Stijgende of dalende voedselprijzen lossen armoedeprobleem niet op

Op 26 januari 2012 publiceerden onderzoekers Swinnen en Squicciarini een artikel over voedselzekerheid en -prijzen in het magazine Science, waarbij zij internationale instellingen een gebrek aan nuance verwijten.
In het artikel ’Mixed Messages on Prices and Food Security’ bekritiseren Swinnen en Squicciarini de verwarrende en elkaar tegensprekende boodschappen van organisaties zoals de VN, de Wereldbank en Oxfam.
Het recht op voedsel moet gegarandeerd worden
De kernboodschap van het artikel luidt: “Als men beleidsmaatregelen neemt die prijzen beïnvloeden, dan zijn er winnaars en verliezers, niet alleen tussen rijk en arm, maar ook onder de armen. Deze nuances zijn vaak afwezig in het publieke debat en dat veroorzaakt een slecht beleid.
Vandaag wordt geargumenteerd dat hoge voedselprijzen de armen treffen, maar dat staat in contrast met de boodschap van enkele jaren geleden die stelde dat lage voedselprijzen de armen treffen.” (vertaald uit Science, p. 405)
Oxfam argumenteert dat haar boodschap wel degelijk consequent is. De kernvraag die de organisatie zich namelijk systematisch stelt, is hoe die prijzen zich vertalen in inkomen en koopkracht voor diegenen die in armoede leven en honger lijden.
Het is correct dat hogere prijzen gemengde effecten hebben op armoede en honger. Oxfam ziet dit elke dag op het terrein bij mensen in steden en op het platteland. Het is inderdaad zo dat noch hoge noch lage voedselprijzen dé oplossing zijn voor het probleem van de voedselzekerheid. En de sterke prijsschommelingen die we de laatste jaren zagen, vormen in elk geval een groot probleem voor die voedselzekerheid.
Vroeger maakten lage prijzen op de wereldmarkt het onmogelijk voor boeren om competitief te zijn: door de lage prijzen hadden boeren een laag inkomen en werd er niet geïnvesteerd in landbouw in ontwikkelingslanden.
Maar Oxfam argumenteert ook al lang – en lang voor de media-aandacht in 2007 op de voedselcrisis focuste – dat marktregels alleen niet mogen bepalen wie wat produceert, aan welke prijs of nog hoe in landbouw moet geïnvesteerd worden. De realiteit toont aan dat de arme bevolking, producenten of consumenten daar de eerste slachtoffers van zijn. Landbouw en voedsel moeten omkaderd worden door een sterk beleid om ervoor te zorgen dat het recht op voedsel een realiteit wordt. Onze communicatie heeft hier systematisch op gewezen.
Eén miljard mensen, waaronder vele boeren, lijden honger
Eén van de zaken die niet uit het artikel van Swinnen & Squicciarini naar voor komt, is de ongelijke machtsverdeling in internationale productieketens.
Veel kleinschalige producenten zijn erg kwetsbaar en nemen niet deel aan internationale markten. Sommige producenten doen dat wel, maar vanuit een zwakke onderhandelingspositie, wat betekent dat zij vaak niet meegenieten van de prijsstijgingen.
Producenten die wel een hogere prijs voor hun producten kunnen bedingen, hebben tegelijk veel hogere inputkosten, wat zorgt dat hun voordeel vaak weer volledig teniet gedaan wordt.
We zien dat vooral exporteurs uit rijke landen en grote landbouwbedrijven voordeel halen uit de hoge en sterk wisselende prijzen en niet de boeren in het Zuiden.
De boodschap van Oxfam is dus wel degelijk genuanceerd. Publiekscampagnes en boodschappen in de pers zijn altijd onderbouwd met achtergronddossiers waarin de complexe problematiek van voedselprijzen toegelicht wordt.
Met de campagne GROEI. Voedsel. Leven. Aarde. klaagt Oxfam het falende voedselsysteem aan dat één miljard mensen, waaronder een groot deel boeren, op hun honger laat zitten. Ze wil plaats geven aan duurzame oplossingen voor voedsel, leven en aarde, zodat voldoende geproduceerd wordt en iedereen genoeg te eten heeft.
Meer informatie:
Thierry Kesteloot, beleidsmedewerker voedsel & landbouw
02 501 67 55, tke (at)oxfamsol.be


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
