Mediatheek

12 februari 2010

Madonna en U2 maken plaats voor Kivu op de voorpagina’s

In het wereldje is hij gekend om zijn foto’s van Madonna, U2, George Clooney, David Bowie,…en om zijn magazinecovers (Vogue, Elle, Playboy, Dazed,…). Nu heeft de Britse societyfotograaf Rankin zijn talent een tweede keer ten dienste gesteld van Oxfam om de mensen in Oost-Congo te portretteren.

Basaza, 39
Basasa, 39. Hij verloor zijn broer terwijl zij op zoek waren naar voedsel.

“Ik kwam uit een dorp in het zuiden van Sange. Op een nacht werden we gewekt door geweervuur, we raapten wat kleren bijeen en vluchtten weg: mijn vrouw, onze vier kinderen, mijn moeder en vader, mijn jongere broer en zijn gezin en alle vrienden en buren. We geraakten veilig in Sange maar hier was geen eten dus met een groepje besloten we in de brousse (op 14 km, 2 uur lopen) naar voedsel te zoeken. We hoopten bananen, cassave en bonen te vinden. Ik was samen met mijn vriend Katangaza (45) en mijn broer Ndende (35). Op de terugweg hielden rebellen ons staande, ze namen mijn broer en mijn vriend mee en staken hen neer. Niemand durfde bewegen, uit angst ook gedood te worden.”

“Het was 3 augustus, de dag dat ik alles verloor. Ik deelde alles met mijn broer, hij was mijn beste vriend. We werkten samen en voelden ons dubbel zo sterk. We deelden het inkomen. Nu ben ik alleen, al mijn kracht is weg en ik weet niet of ik in mijn eentje zal kunnen zorgen voor de kinderen van mijn broer en voor de hele familie. Zal het me lukken?”

Photo: Rankin
Mbrize Loyi, 28
Mbrize Loyi, 28, (met roze hoofddoek) verloor haar dochter Elisa.

”We zijn al voor de derde keer gevlucht. De eerste keer gingen we naar Uvira, daar bleven we vijf maanden. In Kiliba waren we drie maanden en nu wonen we in Sange. Toen het vechten begon, zijn we gevlucht met de kinderen, de kleintjes op de arm en de anderen stapten mee.”

In het begin waren we gezond maar nu raken we allemaal uitgeput. Mijn man is ziek, hij is in het ziekenhuis. Voor we naar bed gaan hebben we alleen wat fufu (maïsbloem en water) om te eten. De hele dag hebben we honger en ’s nachts kunnen we moeilijk slapen op de harde grond. Overdag proberen we wat casave te vinden in de velden maar het valt ons zwaar voedsel stelen op de grond van andere mensen. We hebben geen keuze, wij hebben geen grond om te bewerken.”

”Mijn dochtertje Elisa was amper negen toen ze hier een maand geleden stierf. Plots was ze dood, ik weet niet hoe dat gekomen is maar ik ben er kapot van. Toen ik hier kwam met mijn kindje wilde ik het beschermen tegen de gevechten. Ik ben haar moeder, ik moest voor haar zorgen en nu is ze dood terwijl we toch veilig zouden moeten zijn. We hebben haar begraven op het kerkhof. Maar als onze andere kinderen aan hun zusje denken en wenen, voel ik me ziek van verdriet.”

”Het enige dat me van haar rest, zijn de herinneringen. Ze was altijd vrolijk en zong de hele tijd, in de kerk en thuis. Ze begon al een beetje te helpen in het huisouden, ze was slim, naar school gaan vond ze heel leuk. En ze was een toneelspeelster, altijd grapjes makend. Als ik aan mijn man en de kinderen denk, zie ik Elisa. Ze had dezelfde gelaatstrekken als haar vader.”

Photo: Rankin
Masumbuko, 36 en zijn vrouw Grace, 30
Masumbuko, 36 en zijn vrouw Grace, 30

“Het was liefde op het eerste zicht met mijn vrouw. Ze had iets speciaals, haar manier van praten, van lopen, haar neus en oren… Toen ik haar zag, was mijn eerste reactie: wat is ze mooi! Ik kan het niet uitleggen, sommigen vinden haar misschien niet bijzonder, maar voor mij is ze volmaakt.”

Photo: Rankin
Charles, 51
Charles, 51, woont als vluchteling samen met 21 andere gezinnen in een verlaten gezondheidscentrum.

“Mijn gezin is er nog maar ik verloor mijn echtgenote… We hebben vijf kinderen, enkele zijn hier bij mij, de andere wonen bij een gezin op 14km hier vandaan. Mijn dochters Mwangaza Mukuyano, 18, Maitaji Mukuyano, 16 en Tantine Ngombekwa, 11 zijn hier bij me. We wonen in een verlaten huis met 22 andere gezinnen. Al komen we uit verschillende dorpen, we kenden elkaar al. Toen het vechten begon zijn we samen gevlucht. Het was een dinsdag, iedereen was de kluts kwijt maar uiteindelijk belanden we hier. Zonder dat te plannen.”

“Als je op het veld bent wanneer het schieten begint, kan je niet meer naar huis om de koeien te halen, je gooit je werktuigen neer en begint te lopen. Ik ben al oud en loop niet meer zo snel, het duurde een tijdje voor ik mijn vrouw en de kinderen gevonden had. Toen ik eindelijk bij hen was, vertelden de kinderen dat hun moeder een hartaanval had. We wisten al een tijdje dat ze een zwak hart had. Toen ze vlakbij luide geweerschoten hoorde, stortte ze gewoon in elkaar. De buren hielpen haar op een draagberrie leggen, we bleven lopen met haar op onze schouders terwijl er alsmaar meer en luider geschoten werd. Af en toe keek ik of ze nog leefde, toen we heel even stopten om op adem te komen zag ik dat ze gestorven was. We begroeven haar met wat persoonlijke zaken in een ondiep graf. Tijd was er niet. De buren vluchten verder en het kostte mij drie dagen om hier te geraken. We moesten met de vijf kinderen drie dagen schuilen in de brousse.”

“Ik mis mijn vrouw heel erg. Zelf ben ik niet gezond maar ik moet voor de vijf kinderen zorgen. Wie zal het anders doen. Hertrouwen zit er niet in want ik heb geen geld. En ik hield veel van mijn vrouw. De foto van haar identiteitskaart heb ik bewaard. Als ik daar naar kijk weet ik nog hoe trots ik op haar was. Ze was zo vol liefde voor mij en de kinderen. Ze respecteerde me en bleef me altijd trouw.”

Photo: Rankin
Furaha, 28
Furaha, 28

“We hoorden schieten en we konden niets anders meenemen behalve de kinderen. We moesten ons vier dagen verstoppen met de zes kinderen voordat we hier terechtkwamen. Als er vlakbij geschoten werd, waren we allemaal doodsbang. In de brousse is het niet bepaald leuk wanneer er gevochten wordt. We sliepen in open lucht, zonder voedsel. Iedereen had honger en de muggen beten maar we konden geen gerucht maken want als ze je vinden ga je eraan!”

“We kenden een plaats waar de kinderen konden huilen zonder gehoord te worden. Tussen de bergen zijn grotten en daar wordt het gehuil niet gehoord door de rebellen. We probeerden altijd te schuilen in de buurt van een rivier of bij water. Als de kinderen dan weenden, konden wij ze kalmeren met fris water of wat te drinken geven. Of we gaven ze borstvoeding maar als dat niet hielp moesten we een hand over hun mond houden…”

”Ik ben hun moeder: als mijn kinderen gelukkig zijn, ben ik dat ook. Als ze wenen, wil ik ook wenen. Als er iets me ze gebeurt, als ze ziek zijn of honger hebben, doe ik alles wat ik kan om eten voor ze te vinden. Ik droom dat mijn kinderen in vrede kunnen opgroeien, ze moeten naar school kunnen gaan zonder bang te zijn voor geweld. Nu leven we allemaal in angst, zonder school, zonder vrede. We weten niet wat de toekomst nog brengen zal.”

Photo: Rankin
Ngabu, 8
Ngabu, 8

”Ik wil graag veel weten.”

Photo: Rankin
Celestin, 14
Celestin, 14

“Ik houd van mijn hoed. Ik kocht hem vorig jaar op de markt, hij beschermt me tegen de zon en dat bevalt me wel. Zijn donkere kleur is prima, hij wordt niet snel vuil ook al draag ik mijn hoed elke dag na schooltijd.”

Photo: Rankin
Annie, 45
Annie, 45, moeder van een gastgezin met 10 personen

”Ik heb ze in huis genomen omdat het goed is andere mensen te helpen. In Congo kan iedereen op een bepaald moment hulp nodig hebben. Vandaag zijn zij het, morgen misschien wij? In het verleden hebben wij ook al moeten vluchten en hulp zoeken bij vreemden. Nu kunnen we iets terug doen. We hadden een tweede huis waar de kinderen in een kamer sliepen en de geiten in een andere. De geiten zijn naar buiten verhuisd en de kinderen slapen bij ons zodat onze vrienden nu twee kamers hebben.”

“We zijn inderdaad vrienden geworden. We eten samen en delen hetzelfde voedsel. We bewerken samen het land maar we bezoeken niet dezelfde kerk. Wij zijn protestant en zij zijn getuigen van Jehova, maar mensen zijn belangrijker dan godsdiensten en het is onze plicht voor elkaar te zorgen.”

Photo: Rankin
Zafarani, 25, met haar echtgenoot Farbrize, 28.
Zafarani, 25, met haar echtgenoot Farbrize, 28.

“De eerste keer dat ik mijn man zag, verkocht ik bananensap op de markt. Die dag zal ik niet snel vergeten, ik was 18. Hij droeg een zwarte broek en een rood hemd, zo’n hemd dat je enkel bij een speciale gelegenheid draagt. Hij droeg het op een nonchalante manier en wandelde naar mijn kraam. Waar woon je, vroeg hij want hij wilde me thuis komen opzoeken.”

“Eerst was ik verlegen, ik zei niet veel, wat waren zijn bedoelingen… Sommige mannen willen alleen wat plezier maken met vrouwen, ze hebben geen ernstige bedoelingen. Maar hij, hij kwam de volgende dag terug en we praten en praten. Ik denk dat we toen verliefd werden. Hij wilde dat we samen bleven maar ik wist niet zeker of hij met me wilde trouwen. Dus zei ik: “Ofwel doen we het goed ofwel kunnen we het beter vergeten.“

Photo: Rankin
Muvida, 50 en baby Chance, 1 week
Muvida, 50 en baby Chance, 1 week

”Vorige week is mijn dochter Byamungu gestorven in het ziekenhuis van Sange. Ze moest een keizersnede krijgen en is gestorven toen de baby geboren werd. Ik was bij haar, het was hartverscheurend mijn dochter te zien sterven zonder dat ze haar kind had gezien. We begroeven haar op vrijdag, ik had geen geld voor de begrafenis dus ik moest 7 euro lenen.”

“Ik was de eerste om de baby vast te houden, ik noemde haar Chance en ik zal voor haar zorgen alsof ze mijn eigen kind is. Net zoals ik altijd voor mijn dochter gezorgd heb. Met de baby voel ik me een beetje gelukkig, toen mijn dochter stierf had ik alles verloren behalve dit kind waar ik kan voor zorgen. Chance herinnert me aan haar moeder, die mijn dochter was.”

”Als de baby slaapt ben ik gerust maar ze eet niet zo goed en huilt veel. Dat maakt me ongerust. Ik kan geen borstvoeding geven dus krijgt ze koemelk maar dat is niet genoeg. Ik heb geen kleertjes voor haar en er is niet genoeg water. In het gezin van mijn nicht zijn tien extra mensen komen wonen. We leven allemaal samen in de geitenstal en de baby heeft geen eigen bedje. Iedereen slaapt op de vloer. De mensen hebben hier niet genoeg te eten, het enige dat ze ons kunnen bieden is een plek om te slapen. Er is niets voorhanden om Chance te verzorgen. Ze is amper een week oud…”

Photo: Rankin
Sikito, 40, kapper (links) met een van de klanten
Sikito, 40, kapper (links) met een van de klanten

”Ik was pas tien toen ik begon haar te vlechten, ik zie graag mensen met een mooi kapsel. Er zijn allerlei manieren om te vlechten en ik heb ze allemaal onder de knie. Sommige vrouwen houden ervan dat hun haar recht omhoog staat, daar is heel wat werk aan. Je moet een draad strak rond het haar knopen, het moet heel vast zitten. Kinderen vinden dit niet zo leuk omdat het een beetje pijn doet aan hun hoofd.”

“Iemand met een slecht kapsel, daar gruw ik van. Dan wil ik er altijd aan beginnen werken om het mooi te maken.”

“Ik houd veel van mijn werk, het maakt me trots en ik verdien genoeg geld om mijn kinderen naar school te sturen. Mijn vijf kinderen zijn naar school kunnen gaan, zoveel verdiende ik. In de stad kon ik tot 100.000 frank vragen per kapsel maar hier is dat slechts 200 frank, dat is heel weinig maar geen van ons heeft geld.”

Photo: Rankin

In 2008 trok mode- en societyfotograaf Rankin met Oxfam naar het vluchtelingenkamp Mugunga in Oost-Congo. Dat leverde sterke portretten op van gewone mensen, die ondanks de barre leefomstandigheden in vluchtelingenkampen en berooid van al hun hebben en houden, toch veel waardigheid en hoop op een betere toekomst uitstraalden. Rankin wilde een gezicht geven aan mensen die al te vaak slechts statistieken waren bij een aanslepend conflict tussen rebellen en regeringsleger.

In 2009 keerde Rankin terug naar de DR Congo. Zijn tweede bezoek bracht hem naar Sange, waar pas tienduizenden vluchtelingen een onderkomen hadden gezocht na nieuwe schermutselingen. De bevolking was er in korte tijd verdubbeld nadat de bewoners hun woning hadden opengesteld om zes tot acht vluchtelingen op te vangen.

Die genereuze houding trof fotograaf Rankin. Hij maakte een reeks portretten rond de prachtige liefdesverhalen die hij in Congo noteerde: de liefde van een moeder die haar baby troost en stil sust om hem te beschermen tegen gewapende mannen; een innig verliefd koppel dat de gruwel rondom zich tracht te vergeten,…

De Democratische Republiek Congo is een van de hardste plekken op aarde om thuis te noemen. Door het conflict zijn daar sinds 1998 vijf miljoen mensen gestorven en de oorlog blijft maar voortduren in het oosten van het land. Maar de meeste mensen zijn niet gesneuveld tijdens gevechten, ze raakten ondervoed en bezweken daarna aan ziekten. Er staat geen maat op het lijden: honderdduizenden woningen werden verwoest en talloze vrouwen werden verkracht.

Te midden van de gruwel leeft de hoop, mensen zijn goed voor elkaar terwijl rondom hen geweld woedt. In het oosten werden twee miljoen mensen dakloos en ze raakten alles kwijt maar de meesten van hen wonen niet in tijdelijke kampen. Heel wat vluchtelingen vonden onderdak bij plaatselijke bewoners, hoewel ze geen verwanten waren en die bewoners zelf extreem arm zijn. De generositeit is hartverwarmend. Zoals ook blijkt uit de foto’s van Rankin.