EPA

3 juni 2008

Minister Michel: schoolkinderen vragen ander landbouwbeleid

Na twee jaar campagne voor voedselsoevereiniteit en tegen de Europese Partnerschapsakkoorden stapten ngo’s en leerlingen van de 6de klas op 20 mei naar minister van Ontwikkelingssamenwerking Michel. “Waar legt u de prioriteit, bij de boeren in het Zuiden of bij de belangen van de Europese agro-industrie, mijnheer de minister?”, wilden zij weten.

Overal in de wereld worden familiale boeren geconfronteerd met de globalisering van de handel en met een steeds scherpere concurrentie. Die concurrentie speelt in de kaart van de grootindustrie en ze is vaak dodelijk voor de kleine boeren. De voedselcrisis neemt ondertussen uitbreiding en veroorzaakt steeds meer onrust en spanning. De Europese Unie gaat gewoon door met de onderhandelingen van Economische Partnerschapsakkoorden met de ACP-landen (Afrika, Caraben en eilanden van de Stille Oceaan) terwijl deze weinig of geen kansen op ontwikkeling bevatten. De EU blijft ook een pleidooi houden voor meer economische concurrentie op internationale schaal.

Thierry Kesteloot, onderzoeker rond landbouw en voedselsoevereiniteit bij Oxfam-Solidariteit, licht de problematiek toe. “Elke dag sterven 25.000 mensen van de honger en dat zijn voornamelijk boeren. Meer dan 850 miljoen mensen lijden honger en de huidige voedselcrisis dreigt nog eens 100 miljoen mensen meer met honger te confronteren. Er moet heel dringend werk gemaakt worden van een landbouwbeleid dat boeren in staat stelt waardig te leven van hun werk en dat de ontwikkeling van de lokale voedselproductie bevordert. De EPA’s en de politiek van vrijhandel bewerken precies het tegenovergestelde en daarom zijn ze onaanvaardbaar.

Weegt de balans door naar voedselsoevereiniteit?

11.11.11, CNCD, Oxfam-Solidariteit, Oxfam Wereldwinkels, Vredeseilanden en SOS Faim klopten aan bij minister Charles Michel om na twee jaar campagne 80.000 handtekeningen te overhandigen. Samen met de 6de klas van de basisschool Sint-Jozef uit Sint-Lambrechts Woluwe wilden ze vernemen waar de prioriteiten van de minister liggen: bij de boeren in het Zuiden of bij de belangen van de Europese agro-industrie.

Enkele dagen voordat de Europese Raad van Ministers plaatsvindt (26 en 27 mei) vroegen de Belgische ngo’s aan de minister om de balans te laten doorwegen naar voedselzekerheid en niet naar de groot-industrie. De kinderen van de 6de klas van de basisschool uit Sint-Lambrechts Woluwe probeerden Afrikaanse producten in de schaal te leggen van een reuze-balans… Het Europese landbouwbeleid en de Europese Partnerschapsakkoorden (EPA’s) vormden het tegenwicht. De actievoerders wilden zien of de weegschaal zou overhellen naar de kant van de voedselsoevereiniteit.

Geconfronteerd met de eisen van de landen uit het Zuiden verklaarde het kabinet van de minister bereid te zijn om bij de Europese Raad van Ministers aan te dringen op meer flexibiliteit. “Want 100 percent vrijhandel kan”, aldus minister Charles Michel “tot wantoestanden leiden, zeker voor basisproducten zoals voedsel. Daarom ben ik er als liberaal van overtuigd dat regeringen op internationaal vlak hun verantwoordelijkheid moeten nemen om op een gezonde manier tot afspraken te komen die toelaten de markt te begeleiden.”

Wat kan het verschil maken? 80.000 handtekeningen en een groeiend besef dat de toestand ernstig is. De strijd aangaan tegen ondervoeding en honger kan enkel slagen met een sterke landbouw, die gesteund en beschermd wordt.

Meer informatie:

- Thierry Kesteloot, onderzoeker bij Oxfam-Solidariteit
Tel : 02 501 67 55 — gsm : 0475 743 723 — email : tke (at)oxfamsol.be