[Negen getuigenissen over het zaaigoedprogramma van AOPP]

Wereldwijd

17 juni 2011

Negen getuigenissen over het zaaigoedprogramma van AOPP

Onze Malinese partner AOPP is een belangrijke pijler van de boerenbeweging in Mali en verdedigt er de familiale landbouw. Het project voor beter zaaigoed heeft de opbrengst voor de lokale boeren doen stijgen met 20 tot 30%.
Maar wat vinden de mensen ter plaatse van het project en van AOPP? Jacques Gagnon, medewerker van Oxfam-Solidariteit, vroeg in de zomer van 2007 de mening van enkele betrokkenen.

Jean Coulibaly, voorzitter van AOPP. Landbouwer in Douga, een dorp op 15 km van Sgou.
“Via de productie van zaden wil AOPP de voedselzekerheid in Mali verbeteren. We introduceren nieuwe variteiten van gerst en graan die vroeger rijp zijn dan andere soorten. Daardoor wordt de periode van ‘soudure’ korter. Soudure is de Afrikaanse term voor de hongerperiode wanneer de laatste oogst opgebruikt is en de nieuwe oogst nog niet rijp is. Andere nieuwe zaadsoorten zorgen voor een hogere opbrengst voor de boeren.
In een eerste fase loopt ons project in de streek rond Sgou. Maar we willen dit verder uitbreiden naar het hele land zodat elke landbouwersfamilie in Mali de verbeterde zaden kan gebruiken.”

Faliry Boly, Algemeen secretaris van AOPP en van SEXAGON, de boerenvakbond van Niger. Rijstteler in Molodo, een dorp op 10 km van Niono.
“Via dit project wil AOPP een professioneel netwerk van zaaigoedcoperaties opzetten. Zo’n netwerk van producenten garandeert onze voedselzekerheid dankzij de lokale productie van kwalitatief hoogstaand zaaigoed. Een tweede doel van AOPP is dat de coperaties de landbouwers bij de staat en bij de parlementarirs vertegenwoordigen. Op die manier hopen we een landbouwpolitiek te bereiken die voordelen biedt voor de Malinese landbouwers.”

Ibrahim Coulibaly, vertegenwoordiger van AOPP en voorzitter van CNOP, de nationale raad van boerenorganisaties van Mali.
“Een deel van ons project bestaat uit het opzetten van een echt zaaigoedbeleid in Mali. In 2006 heeft AOPP een nota over zaaigoed uitgewerkt waarin de minimumvereisten staan voor een wetgeving over zaaigoed, volgens de eisen en verwachtingen van boerenorganisaties die zaaigoed verhandelen.
In juli 2007 zijn CNOP en AOPP tot een gemeenschappelijke tekst gekomen. De komende maanden gaan we samen, ondersteund door juristen, een wetsvoorstel indienen over het beleid rond zaaigoed. Daarna zullen we de uitwerking en de toepassing van de nieuwe wet op de voet volgen. We weten op voorhand dat dit niet makkelijk zal zijn. Er zijn echt structurele veranderingen nodig om in Mali een duurzame productie van en de handel in zaaigoed te garanderen.”

Bakary Fofana, Penningmeester van AOPP en voorzitter van AOPP regio Sgou. Landbouwer in Timissa, dorp gelegen langs de Nigerstroom.
“In 2006 hebben we op grote schaal verbeterde zaden geproduceerd dankzij de steun van het zaaigoedproject. In 2007 hebben we op negen plekken zaadcentra opgericht voor de boeren. Die dienen als opslagplaats n als verkooppunt van zaden. We bieden twaalf verschillende zaadsoorten aan, specifiek geschikt voor deze landbouwstreek en dit klimaat.
Met de centra maken we vanaf dit seizoen de verbeterde zaden beter beschikbaar voor alle boeren, zo vermijden we dat de mensen grote afstanden moeten afleggen als ze zaaigoed van goede kwaliteit willen kopen. (Timissa ligt op 100 km van de dichtstbijzijnde stad San en 300 km van de grote stad Sgou).
Beschikken over verschillende soorten kwaliteitszaad, die we lokaal kunnen aanschaffen tegen een redelijke prijs, dat is cruciaal voor onze voedselzekerheid. Zo beschermen we onze families tegen honger.”

Fabien Maman Coulibaly, lid van UACT, de boerenunie van Tominian, lid van de beheerraad van de zaaigoedwinkel van Tominian en landbouwer in Torola, een dorp gelegen op 25 km van Tominian, zo’n 250 km van Sgou.
"Voor 2007 ben ik met de coperatie overeengekomen dat ik een halve hectare gierstzaden zal verbouwen en een halve hectare pindazaden. Mijn vrouw Marie Thra zal op een een kwart hectare gombozaaigoed produceren (gombo is een lokale groente, waarvan o.a. saus wordt gemaakt). De zaden die we produceren, kunnen we verkopen aan de coperatie.
Voor ons familiebedrijf wordt dit een testjaar. We hopen dat we genoeg winst halen uit de opbrengst van het zaaigoed om volgend jaar een nieuwe kar aan te schaffen. Verbetering van ons materiaal is noodzakelijk om meer en efficinter te kunnen verbouwen. De opleiding die we gevolgd hebben in april 2007 zal zeker helpen om de teelt van onze gewassen te verbeteren. Een betere kennis van het gebruik en de behandeling van zaaigoed is belangrijk voor ons werk.”

Issa Arama, lid van de vereniging SINIGNESIGUI TON in Timissa en lid van de beheerraad van de zaaigoedwinkel van Tominian. Woont in Timissa.

"Voor dit seizoen ben ik met de coperatie overeengekomen om pindazaden te verbouwen op een hectare van mijn grond. Als lid van de beheerraad van de zaaigoedwinkel heb ik gemerkt dat pinda’s heel vlot verkocht worden.
We hebben maar een kleine boerderij, om een volledige hectare goed te kunnen bewerken, zal ik een zaaimachine huren van mijn buren. Zo gaat het zaaien veel sneller en gemakkelijker. Als het regenseizoen goed wordt, denk ik dat mijn oogst ook goed zal zijn.
Na de oogst en het sorteren, laat ik het zaaigoed opslaan in het zaadcentrum van Timissa. Dan is het wachten op hun beoordeling van de kwaliteit van mijn zaaigoed en de verkoop ervan in 2008. Als alles goed gaat, wil ik mijn winst investeren in de aankoop van een eigen zaaimachine.”

Emmanuel Dembele, landbouwer in de omgeving van Tominian, ontmoet in het zaadcentrum van Timissa.
“Ik kom uit het dorp Yasso. Ik heb op de lokale radio gehoord dat UACT dit jaar over verschillende soorten vroegrijpe gierst aan een interessante prijs beschikt. Ik ben vandaag speciaal naar hier gekomen om zes kilo gierstzaad te kopen van de soort ‘Toroniou’. Ik wil er een extra hectare mee bezaaien. Deze gierstsoort geeft een erg goed rendement en zijn smaak wordt enorm gewaardeerd in de keuken. Ik heb ook een zak gombozaad gekocht voor de tuin van de vrouwen.
De nabijheid van een zaadcentrum is heel interessant voor boeren als wij. Ik moedig UACT aan om nog meer zaden te produceren, bijvoorbeeld van groenten, omdat we die nodig hebben in deze streek om meer variatie te hebben in onze productie en in onze voeding. De groenteteelt is het domein van de vrouwen. We steunen het werk van onze vrouwen door meer soorten ter beschikking te stellen, zoals salade, aubergines, meloenen en ajuinen.”

Ousmane Diallo, landbouwer in N’Pbougou, ontmoet in het zaadcentrum van Tissala (50 km van Sgou).
“Mijn ouders hebben me verteld over het nieuwe zaadcentrum in Tissala. Het is nu marktdag, en ik kom hier vandaag een zak gierst halen die ik had laten opslaan bij de graanbank van de vereniging Yeregne Ton. Nu ik hier toch ben, ga ik ook 6 kilo vroegrijpe gierst van de soort F5 kopen om er een hectare graan mee te planten. Ik heb het vorige seizoen de oogst van mijn buurman gezien en die soort lijkt wel heel erg geschikt voor onze streek. Ze geeft een goede opbrengst en bovendien levert het graan op dat je lang kan bewaren. We hebben zo’n soort nodig om te zorgen dat we ook goed te eten hebben als het regenseizoen er aan komt. De extra oogst die ik dit jaar kan produceren, zal ik laten opslaan in de graanbank van de vereniging. Ik hoop op die manier in 2008 een veel ruimere voedselvoorraad voor mijn familie te hebben.”

Abdoulaye Sidebe, landbouwer in Kbougou, ontmoet in het zaadcentrum van Tissala.
“Ik heb net een kilo gombozaad gekocht. Het is een bestelling voor mijn vrouwen. Ze hebben op de lokale radio gehoord over een erg performante soort die nu verkocht wordt in de winkel van de vereniging. Ze zullen de gombozaden verdelen en ze elk op hun eigen percelen verbouwen.
Deze soort is heel interessant voor de vrouwen: niet alle planten rijpen op hetzelfde moment, dus ze kunnen beetje bij beetje oogsten. Zo hebben ze altijd verse gombo, zowel voor ons eigen verbruik als om te verkopen op de markt. Overschotten kunnen we drogen en eventueel tot poeder verwerken. Die gedroogde gombo kunnen we ook zelf eten of verder verkopen. Zo gaat er niets verloren. We zijn het hele jaar door gewapend tegen honger en we kunnen er nog extra inkomsten uithalen ook.”

 
 

Acties en projecten in Mali

 

Partners in Mali