Voedselsoevereiniteit

11 maart 2010

Technologische oplossingen volstaan niet voor bestrijding voedselcrisis

Kunstmest, mechanisatie, GMO’s, enz. Al deze technologische mogelijkheden worden voorgesteld als wondermiddelen om de voedselcrisis op te lossen. Maar deze oplossingen kenden in het verleden een wisselend succes. Zullen zij volstaan om de actuele problemen aan te pakken?


Dit artikel maakt deel uit van Globo n°29, maart 2010: "Welke oplossingen zijn er voor de voedselcrisis?"
Door de demografische groei en de noodzaak om vanaf 2050 negen miljard mensen te voeden, lijken moderne, technologische oplossingen onmisbaar. Nochtans boden deze methodes in het verleden niet de verwachte resultaten.

Duur maar niet duurzaam

Het militaire regime (1964-1985) van Centraal-West Brazilië heeft aanzienlijke subsidies toegekend voor de oprichting van immens grote, moderne sojabedrijven die exporteren. Resultaat: de dagloners werden vervangen door machines en onkruidverdelgers. De meesten van hen zijn nu werkloos in een regio waar de werkloosheidscijfers al hoog waren. Door de monocultuur van soja wordt de kwaliteit van de grond aangetast, de erosie neemt toe en gewassen worden geconfronteerd met nieuwe ziektes.

Terwijl andere landen schade ondervonden van een gelijkaardig beleid, heeft Malawi wel rekening gehouden met de werkloosheid. Het land wilde de kleine landbouwers steunen in plaats van investeringen van multinationals in de agro-business aan te moedigen. In 2005 kende de overheid massaal veel subsidies toe voor kunstmeststoffen aan de kleine boeren. Op die manier konden 2 miljoen families hun oogsten verbeteren en dus de voedselzekerheid van het land vrijwaren.

Ongelijkheid neemt toe

Is het gebruik van meststoffen wel een duurzame oplossing? Als we naar de ‘groene revolutie’ van de jaren ’60 en ’70 kijken, mogen we ons die vraag wel stellen. Die revolutie was gebaseerd op de verspreiding van tarwe – en rijstvariëteiten die het gebruik van kunstmest noodzakelijk maakten. De productiviteit in vele Aziatische landen steeg dan wel, maar er waren ook andere desastreuze gevolgen zoals de uitputting van de bodem, een verminderde biodiversiteit, vervuiling,… Door de invoering van de technologie nam de ongelijkheid ook toe tussen de meerderheid van de arme boeren en een kleine minderheid die toegang had tot grond, zaaigoed, meststoffen en infrastructuur.

Deze ongelijkheid zien we ook terug in de biotechnologie, zoals bijvoorbeeld de genetisch gemanipuleerde zaden. Deze zaden zijn meestal niet beschikbaar voor de boeren omdat ze beschermd zijn door patenten. De opkomst van GMO’s bevoordeelt eigenlijk enkele agro-industriële bedrijven die de voedselketen gaan beheersen. Bovendien zijn de risico’s voor de gezondheid en het milieu nog niet bekend en is hun miraculeuze effect op de productie nog altijd niet bewezen. Onderzoek leert ons immers dat zelfs de meest optimistische productiviteitwinst niet kan tippen aan de voordelen die duurzame alternatieven zoals de agro-ecologie kunnen bieden.

Agro-ecologie als alternatief

Agro-ecologie is een duurzaam systeem van landbouwproductie. Ze verbindt landbouwtradities met nieuwe wetenschappelijke bevindingen in respect voor het milieu (geen gebruik van GMO’s, pesticiden en kunstmest). Onderzoek wees uit dat dit systeem in staat is om 92% van de conventionele landbouwproductie in de ontwikkelde landen te verzekeren en om 80% van de productie in ontwikkelingslanden te verhogen.

Oxfam-Solidariteit steunt verschillende projecten van dit type:
- bewaring, uitwisseling en commercialisering van kwaliteitsvolle zaden. Zo kunnen boeren hun productie diversifiëren en zaden telen die aangepast zijn aan de geo-klimatologische omstandigheden en de culturele smaken van de consument ( Mali, Mozambique, Vietnam, Burkina Faso,…)
- steun aan de agro-ecologische productie, zonder pesticiden en onkruidverdelgers ( Cuba, Vietnam,…)
- ontwikkeling van technieken om de vervuiling van gronden tegen te gaan en de vruchtbaarheid te verbeteren (Burkina Faso)

Dit zijn maar enkele voorbeelden van innoverende en goedkope oplossingen om voldoende voedsel voor iedereen te produceren, werkgelegenheid te verzekeren op het plattenland en het milieu en de natuurlijke bronnen te beschermen. De boeren behouden bovendien de controle over deze vernieuwingen die weinig productiemiddelen en externe tussenkomsten nodig hebben.

Technologische oplossingen alleen kunnen nooit een antwoord bieden op de voedselcrisis. Wel zijn ze een kans om de lokale expertise te ondersteunen. Bovendien moeten ze samengaan met gestructureerde politieke beslissingen, want daar blijken vele landen eerder nood aan te hebben.

Julie Fueyo Fernandez