maar er zijn nog altijd zones waar voedselonzekerheid heerst en sommige gezinnen worden nu al geconfronteerd met een ernstig voedseltekort waarbij ze slechts n maaltijd per dag gebruiken.
In sommige streken hebben de vrouwen geen andere keuze dan wilde bonen te koken, hoewel die erg giftig zijn indien ze niet op de juiste manier bereid worden. Er zit niets anders op dan ze urenlang te koken in het weinige water en met de kleine voorraad brandhout die beschikbaar is.
- De reeds bestaande diepe armoede in Hati werd door de voedselcrisis en de opeenvolgende orkanen nog intenser. Vijf miljoen Hatianen moeten leven van minder dan 1 dollar per dag en in 2007 was bijna de helft van de bevolking ondervoed.
Hatianen spreken niet van een voedselcrisis maar van Clorox, dit zijn de chloortabletten die gebruikt worden om water te zuiveren. Bij inname veroorzaken ze vreselijke maagkrampen, net zoals een permanent hongergevoel dat doet.
- Exploderende voedselprijzen treffen in Cambodja zowel de stedelijke bevolking als de mensen op het platteland. Zelfs de rijstboeren die van de hoge prijzen zouden moeten profiteren, slagen er amper in hun gezin te voeden. Velen moeten zelfs rijst aankopen. Alles bij elkaar worden 1,7 miljoen mensen geconfronteerd met voedselonzekerheid.
De 42-jarige Von Siphou heeft een fruitkraampje in Phnom Penh. “Ik werk zo hard ik kan maar het is niet genoeg. Het enige dat ik dus kan doen is niets eten.”
- In Honduras, dat erg afhankelijk is van de invoer, daalde het voedselverbruik bij de armste gezinnen met 8%. Op het platteland is 60% van de bevolking getroffen door de crisis. De ergste slachtoffers zijn te vinden in de steden, bij de kleine boeren, bij de loonarbeiders en bij de plattelandsbevolking die niet het land bewerkt.
- Tadzjikistan kreeg na een uitzonderlijk strenge winter af te rekenen met een hete lente waardoor er grote delen van het vee en de gewassen verloren gingen. In het zuiden werden oogsten verwoest door sprinkhanen. Een derde van de bevolking heeft nu te maken met voedselonzekerheid (minstens 1,7 miljoen mensen).
- Dankzij goed gekozen maatregelen voor de landbouw wist de Braziliaanse overheid haar kleine boeren en de verbruikers te behoeden van de zwaarste gevolgen. Maar in de steden voelen de kansarmen toch nog de gevolgen van de hoge voedselprijzen.


  • (PDF - 502.1 kB)