Terugkeer naar Haïti

Caroline Gluck, medewerkster van Oxfam Groot-Brittannië, ging vlak na de aardbeving naar Haïti om verslag uit te brengen over de situatie. Twee jaar later keert ze terug. In een blog en fotofilmpje vergelijkt ze de toestand nu met die van twee jaar geleden.
Ik keek er niet naar uit om terug te keren naar Haïti. Twee jaar geleden was ik een van de eersten van het noodteam van Oxfam die naar het eiland vloog. Ik arriveerde drie dagen na de verwoestende aardbeving, die meer dan 220.000 dodelijke slachtoffers maakte en meer dan een miljoen mensen dakloos maakte.
Het was een van de zwaarste rampen waarover ik ooit bericht heb. Maar het was eigenlijk pas nadat ik Haïti verliet, bijna drie weken later, dat ik besefte wat een krachtige emotionele impact de situatie op me had. Zelfs vandaag nog kan ik nauwelijks een nieuwsverhaal lezen over Haïti, zonder de tranen in de ogen te krijgen.
Gedwongen uitzettingen
Met enige angst nam ik toch het vliegtuig met bestemming Port-au-Prince, de getraumatiseerde hoofdstad van het armste land in het Westelijk halfrond. Ik had gehoord van recente uitbraken van cholera, het trage verloop van de heropbouw, en het feit dat nog steeds meer dan een half miljoen mensen in kampen wonen, vaak in tenten of onder dekzeilen. Ik vreesde dat wat ik te zien zou krijgen niet veel beter zou zijn dan wat ik twee jaar geleden achter me liet.
De eerste indruk beloofde al niet veel goeds. Er ligt nog steeds heel wat puin in de straten, hoewel veel daarvan zorgvuldig op elkaar gestapeld is. Veel ingestorte gebouwen bevinden zich nog steeds in de staat van vlak na de aardbeving en staan tussen andere gebouwen die wel al heropgebouwd zijn.
En dan zijn er de tentenkampen. Die zijn niet langer de breekbare schuilplaatsen, gemaakt uit restanten van kledij en plastic platen, waar ik bij mijn eerste bezoek zo vertrouwd mee raakte. Deze kampen zijn deprimerend permanent. Het lijkt alsof mensen zich er voorgoed gevestigd hebben. Wat aanvankelijk als een tijdelijke redding gold, is nu de enige lange termijnoplossing die er is.
Helaas, voor vele tienduizenden gezinnen is dat niet eens het geval. Ze kamperen niet in het openbaar, maar op privé-eigendom en worden nu bedreigd met uitzettingen. Vaak komt daar geweld aan te pas, van eigenaars die de voorbije twee jaar geen huur ontvangen hebben.
De strijd om basisbenodigdheden
Gedurende de eerste dagen heb ik plaatsen bezocht, die ik in mijn vorige reis naar Haïti ook aandeed. Het voormalige kantoor van Oxfam, waarvan een deel zwaar beschadigd raakte tijdens de aardbeving, is gerenoveerd en herschilderd en doet nu dienst als het kantoor van een privébedrijf. Het beschadigde bijgebouw is omheind en de bovenste twee ingestorte verdiepingen zijn verwijderd.
Het enorme kamp voor ontheemde families, dat een golfterrein bezet in de groene en gegoede voorstad Petionville, barst nog steeds uit zijn voegen. Hoewel het aantal bewoners gedaald is, leven de mensen er nog steeds op elkaars schoot. De dagelijkse strijd om basisbenodigdheden als schoon water, werk en een minimum aan privacy, woedt nog steeds zo hevig als altijd.
Ik keerde ook terug naar de wijk Baillergeau, in Carrefour Feuilles. Dat was een van de zwaarst getroffen gebieden die ik twee jaar geleden bezocht. Ongeveer 90 procent van de huizen stortte er in, stapels puin blokkeerden de wegen en duizenden mensen moesten noodgedwongen kamperen op wat ooit een voetbalveld was. De camping is er niet meer. De meeste mensen zijn verhuisd naar andere tijdelijke onderkomens, in plaats van naar degelijke huizen, en een groot deel van het puin is geruimd.
’Een veilige plek waar mijn kinderen kunnen opgroeien’
Tijdens mij bezoek zag ik ook dat er heel wat gebouwd werd. Luidruchtige vrachtwagens reden met allerlei bouwmaterialen af en aan op de smalle, stoffige wegen. Langs de weg stonden heel wat mensen voedsel en andere basisproducten te verkopen in kiosken. Sommigen daarvan hadden een klein bedrag ter beschikking gekregen van Oxfam om hun bedrijf opnieuw op te starten.
In Baillergeau ontmoette ik ook Marguerite Ulysse opnieuw. Twee dagen na de aardbeving beviel zij van een meisje. Nu, twee jaar later, is ze opnieuw zwanger. Haar dochtertje, Neika, is een gezonde, sociale en ondeugende peuter.
We begroetten elkaar en namen de tijd om bij te praten. Hoewel het dagelijkse leven een strijd blijft, is Marguerite noch pessimistisch, noch bitter, maar ze is dankbaar voor de hulp die ze gekregen heeft van Oxfam en andere hulporganisaties.
Ze geeft toe dat ze hoopt dat de verandering sneller zou gebeuren. Maar dat is nu eenmaal de realiteit. Ze is gelukkig om de kleine dingen: dat haar echtgenoot, die een opleiding tot politieman heeft genoten, werk zal vinden; dat haar kinderen gezond zijn; en dat haar oudste dochter naar school kan gaan.
Haar voornaamste zorg is onderdak. Ze wil weg uit het puin en het vuil, en hoopt te verhuizen naar een permanent huis.
“Het belangrijkste voor mij is de toekomst van mijn kinderen. Als ik sterf, wil ik weten dat ik mijn dochters kan achterlaten op een plek waar ze kunnen opgroeien”, zei ze me.
Hoop op verandering
Ik bezocht de volgende weken nog meer sites waar Oxfam en haar partners werkzaam zijn: gemeenschappen en scholen waar water- en sanitaire voorzieningen geïnstalleerd worden; gezondheidsbevorderende activiteiten die de verspreiding van ziekten als cholera proberen tegen gaan; mensen die gesteund worden bij de heropstart van hun bedrijf met geld en opleidingen, waaronder taallessen die mensen en nieuw gevoel van trots en een toekomstperspectief geven.
Ik zou willen zeggen dat Haïti heel erg veranderd is sinds de voorbije twee jaar, maar dat kan ik niet. De noodhulp en de donaties die naar Haïti gezonden werden, hebben ongetwijfeld veel levens gered en basis- en essentiële diensten, waaronder voedsel en water, tot bij miljoenen mensen gebracht. Maar een wederopbouw is een heel andere kwestie.
Toch is het element dat mij het meest raakte toen ik het land voor het eerst bezocht, en dat me vandaag blijft raken, de energie, creativiteit en intelligente geest van de mensen. Die behouden ze ondanks de dagelijkse problemen en uitdagingen. Haïtianen zijn overlevers; realistisch, maar niet doemdenkend. Ze hopen nog steeds op verandering, en geloven dat die op een dag zal komen.

]
Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
