Onderzoek in Congo: bevolking slachtoffer van militair offensief

Verkrachtingen, dwangarbeid, wraakacties en marteling nemen toe in Oost-Congo als gevolg van het recente militaire offensief dat gesteund wordt door de VN. Dat zijn de resultaten van een nieuwe veldstudie die Oxfam International uitvoerde bij ongeveer 600 dorpelingen in Oost-Congo.
De internationale hulporganisatie Oxfam voerde een veldstudie uit bij 569 burgers van 20 gemeenschappen in het door conflict geteisterde Noord- en Zuid-Kivu. Uit het rapport "Waking the devil" blijkt dat de militaire actie van het Congolese leger tegen de FDLR-rebellengroep resulteert in een escalatie van onveiligheid voor de burgerbevolking, die langs beide zijden aangevallen worden. Velen in het Congolese leger begaan misbruiken, terwijl het FDLR zijn wraakacties tegen de bevolking opdrijft, aldus Oxfam.
Prijs voor burgers veel te hoog!
Volgens de VN zijn sinds de start van het militaire offensief begin dit jaar ongeveer 800.000 mensen op de vlucht geslagen in Noord- en Zuid-Kivu.
Marcel Stoessel, hoofd van Oxfam in Congo, zei: “De oorlog is verre van gedaan voor de gewone burgers. Meer dan tachtig procent van de geïnterviewden zei dat de veiligheidssituatie verslechterd is sinds vorig jaar. Het offensief tegen de FDLR had vrede moeten brengen in Oost-Congo, maar ons onderzoek toont aan dat mensen in een onophoudelijke staat van angst leven voor het geweld.
Dat lijden kan vermeden worden. Het vindt plaats omdat wereldleiders beslist hebben dat de “collateral damage” een aanvaardbare prijs is om zich van de FDLR-rebellen te ontdoen. De mensen die wij interviewden zijn heel duidelijk: de prijs die zij moeten betalen is veel te hoog.’
De helft van de ondervraagden zegt dat het seksueel geweld dramatisch toegenomen is sinds het begin van het offensief in januari en het is wijdverspreid in alle gemeenschappen. Vrouwen lopen het meeste risico, maar er zijn ook gevallen van kinderverkrachtingen, (sommigen jonger dan vier jaar) gerapporteerd in de helft van de gemeenschappen. In drie van de twintig bevraagde gemeenschappen werd gesproken over de verkrachting van mannen, o.a. acht recente gevallen in één gemeenschap in Zuid-Kivu.
Marteling en dwangarbeid als ‘betaalmiddel’
Een kwart van de gemeenschappen sprak ook van folteringen. Volgens de bevraagden werden mensen tot aan hun nek begraven door de FDLR, tot ze bereid waren een ‘boete’ te betalen voor hun vrijheid. Sommige gemeenschappen spraken zelfs van ondergrondse kamers waar mensen ineengeslagen werden en ondergedompeld in vaten zout water. Ook andere milities zouden zich aan marteling vergrijpen, net als aan plundering en het aanwerven van kinderen in hun rangen.
In elke gemeenschap waren getuigenissen over misbruiken door grote delen van het Congolese regeringsleger. De helft van de gemeenschappen sprak van dwangarbeid, waarbij meestal jongens en jongemannen gedwongen werden om allerhande goederen te dragen voor het leger. Vooral in Noord-Kivu werd gewag gemaakt van buitensporige agressie door soldaten die vroeger tot de Mai-Mai en CNDP-rebellengroep behoorden. Nu maken zij deel uit van het regeringsleger, maar ze worden niet betaald en verantwoorden hun afpersingen als ‘bijdragen’ van de bevolking opdat zij hun werk kunnen doen. In Noord-Kivu wordt het Congolese leger ook aangeduid als de grootse dader van seksueel geweld.
Bevolking herhaaldelijk opnieuw geterroriseerd
In gemeenschappen waar de FDLR aanwezig is, nemen de aanvallen van de milities op de burgerbevolking toe, als antwoord op de recente militaire operatie, luidens het onderzoek. Een getuige beschreef die operaties als “het wekken van een slapende duivel”.
In Mwenga, een gebied in Zuid-Kivu, had de bevolking in een eerdere studie (in maart 2009 voordat het militaire offensief in die streek plaatsvond) verteld hoe het geweld was afgenomen. Twee maanden later meldt diezelfde bevolking hoe het aantal doodsbedreigingen, seksuele geweldplegingen en plunderingen de hoogte ingeschoten is. Mensen zouden vermoord zijn omdat ze verklaard hadden dat de rebellen beter zouden terugkeren naar Rwanda. Vele van die dorpen zijn nu verlaten door hun bewoners.
De gemeenschappen zijn unaniem bevreesdvoor wraakaanvallen, plunderingen en afpersingen. Zowel de FDLR-rebellen als grote delen van het Congolese leger zouden de burgers dwingen geld en goederen af te geven. Wanneer later de andere strijdende partij in het dorp aankwam, werd de gemeenschap van collaboratie beschuldigd en ook door hen aangevallen.
Nultolerantie tegen geweld gevraagd
Alle gemeenschappen vroegen om beter beschermd te worden door het Congolese leger en de VN-vredesmacht. Ze vroegen meer voetpatrouilles door de MONUC-vredestroepen in de velden en wegeltjes, net daar waar het gevaar steeds dreigt. De meerderheid van de bevraagden steunt de dialoog en de vredevolle terugkeer van de buitenlandse gewapende groepen. Vier gemeenschappen wilden zelfs dat de militaire actie tegen de FDLR afgeblazen werd. Slechts twee gemeenschappen steunden de huidige gedwongen politiek van ontwapening.
Stoessel zei: “De resultaten van deze bevraging moeten een signaal zijn voor wie binnen de VN-Veiligheidsraad de huidige militaire operatie blijft steunen. Slechts in vijf gemeenschappen antwoordden de bevraagden dat het Congolese leger hen veiligheid bracht. Vele ondervraagden zeiden dat ze evenveel schrik hadden van het Congolese leger als van de FDLR-rebellen.”
“Het Congolese volk heeft nood aan een leger dat hen beschermt, dat een bron van veiligheid vormt, in plaats van een bron van onveiligheid. Oxfam verwelkomt dan ook de recente boodschap van de Congolese regering over de nultolerantie van misbruiken door het leger en vraagt om daarin krachtdadig te zijn. De vredesmacht moet haar steun voor de operatie intrekken als de misbruiken door het leger blijven doorgaan of onbestraft blijven. De VN moet zware druk uitoefenen opdat de reeds bekende mensenrechtenschenders niet langer deelnemen aan de operatie.”
Het offensief van het Congolese leger tegen de FDLR-rebellen wordt logistiek gesteund door de MONUC-vredesmacht. Het geniet daarvoor de politieke steun van de VN-Veiligheidsraad.
Nota voor de pers:
Oxfam heeft haar programma in Oost-Congo moeten opvoeren als antwoord op de gevolgen van het offensief.
De organisatie biedt bijkomend levensreddende hulp aan 130.000 mensen in nood.
Oxfam helpt nu meer dan 800.000 mensen die lijden onder het conflict in de Democratische Republiek Congo.
Vorig jaar, toen Congo wereldnieuws werd, waren er 250.000 mensen op de vlucht.
Steun de bevolking in Oost-Congo
Voor meer info en interviews:
Marcel Stoessel, hoofd van Oxfam in Oost-Congo:
+243 (0)817 007 135 — +243(0)99 33 28 250
Steven Van Damme, humanitair beleidsmedewerker Oxfam-Solidariteit
Tel. +32 (0)2 501 67 42 — +32 (0)485 442 747
het Oxfam-onderzoek: “Waking the devil: The impact of forced disarmement on civilians in the Kivus”.


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
