Stop-EPA: nu meer dan ooit?

De Economische Partnerschapsakkoorden zijn voor de Europese Commissie een instrument om haar globale strategie te realiseren, via de liberalisering van de wereldhandel. Tegen eind december 2007 moeten de akkoorden getekend zijn, dus wordt de druk op ACP-landen opgevoerd. Het middenveld pleit voor meer tijd en politieke ruimte voor een echte ontwikkelingsstrategie.
Het probleem met de Economische Partnerschapsakkoorden (EPA’s) is dat ze in aanvaring komen met de Millenniumontwikkelingsdoelstellingen (MDG’s) en met de eigen ontwikkelingspolitiek van de EU, zoals die decennialang met haar zuidelijke partners in de Cotonou-akkoorden werd gepraktiseerd. De EU biedt de ACP-landen weinig zekerheid dat er niet een nieuwe vorm van kolonialisme opduikt, die de onderontwikkeling in stand houdt.
De vrijhandelsmissie van de EU wordt helemaal ongeloofwaardig, als we weten dat zij 100 miljoen euro landbouwsubsidies uittrekt voor de export van landbouwproducten. Dat laat de niet-gesubsidieerde ACP-producenten geen enkele kans om op de vrije markt te verkopen.
En terwijl de noordelijke landen gemiddeld slechts 1,6% douanetarieven moeten betalen, kijken ontwikkelingslanden aan tegen meer dan het dubbele om toegang te krijgen tot de rijkere markten. Voor de armste landen is de noordelijke tolmuur zelfs driemaal hoger dan diegene die ze zelf mogen optrekken. Als klap op de vuurpijl beogen de EPA’s niet meer of minder dan de afbraak van 80% van de douanetarieven die de economien van de ACP-landen sinds de onafhankelijkheid moeten beschermen.
Het is zowaar een shocktherapie die doet denken aan de dramatisch gefaalde Structurele Aanpassingspolitiek van de Wereldbank in de jaren tachtig en negentig. Dit was een vorm van structureel geweld waarvoor diezelfde instellingen sindsdien al dikwijls schuld bekend hebben (cfr. de focus op armoedebestrijding in de Poverty Reduction Strategy Paper van M. Saponara voor de WB, enz. )
De zogenaamde Structurele Aanpassing was een fase in de Noord-Zuidverhoudingen, die aan ontwikkelingshulp een slechte naam gegeven heeft. Ironisch genoeg speelt de EPA handelsfilosofie hierop in met haar “Trade, not aid”-adagio en met dezelfde soort van remedies…
2 maten en 2 gewichten
Afrika en de vele eilandstaten twijfelen aan het natuurlijk globaal leiderschap van de EU, niet alleen omwille van het strikt handelsgebonden dossier. De EU stelt ook voorwaarden aan anderen rond ecologie en mensenrechten, terwijl het die zelf niet respecteert. “L’enfer, c’est pour les autres”?
De uitstoot van Europese broeikasgassen is terug gestegen naar het niveau van 1990. In feite is de EU-uitstoot sinds Kyoto (1997) met 2 % toegenomen. De liberalisering van de markt voor COuitstoot en biologische brandstoffen door de EU is een complete mislukking geworden. Toch wordt van de ACP-landen een verantwoordelijk en duurzaam bestuur verwacht.
De Aziatische agenda van de Europese Commissie mist elke ethische dimensie, van zodra China of energierijke dictaturen ter sprake komen. Toch wordt van de armste landen een goed en democratisch bestuur gevraagd n respect voor de mensenrechten.
Voor de kust van Westelijk Sahara koopt de EU de visserijrechten op, wat in strijd is met VN-resoluties. Tegelijk dreigt ze niet-ondertekenaars van de EPA-akkoorden te bestraffen - bijvoorbeeld geen markttoegang in de EU – en daarmee overtreedt ze haar eigen raamakkoord met de ACP-landen (Cotonou akkoord, artikel 37.6 ).
Door te dreigen met een stopzetting van de financiering voor ontwikkeling overtreedt de Europese Commissie de basisregels van haar eigen communautair recht. Maar van de ontwikkelingslanden wordt verwacht dat zij de nationale en de internationale rechtsregels respecteren.
Nog vijf conflictthema’s medio 2007
1. Onvoldoende regionale integratie - De door de Europese Commissie bepaalde regionale blokken van landen zijn artificieel en houden geen rekening met de realiteit. Binnen die blokken bevinden zich immers landen met een verschillend niveau van ontwikkeling. In Afrika zal het quasi onmogelijk zijn om een gemeenschappelijke tariefzone te creren, laat staan te spreken van een alomvattende regionale handelspolitiek. De meeste regionale EPA-blokken stellen dan ook dat de EU moet rekening houden met deze realiteit.
Er zijn aanwijzingen dat sommige ACP-regeringen hun hardere standpunten van 2006 stilaan opgeven als gevolg van de EU-intimidatie, bijvoorbeeld rond een beperktere markttoegang en minder financiering voor ontwikkeling. Na het Gaza-drama hoeft geen enkel zuidelijk regime meer overtuigd te worden van de effectiviteit van de Westerse “hogedrukpan”-strategie.
De verzwakkende strategische positie van de ACP-landen heeft ook een averechts effect. Door de zwakke bestuurlijke capaciteit komt in geen enkele van de EPA-regio’s een degelijke afronding van de onderhandelingen in zicht. Bovendien legt de Europese Commissie de “Singapore issues” op de onderhandelingstafel om de inzet te verhogen. Deze “issues “ zijn de binnen de WTO afgewezen niet-handelsgerelateerde thema’s zoals investeringen, intellectuele eigendomsrechten, enz.
De ironie van dit verhaal is dat nu ook binnen het Europese ambtenarenapparaat bezorgde stemmen opgaan over de eigen capaciteit qua mankracht en expertise om de uitdijende agenda van de EPA’s en hun wurgende deadline in goede banen te leiden.
Ondanks dit alles stelt de EC dat de onderhandelingen moeten opschieten. De maanden juni en juli zullen een verhoogde intensiteit van dit proces meemaken. De onderhandelingen met de ACP-regeringspartners zullen worden opgevoerd. De publieke opinie in de ACP-landen wordt meer en meer aangesproken via educatieve seminaries en nationale mediacampagnes, die niet zelden gericht zijn tegen de kritische standpunten van het middenveld in die landen.
Er is dus weinig perspectief voor een nheidsmarkt naar Europees model. Dit was een proces van 40 jaar waarbij een geleidelijke consensus tussen gelijke lidstaten ontstond.
2. Vrije markttoegang is ver af - Volgens de WTO-regels moeten alle partijen hun handelsbelemmeringen op substantile wijze opruimen. Dit laat ruimte voor een lijst van “gevoelige producten” die aan deze liberalisering zouden ontsnappen omdat ze te belangrijk zijn voor de sociale economie van een ACP-land (bijv.voedselproducten).
Maar er is geen akkoord over hoe deze lijst moet opgemaakt worden, laat staan over het bestaan van zulke lijst. De EU geeft geen enkele aanwijzing over hoeveel vrijstellingen van gevoelige producten ze wil accepteren. Dat maakt onderhandelen extra moeilijk. Het enige wat de EU voorstelt, is een overgangsperiode van 12 jaar om de lijst van gevoelige producten (bijv. grondstoffen, afgewerkte producten) geleidelijk af te bouwen. Maar ook hier is er geen doorbraak omdat de ACP-landen enkel willen onderhandelen over een periode van 18 jaar.
Wellicht zal het nog enkele jaren duren voordat vele van de handelsakkoorden in voege treden. Misschien wordt er wel getekend maar niet uitgevoerd. In dat geval volgen de EPA’s hetzelfde ”unhappy ending”- verhaal van de Structurele Aanpassingsprogramma’s met de Wereldbank en de Afrikaanse landen tijdens de jaren tachtig en negentig.
De EU biedt de groep van de 50 armste landen weliswaar een tariefvrije toegang onder het “Everything But Arms”-schema (EBA). Maar de kleine lettertjes in dit voorstel linken dit voorrecht met “regels van oorsprong” die de Europese consument zogezegd moeten beschermen tegen gezondheidsrisico’s bij het gebruik van ACP-producten (“voedselveiligheidsbeleid”).Uiteindelijk is het aantal producten dat de armste landen kunnen invoeren minimaal en hun keuze is ingegeven door een selectief Europees protectionisme ten behoeve van hun eigen kwetsbare sectoren. Het resultaat is dat de EBA- landen nog steeds 40% aan importkosten moeten ophoesten als zij de Europese markt willen bereiken.
Hieruit volgt ook dat vroegere campagnethema’s rond gevoelige producten zoals suiker terug op tafel zullen komen. De ontwikkelinglanden zullen immers teruggedrongen worden in de verdediging van hun klassieke monoculturen, omdat zij van hun sociale economie nog willen redden wat er te redden valt. Van productdiversificatie waar de EPA-theorie naar verwijst, zal niet veel in huis komen.
3. Wederkerigheid van diensten en handelsgerelateerde thema’s is niet bereikt - Zolang er geen regionale ontwikkeling tussen landen onderling van de grond komt, verzetten de ACP-landen zich tegen een volledige en voorbarige opening van hun markt voor de EU of andere EPA blokken. Zij stellen dat ze nationaal nog niet over de institutionele capaciteit beschikken om alle vrijhandelsverplichtingen, zoals op gebied van intellectuele eigendomsrechten, investeringen, competitie, reguleringen, publieke aanbesteding, arbeid en milieu, tot stand te kunnen brengen. Spreken over een regionale capaciteit, alsof de opsplitsing in regionale blokken al een functionerende nheidsmarkt in wording is, blijft “wishful thinking”.
4. De beloofde compensaties voor inkomenverlies zijn onzeker - Compensaties voor verlies als gevolg van de shocktherapie dienen te gebeuren op vier terreinen : fiscale systemen opzetten; handelsfacilitering en exportdiversificatie ; productie en tewerkstelling ; opleiding en productiviteitsverbeteringen.
De EC heeft beloofd “Aid for Trade” ter beschikking te stellen, maar voorziet geen precies budget en zegt niet waar dit geld vandaan moet komen. De ervaring met de MDG’s, waar vandaag slechts 10% van de beloofde steun werd vrijgemaakt, maakt de Afrikaanse landen extra wantrouwig over donor-engagementen.
5. De datum voor vrijstelling tot 1/01/08 is een symbooldebat geworden - De EC is (officieel) niet van plan deze deadline te hernieuwen. Ngo-netwerken stellen voor het bestaande preferentiesysteem uit het Cotonou-akkoord tijdelijk te laten doorlopen tot na 1 januari 2008 (General System of Preferences +) om zo politieke ruimte en tijd te maken zodat de EPA’s een meer ontwikkelingsgerichte invulling kunnen krijgen.
Sommige ACP-landen beginnen bij deze positie aan te sluiten. Maar ook EU-lidstaten zoals Scandinavi, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Itali, Oostenrijk en toekomstig EU-voorzitter Portugal laten horen dat zij in de herfst van dit jaar het moeizame EPA-proces aan een grondige onderzoek willen onderwerpen in de Raad van Ministers. De Europese Commissie zit dus met een onverwachte en ongewenste interne deadline, waardoor de druk op de ACP-landen tijdens de zomermaanden nog zal verhoogd worden. Minder tijd betekent minder reflectie, minder impactstudies en meer kans op ontsporing.
Conclusie
Het algemeen beeld is dat van een politieke en bureaucratische elite die brandhout maakt van de Cotonou-akkoorden en die een einde wil stellen aan een tijdperk waarin solidariteit en niet concurrentie tussen Noord en Zuid ht centrale uitgangspunt was.
De Amerikaanse historica Barbara Tuchman parafraserend zou men kunnen stellen dat EPA‘s n van de vele “Marsen der Dwazen “ uit de geschiedenis dreigen te worden. Dit wil zeggen, een marsorder waarmee de elite, verdwaasd door haar perceptie van de almacht, uiteindelijk de eigen belangen ondergraaft.
In het geval van de EPA’s zou deze mars kunnen stranden in wat de internationale economische literatuur een “dode letter handelsregime” noemt. Dit falen zou kunnen gevolgd worden door gevaarlijke vormen van protectionisme. Dit vormt een bijkomend risico dat verder reikt dan de EPA-context. Voor het zover komt, zullen honderden miljoenen kwetsbare mensen al een harde prijs betaald hebben. Ook dt is een historisch gegeven langs de paden waar de marsen der dwazen voorbijtrokken.
Strategie van het middenveld
De echte strijd tegen EPA’s wordt in het Noorden gevoerd. De voornaamste slachtoffers van de EPA’s vallen in het Zuiden, maar in Europa bevinden zich de belangrijkste commandoposten van het multinationale bedrijfsleven en de internationale bureaucratie. De EPA’s moeten niet gehumaniseerd of aangepast worden. Ze moeten gestopt worden met alle democratische middelen de we kunnen mobiliseren. Het gaat om structureel geweld dat verpakt is in moderniseringsjargon.
Ngo’s moeten afstappen van de gewoonte de partners in het Zuiden te gaan versterken tegen hun regeringen in. We geven die regeringen telkens weer respijt omdat ze luisterbereidheid tonen maar concreet ondernemen ze niets. Van de “stille diplomatie” van de Belgische buitenlandkabinetten tegen de deadline hebben we ondertussen niet veel meer gehoord…
We moeten onze overheden op hun eigen criteria blijven toetsen:
goed beleid (kwaliteit)?
goed bestuur ( transparant)?
coherentie en geloofwaardigheid?
naleven van de eigen rechtsprincipes ?
politiek fatsoen ?
relevantie en effectiviteit in aanmerking genomen ?
De civiele maatschappij moet dit planmatig doen en drie pistes bewandelen:
de wetenschappelijk piste: de geloofwaardigheid van de concepten die aan de basis liggen van de EPA’s in vraag stellen. Een Platform van sociale watenschappers met talloze Nobelprijswinnaars en gezaghebbende intellectuelen is in de maak. Dit zou n gezaghebbende stem moeten worden zoals deze van de fysici tegen atoomwapens. De Commissie zou haar steun uit de academische wereld zien verminderen en achterblijven met wetenschappelijke waterdragers van tweede categorie, zoals ook de Wereldbank vandaag aan het overkomen is.
de wettelijke piste: de legitimiteit van het EPA onderhandelingsproces moet uitgeklaard worden voor een juridische instantie. Als een multinationale onderneming “named and shamed” kan worden en voor het gerecht gedaagd, waarom dan niet een internationaal publiek agentschap zoals de Europese Commissie? De ngo’s in het Zuiden dagen hun regeringen voor het gerecht wanneer zij de EPA-akkoorden zouden ondertekenen. Wij kunnen niet minder doen in het Noorden. Action Aid is reeds begonnen met het consulteren van internationale juristenkantoren, het Commonwealth Secretariaat in Londen en het Europees Centrum voor Ontwikkelingmanagement in Maastricht plegen reeds voorstudies in die richting.
de politieke piste: de parlementen plaatsen voor hun verantwoordelijkheden betreffende het democratisch deficit van EPA’. Een “Platform of Concerned European Parliamentarians”is reeds in voorbereiding. Het is de voornaamste taak van de parlementsleden de democratische verworvenheden die zij zo graag naar het buitenland exporteren of etaleren hier bij ons in het Noorden ook te verdedigen. Laat hun dan nu kleur bekennen.
Etienne De Belder, onderzoeker rond handel bij Oxfam-Solidariteit
Bronnen:
Alles over EPA’s:
Stop Epa: www.stopepa.org
Acties tegen de EPA’s:
Seattle to Brussels Network: www.S2bnetwork.org
www.tradeobservatory.org
www.11.be
Mayur Patel, Economic Partnership Agreements, GEG Oxford University/Oxfam International, oktober 2006
Oxfam-Rapport: Unequal Partners: How EU-ACP Economic Partnership Agreements could harm the development prospects of many of the world’s poorest countries, september 2006
Oxfam-Rapport “A Matter of Political Will” 25/04/07)


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
