[Tsunami-slachtoffers vragen gerechtigheid in Sri Lanka]

Tsunami

16 augustus 2005

Tsunami-slachtoffers vragen gerechtigheid in Sri Lanka

Eind juni 2005 publiceerde de boerenbeweging MONLAR in Sri Lanka het rapport ‘Justice for the tsunami victims’. Sarth Fernando van de beweging overhandigde dit rapport aan de Commissie Ontwikkelingssamenwerking van het Europees Parlement. Uit het onderzoek, hieronder samengevat, blijkt hoe de Sri Lankaanse regering bij de heropbouw de voorrang geeft aan het toerisme, niet aan de plaatselijke bevolking.

PDF - 492.7 kB
Justice to tsunami victims
Submission to the European Parliament Committee on Development.

De vloedgolf van 26 december 2004 doodde bijna 40.000 mensen in Sri Lanka; 800.000 mensen verloren hun woning en moesten vluchten. 13 van de 14 kustdistricten van Sri Lanka werden getroffen. Naar schatting behoorde 80 percent van de dodelijke slachtoffers tot de kleine vissersgemeenschappen die op de kust leven en werken. 9 van de 10 woningen werden er verwoest en de helft van deze mensen verloren al hun bestaansmiddelen.

Een oude bedreiging

Maar deze gemeenschappen hadden het lang voor de tsunami al zwaar. Volgens officile cijfers leefde 25 tot 33 percent van de mensen in de getroffen gebieden onder de armoedegrens. In de vissersdorpen lagen de cijfers nog hoger. Door het aanslepende politieke conflict en vooral door de aanwezigheid van zwaar beveiligde zones in het noordoosten werden hele dorpen gedwongen verplaatst en was de toegang naar de zee zeer beperkt.

De voorbije jaren heeft de groeiende toeristische industrie op de zuidwestkust en in het oosten ook steeds meer beslag gelegd op land dat traditioneel door vissers gebruikt werd om aan te meren en voor de visverwerking. De industrile visserij die grote schepen inzet, heeft het visbestand uitgeput, waardoor de duurzame bestaansmiddelen van de traditionele vissers uitgedund zijn.

“De tsunami heeft een groot gedeelte van de vissers, de boeren, de kleine ondernemers en de dienstverleners kwetsbaarder gemaakt”, zo stelde de overheid. “De programma’s voor wederopbouw moeten zorgen dat deze gemeenschappen hun leven weer kunnen opbouwen, en dat ze beschikken over middelen om een duurzaam inkomen te verwerven.” Maar het rapport Justice for the tsunami victims’ toont aan dat de druk op deze mensen alleen maar groter geworden is.

Het land weer opbouwen

Kort na de tsunami plaatste de overheid de wederopbouw van het hele land’ op de agenda. De president wilde “niet alleen het getroffen gebied in de vroegere toestand herstellen, maar ineens voor een duidelijke verbetering in het gehele land zorgen.” Het officile programma sprak over “wederopbouw die verder gaat dan een schadevergoeding, met een budget dat volstaat om de infrastructuur te bekostigen die een modern ontwikkeld land nodig heeft”.

De tsunami was een van de ergste natuurrampen in de geschiedenis van Sri Lanka, maar uiteindelijk werd slechts 1 percent van de totale landoppervlakte en minder dan 5 percent van de bevolking erdoor getroffen. Die retoriek over de wederopbouw van het gehele land was niet meer dan een tactiek van de overheid om vroegere, betwiste plannen voor nationale ontwikkeling opnieuw op tafel te brengen. En te profiteren van deze crisis omdat gulle schenkers uit de hele wereld grote sommen geld bijeengebracht hebben voor de tsunami-slachtoffers.

Big business

Al op 3 januari gaf de president van Sri Lanka de controle over een nationaal ontwikkelingsprogramma uit handen aan een niet-gouvernementele organisatie die 10 leden telt. Tot deze task force behoren eigenaars van een hotelketen op de kust van Sri Lanka, een bedrijfsleider die hotels en winkelcentra bouwt, de vertegenwoordiger van twee luchtvaartmaatschappijen, de manager van touroperators, een projectontwikkelaar voor havens, luchthavens, enz. Op 13 januari kon deze task force een volledig uitgewerkt plan voorleggen aan de president! Op 17 januari werd het aan de bevolking voorgesteld. Deze task force is nu beheerder van het programma en is voor de duur van drie tot vijf jaar omgevormd tot een overheidsinstelling.

De essentie van het programma is de ontwikkeling van het toerisme. Daarom moeten de gewone mensen wijken van de kustzone. Zij die in deze zogeheten bufferzone woonden, zullen een nieuwe woning toegewezen krijgen. Waar? Dat is nog niet geweten. Voor de hotelsector heeft de task force blijkbaar een andere regeling voorzien: bestaande hotels mogen blijven, nieuwe hotels mogen daar worden gebouwd. Daartoe worden zelfs nieuwe toeristische zones ontwikkeld.

Het ontwikkelingsplan voor Arugam Bay bijvoorbeeld, beslaat 17 op 5 km kuststrook tussen Komari en Panama. De vissers en boeren die daar woonden, moeten weg om plaats te ruimen voor het toerisme. Behalve hotels komt er een winkelcentrum, een jachtclub, een drijvende landingsplaats voor vliegtuigen en helikopters, enz. Indien de 15 voorziene toeristische oorden ongeveer eenzelfde oppervlakte beslaan, zullen in totaal 1.275 km2 door het toerisme worden ingenomen en dat is veel meer dan de 500 vierkante km die door de tsunami getroffen werden.

Er wordt ervan uitgegaan dat het land toebehoort aan de overheid. De vissers en boeren kunnen dus zonder problemen verplaatst worden. Wie niet protesteert, heeft voorrang bij de toewijzing van een nieuwe woning. Indien de 15 toeristische oorden het voorbeeld van Arugam Bay volgen, zullen er tot 75.000 gezinnen moeten plaatsruimen.

De Sri Lankaanse overheid gebruikt 80 miljoen dollar uit het tsunami-fonds om dit programma te financieren:
- 50 miljoen voor een brug over de Arugamlagune;
- 5 miljoen voor een nieuwe weg rond Arugam;
- 20 miljoen voor het bouwen van 2.500 nieuwe woningen in het binnenland;
- 5 miljoen voor watervoorziening en sanitair in de nieuwe woongebieden en in de toeristische zone.

Wat kan je doen met 80 miljoen dollar?

- De regering besliste om te stoppen met de wekelijkse uitkeringen voor voedsel - 200 roepie cash en 175 in bonnen - aan 881.000 getroffenen. Met 80 miljoen dollar zou ze deze mensen nog minstens 6 maanden kunnen helpen.
- Er zijn werken opgestart om 1.659 huizen te bouwen terwijl 41.393 huizen volledig verwoest werden. 80 miljoen dollar zou genoeg zijn om nu voor 32.000 mensen een woning te bouwen.

Als voor elk van de toeristische zones een investering van 80 miljoen dollar nodig is, zal de totale kost 1,2 miljard dollar bedragen of 40 percent van het bedrag dat tot nu toe bijeengebracht werd. En het nieuwe programma voorziet ook nog:
- de aanleg van autowegen;
- de ontwikkeling van grootschalige, industrile vissershavens;
- de privatisering van de natuurlijke rijkdommen. Hoeveel geld zal daar voor nodig zijn?

Nochtans vragen andere problemen dringend om aandacht, zoals het gewapend conflict in het noordoosten, de armoede en de honger. 25 percent van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Rampen zoals gewapende conflicten, armoede en honger zijn noodsituaties die niet kunnen uitgesteld worden. Ze moeten snel, alert en efficint worden aangepakt.

Als besluit

Er zijn duidelijke parallellen tussen de aanpak van armoede en honger enerzijds en de wederopbouw na de tsunami anderzijds: als je de verkeerde mensen laat plannen maken, dan levert dat verkeerde plannen op en is de meerderheid van de bevolking daar de dupe van. Denk maar aan de tienduizenden mensen die in tenten en hutten van golfplaten wonen, in afwachting van een antwoord op de vraag waar ze hun leven weer kunnen opbouwen en met welke middelen zij dat zullen mogen doen. Denk maar aan de honderdduizenden mensen die de voorbije twintig jaar ook al met dezelfde vragen zaten. Denk aan de miljoenen die geduld moeten oefenen tot in 2015 om dan nog maar half zo arm en half zo hongerig te zijn dan nu het geval is.

De miljoenen mensen die zo snel en gul gereageerd hebben na de tsunami en die hebben bijgedragen tot een speciaal fonds om de slachtoffers te helpen, moeten aandringen dat deze hun leven effectief weer kunnen opbouwen. De slachtoffers in Sri Lanka willen vooral terug beschikken over de rijkdommen die ze al generaties lang hadden - het land, het water, de kusten, de zee. Ze willen de ruimte krijgen om hun eigen plannen te kunnen maken.

(*)MONLAR De boerenbeweging Movement for National Land and Agricultural Reform (MONLAR) is een ngo die al 15 jaar samenwerkt met kleinschalige landbouwers en anderen. Ze zorgt voor informatie, vorming, analyse en acties om de leden te sensibiliseren rond het effect van de globalisering op hun bestaansmiddelen. Ze helpt duurzame alternatieven ontwikkelen en toepassen. MONLAR is lid van een alliantie voor de bescherming van de natuurlijke rijkdommen en van de mensenrechten (ANRHR), een netwerk van 200 boerenverenigingen, vissers, plantagewerkers, vakbonden, vrouwengroepen, mensenrechtenverenigingen, ngo’s, academici, geestelijken, enz in Sri Lanka.