Wereldhandelsorganisatie

14 maart 2006

The Constant Gardener

Vanaf 21 december kan u gaan kijken naar de romantische thriller ’The Constant Gardener’, de verfilming van het boek van John le Carré. De film brengt thema’s als sociaal verantwoord ondernemen en de enorme winsten in de farma-industrie naar het witte doek. Het verhaal is fictie, maar de basis is al te waar; miljoenen mensen moeten leven zonder betaalbare geneesmiddelen.
De link met de WTO? Het akkoord over intellectuele eigendomsrechten (TRIPS), onderhandeld binnen de WTO, gaat ondermeer over geneesmiddelenpatenten en de toegang tot geneesmiddelen in arme landen.

- De film
- De feiten
- Op lokatie in Kibera
- Wat Oxfam vraagt

De film

In een afgelegen gebied in Noord-Kenia wordt de toegewijde en gepassioneerde mensenrechtenactiviste Tessa Quayle (Rachel Weisz) op brutale wijze vermoord. Tessa’s reisgezel, een lokale dokter, is nergens meer te bespeuren en alles wijst in de richting van passionele moord.

JPEG - 15.9 kB

Justin Quayle (Ralph Fiennes), een zachtaardige en introverte diplomaat is een gebroken man als hij het nieuws over zijn vrouw verneemt. Maar gedreven door spijt en de geruchten over het overspel van Tessa met de dokter, stort hij zich in een gevaarlijk spel. Hij is vastbesloten om de naam van zijn vrouw te zuiveren en haar werk af te maken.
Justin begint aan een persoonlijke queeste en verdiept zich in de wereld van de farmaceutische industrie. Hij ontdekt dat Tessa op het punt stond om wanpraktijken aan het licht te brengen en Justin jaagt over twee continenten op zoek naar de waarheid. Hij ontdekt al gauw een wijdverbreid complot vol dubieuze geneesmiddelentesten, lucratieve business en moord.
Op 21 december komt de film in de zalen. Filmsite bij verdeler Cineart

De feiten

Meer dan twee miljard mensen in ontwikkelingslanden hebben geen toegang tot levensnoodzakelijke medicijnen, onder meer omdat ze te duur zijn. De prijs van geneesmiddelen is van zeer groot belang, aangezien de meeste inwoners van arme landen zelf moeten opdraaien voor het volledige bedrag.

JPEG - 14.2 kB

De farmaceutische industrie kan de prijzen hoog houden dankzij de wereldwijd geldende handelsregels die door de Wereldhandelsorganisatie werden goedgekeurd. Elk land moet immers patenten erkennen op nieuwe geneesmiddelen voor een periode van twintig jaar. Die patenten geven de bedrijven het alleenrecht om het gepatenteerde geneesmiddel te produceren, te gebruiken en te verkopen. Door die regels is concurrentie van andere producenten uitgesloten. Daardoor kunnen andere fabrikanten geen generische geneesmiddelen, de goedkope versie van het gepatenteerde geneesmiddel, op de markt brengen.
De farmaceutische bedrijven in landen als India kunnen daardoor geen goedkope kopien van die geneesmiddelen uitbrengen, tenzij hun regering bereid is om de patenten op te heffen. Sommige regeringen, zoals de Braziliaanse, overwegen dat te doen voor de belangrijkste medicijnen. Arme landen worden echter fel onder druk gezet door de rijke landen om de patentbescherming zelfs nog te verhogen. Daardoor kan de verkoop van generische varianten op levensnoodzakelijke medicijnen nog jaren uitblijven, ook nadat het patent is verlopen.

De grote farmaceutische bedrijven argumenteren dat die hoge prijzen, die ze dankzij de patenten kunnen verwerven, nodig zijn om het onderzoek en de ontwikkeling (Research & Development, R&D) van nieuwe geneesmiddelen en behandelingen te financieren. Tot op zekere hoogte is dit waar. Wel is het zo dat het de rijke landen zijn die het meeste voordeel uit halen uit dat R&D. Waarom moeten de armen daar dan de prijs voor betalen?
In de praktijk gaat het leeuwendeel van de 40 miljard dollar die de farmaceutische industrie investeert in R&D naar geneesmiddelen die uiteindelijk in rijke landen worden verkocht of naar de productie van varianten op de meest winstgevende medicijnen. Het zijn voornamelijk de belastingbetalers en privbijdragen - dus niet de farmamultinationals - die het onderzoek naar ziektes in ontwikkelingslanden financieren.

De multinationals hebben heel wat geld en energie aangewend om er zeker van te zijn dat de patentregels hen toelaten de hoogst mogelijke prijs voor hun medicijnen te vragen Ze zijn zelfs aan het lobbyen om het patentrecht nog uit te breiden.
Uiteindelijk dragen ze weinig bij aan het R&D van medicijnen waar de allerarmsten beter van worden. Ook al doneren sommige bedrijven medicijnen of verlagen ze de prijzen op bepaalde geneesmiddelen, ze kunnen de kloof die ze mee hebben veroorzaakt niet dichten.
Bedrijven zijn geen liefdadigheidsinstellingen. Ze moeten concurrentieel zijn en hun aandeelhouders tevreden houden. Toch zijn ook zij het die levensreddende geneesmiddelen produceren en patenten krijgen om die taak uit te kunnen voeren. Dat houdt in dat de farmaceutische industrie sociaal verantwoord moet zaken doen en sociaal verantwoorde regels moet vragen van overheden. Top

Op lokatie in Kibera

De openingsscne van The Constant Gardener werd opgenomen in Nairobi, in de grootste sloppenwijk van sub-Sahara-Afrika. Kibera is een sloppenwijk van ongeveer 600 are groot waar naar schatting 800.000 (volgens sommige bronnen 1.200.000) mensen wonen. De meesten onder hen leven in zelfgemaakte hutten - zonder sanitaire voorzieningen, elektriciteit of stromend water. De straten’ bestaan uit een wirwar van verhoogde paden en ondiepe geulen die uitlopen in een primitief riolenstelsel.
Het belangrijkste gegeven in de stad is een treinspoor dat de sloppenwijk in twee deelt. De inwoners zetten kraampjes op langs de sporen, waar ze alles uitstallen dat ook maar enige waarde heeft in de ogen van een mogelijke koper.
Ongeveer 56% van de bevolking in Kenia leeft in armoede. Dat betekent dat 15 miljoen mensen moeten overleven met 0,80 dollar per dag. Inwoners van Kibera moeten het met nog minder stellen. Bij het begin en einde van iedere werkdag lopen honderden mensen langs de weg naar de sloppenwijk. Ze gaan te voet van en naar hun werk om geen 30 cent uit te moeten geven aan een buskaartje.

Bovenop het gebrek aan basisvoorzieningen, is er een groot hiv/aidsprobleem. Ongeveer n op zes Kenianen zou seropositief zijn. Zoals in heel sub-Sahara-Afrika, stijgt het aantal wezen in Kenia elke dag, terwijl de essentile sociale voorzieningen om hen op te vangen onbestaande zijn.

”Afrika zal mij altijd bijblijven om heel uiteenlopende redenen,” zegt Fernando Meirelles, de regisseur van The Constant Gardener. “Enerzijds zijn er het adembenemende landschap en de hartelijke ontvangst door de Afrikanen. Het is er echt prachtig. Maar ik kan niet, en ik zal ook nooit, de problemen vergeten waarmee het continent te kampen heeft. Die waren veel dramatischer dan ik had verwacht.
En hoe moet het verder? Als ik bedenk dat n op zes Kenianen seropositief is, en dat ook hepatitis, tuberculose en tal van andere ziektes die heel Afrika treffen er een ravage aanrichten... Het is beangstigend. Het is moeilijk de hoop niet te verliezen voor de toekomst, maar we moeten volhouden.”

Oxfam werkt al jaren samen met gemeenschappen in Kibera om het onderwijs en de hyginische situatie te verbeteren. Top

Wat Oxfam vraagt

Oxfam vraagt de Wereldhandelsorganisatie om de regelgeving op de patenten te hervormen zodat de regeringen van ontwikkelingslanden het recht verwerven om levensnoodzakelijke geneesmiddelen zo goedkoop mogelijk te verkrijgen, zonder gerechtelijke procedures of handelssancties te riskeren.
Oxfam richt zich ook tot de farmaceutische industrie, waaronder multinationals als GlaxoSmithKline en Pfizer, om de hervormingen van de patentregelgeving te steunen, om betaalbare generische geneesmiddelen toegankelijk te maken voor ontwikkelingslanden en om realistische prijzen te vragen voor hun geneesmiddelen zodat ook de mensen in arme landen die kunnen betalen. Top

Lees meer op de website van de internationale Oxfamcampagne Make Trade Fair, onderdeel Toegang tot medicijnen