Vakbondsleider, een risicoberoep in Cambodja

In Cambodja werken meer dan 300.000 arbeiders in confectieateliers waar de productie van Levi’s, H&M, Zara en vele anderen uitbesteed is. Deze “competitieve” arbeidskrachten verdedigen, blijkt een gevaarlijke zaak te zijn…
De buurt van Chak Angrè Krom, in het zuiden van Phnom Penh, bruist van het leven. Het einde van de werkdag nadert in de textielfabrieken en de straten worden in enkele seconden overspoeld door een mensenzee. De naaisters, opgelucht dat ze eindelijk hun atelier kunnen verlaten, hebben allemaal diepe rimpels. Ondanks hun jonge leeftijd staat de vermoeidheid op hun gezicht te lezen.
10 uur, 3 dollar
De meesten hebben een werkdag van 10 tot 11 uur achter de rug, de enige manier om het hoofd te bieden aan de stijgende inflatie in het land. Dat is ook het geval voor Pok Souen, arbeidster in de fabriek Tak Fat. “ Ik naai de hele dag zomen van broeken”, legt ze uit. “Voor 100 zomen krijg ik 1 dollar. Als ik 10 uur werk kan ik 3 dollar per dag verdienen. Toen ik begon in 2001 was dat nog voldoende. Ik kon zelfs een beetje geld naar mijn man en kinderen sturen die op het platteland gebleven zijn. Maar vandaag is dat niet meer genoeg”. De lonen zijn een groot probleem voor de Cambodjaanse arbeiders. Enkele jaren geleden hebben de onafhankelijke vakbonden een minimumloon van 50 dollar per maand kunnen afdwingen in de textielsector, maar dat bedrag is onvoldoende om waardig van te kunnen leven. De meerderheid van de arbeiders klopt daarom vele overuren die hun gezondheid in gevaar brengen. “Het werk wordt zwaarder en zwaarder”, vervolgt Pok Souen. “Vele meisjes worden ziek van vermoeidheid. Ze vragen ons non-stop om sneller te werken. Het is afmattend. Als dit blijft voortduren, zal ik naar mijn dorp moeten terugkeren. Het leven is er ook heel zwaar, maar daar moet ik ten minste niet al mijn voedsel kopen.”
Een “gele” vakbond
Deze uitbuiting is op het eerste zicht verwonderlijk, gelet op het grote aantal vakbonden in Cambodja. De textielindustrie alleen telt 18 vakbondsfederaties. Om haar bevoorrechte toegang tot de Amerikaanse markt te behouden, heeft Cambodja alle sociale conventies van de ILO moeten ondertekenen (zie p.2): recht op vereniging, stakingsrecht, recht op sociale bescherming... Kortom, op papier is Cambodja een voorbeeld van ethische productie.
“Het beeld dat de overheid ophangt van de arbeidsomstandigheden, is alles behalve correct“, vertelt Athit Kong, vice-voorzitter van de onafhankelijke vakbondsfederaties in de textielsector (C.CAWDU), een partner van Oxfam- Solidariteit. “Van de 18 federaties in de textielsector zijn er slechts twee echt onafhankelijk. Van bij het begin hebben de autoriteiten en het patronaat er alles aan gedaan om de onafhankelijke vakbonden aan banden te leggen en het ontstaan van ‘gele vakbonden’ aan te moedigen. Deze valse vakbonden kopen sociale rust met cadeautjes. Ze doen helemaal niets voor betere arbeidsomstandigheden en ondermijnen het werk van de onafhankelijke vakbonden die echt iets proberen te veranderen. Ze zijn een ware pest.“
Bovendien is de strijd voor betere werkomstandigheden niet zonder risico. Tussen 2004 en 2007 zijn drie vakbondsleiders vermoord in Cambodja. De voorzitter van C.CAWDU wordt zelf regelmatig geïntimideerd door gewapende mannen. “In de ateliers zijn de vakbondsmensen van C.CAWDU het slachtoffer van omkooppogingen, be- dreigingen en discriminatie”, zegt Athit Kong. “Ze worden op een zwarte lijst geplaatst die in de fabrieken rondgaat. Meer en meer vakbondsafgevaardigden worden vervolgd voor totaal verzonnen dingen, de werkgevers eisen duizenden dollars van hen. Hun doel is arbeiders bang te maken om met ons te praten. Ze proberen ons uit te schakelen.”
De situatie is ernstig maar toch laten de mensen van C.CAWDU zich niet ontmoedigen in hun strijd voor waardig werk. Ondanks alle bedreigingen blijft de vakbond dag na dag werken aan de vormingen van vakbondsleiders, de oplossing van conflicten, onderhandelingen met bedrijven en met de overheid… en het opvangen van de rampzalige gevolgen van de crisis.
De laatste maanden volgen de sluitingen elkaar in een sneltempo op. Miljoenen mensen staan op straat, vaak zonder enige ontslagvergoeding. Vele bedrijven maken gebruik van de crisis om mensen collectief te ontslaan, maar ze openen wel een nieuwe fabriek op een andere plaats in het land, waar de gronden minder duur en de vakbonden minder goed georganiseerd zijn. In deze omstandigheden worden de taken van C.CAWDU er niet gemakkelijker op. “Door de huidige situatie wordt het belang van een sterke vakbondsbeweging in Cambodja op een dramatische manier onderstreept.. Het is de enige oplossing om op een duurzame manier iets te doen voor de werknemers in het land”, concludeert de vakbondsleider.
Frédéric Janssens


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
