Mediatheek

8 augustus 2006

Laat Cuba aan de Cubanen

Wat zal gebeuren wanneer Fidel overlijdt? Cuba bereidt zich al jaren voor op de overdracht van de macht. De Cubaanse bevolking, de staat en haar instellingen moeten de gang van zaken bepalen, zoals het hoort. De vraag is wat de internationale gemeenschap zal doen.

Sinds de aankondiging dat Fidel Castro tijdelijk de macht overdraagt aan zijn broer, om te herstellen van een zware operatie, besteden de media opvallend veel aandacht aan Cuba. Het gros van de commentatoren legt de nadruk op de wens van de Verenigde Staten en de Europese Unie om de “communistische dictatuur” te beindigen. Wishful thinking en een flinke dosis vooringenomenheid nemen de plaats in van degelijke berichtgeving. Veelal vergeet men de Cubaanse bevolking zelf aan het woord te laten. Zelden of nooit komt het fundamentele probleem aan bod: de VS en de EU die experimenten als het Cubaanse model beschouwen als een smet op de ongebreidelde vrijemarkteconomie die de baan moet vrij maken voor de belangen van multinationals.

Het is niet de schending van de mensenrechten in Cuba die de EU (of de VS) motiveert het land als een paria van de internationale gemeenschap te behandelen. Europese diplomaten bevestigen dit onomwonden, weliswaar niet publiekelijk. Maar aangezien Europa haar trans-Atlantische relaties met de VS niet wil verzuren, stoot ze de VS liefst niet te veel voor het hoofd en herhaalt ze de VS-analyse steeds opnieuw. Het is evenmin het gebrek aan democratie op Cuba dat onze beleidsmakers een doorn in het oog is. De 322 dissidenten op Cuba zijn van een dergelijk bedenkelijk niveau en hebben een visie die zich zodanig eenzijdig inspireert op de VS-belangen, zodat ze ongeveer evenveel aanhang hebben bij de Cubaanse bevolking als hun eigenlijke getalsterkte.

Post-Castro strategie
Sinds enkele weken werkt de EU een post-Castro strategie uit, bij de VS ligt al een “transitieplan voor een democratisch Cuba” klaar. Het probleem daarbij is dat de Unie zich laat inspireren door de “grote hoeveelheid dissidenten in Cuba” en “het anderhalf miljoen Cubanen in de VS”, want - dixit de EU- “in Cuba is het erg moeilijk om contacten te hebben met de Cubanen. ” De wereldvreemdheid en het gebrek aan analyse in de Europese instellingen is van een dergelijke omvang dat we echt wel twijfelen aan het competentiegehalte van de Europese beleidsmakers.

Cuba heeft niet gewacht op de ziekte van Fidel om de verworvenheden van de revolutie veilig te stellen. De medische ingreep bij Fidel Castro heeft hoogstens de zaken versneld en nadrukkelijker op het internationale publieke forum gebracht. De Cubaanse instellingen bereiden zich al jaren voor op de overdracht van de macht. Het zijn dus de Cubaanse bevolking, de staat en haar instellingen die de gang van zaken zullen bepalen, zoals het hoort. De vraag is wat de internationale gemeenschap zal doen. De VS lijken hun keuze al gemaakt te hebben: volgens regeringswoordvoerder Sean Mc Cormick zijn ze bereid in te grijpen “indien de Cubaanse bevolking dat vraagt.” President Bush heeft al gemeld van de gelegenheid gebruik te willen maken om een ‘democratische transitie’ te bewerkstelligen. In Miami worden de Cubaanse militairen opgeroepen om een staatsgreep te plegen.

Cuba heeft noch VS noch EU nodig
Enkele belangrijke zaken worden vergeten. De Cubaanse revolutie is niet aan haar zwanenzang toe: de bevolking zal haar verworvenheden blijven verdedigen, indien nodig zelfs militair. De Cubaanse economie staat in een veel sterkere positie dan pakweg 10 jaar geleden. De economie groeide in de loop van de laatste 18 maanden met minstens 8%. De toeristische industrie zorgt voor de nodige inkomsten, vorig jaar bezochten 2,3 miljoen vakantiegangers het eiland. De oliebevoorrading is gegarandeerd door de contracten met Venezuela en allerhande consumptiegoederen komen vlot uit China. Veelbelovende olieboringen tussen Florida en het noorden van Cuba worden gefinancierd met Chinese investeringen. De Cubaanse uitvoer van suiker en nikkel haalt hoge prijzen op de internationale markt. De import is verdubbeld en de overheid geeft ongeveer een derde meer uit. De communistische partij kan op een veel grotere legitimiteit rekenen bij de bevolking dan in het Oostblok ooit het geval was. Cuba heeft dus noch de VS, noch de EU nodig voor haar verdere ontwikkeling.

Verdeeld Europa
De Europese Unie is hopeloos verdeeld. Spanje, dat de relaties met Cuba wil verbeteren, wordt constant door de VS op de vingers getikt omwille van haar vroegere wapenexport naar Venezuela en durft voorlopig weinig initiatief te nemen. Tsjechi en Polen volgen schaamteloos de VS-politiek. Niet voor niets worden ze in officile EU-kringen “The Voice (of America)’ genoemd en vertegenwoordigen ze de facto de VS als 26 lidstaat aan de Europese onderhandelingstafel. De nieuwe Duitse regering zal de hernieuwde vriendschappelijke relaties met president Bush niet door Cuba in gevaar brengen. Een duidelijke, coherente visie vanuit Europa zal er dus niet meteen komen. De enige correcte houding die de EU zou kunnen aannemen, is er een die de kaart trekt van de Cubaanse bevolking. En die wil vooral zelf haar toekomst bepalen.

Belgi, het enige land in de Unie dat sinds meer dan 10 jaar een coherente en respectvolle houding aanneemt tegenover Cuba, moet opnieuw met meer energie haar standpunt op het Europese niveau aankaarten en haar unieke positie van go-between tussen de EU en Cuba gebruiken. De huidige gebeurtenissen geven haar die mogelijkheid. We moeten dat niet enkel doen omwille van internationaal aanvaarde rechtsregels (de plicht om niet te interveniren in andermans binnenlandse aangelegenheden en de VN-resoluties met betrekking tot Cuba) maar ook omwille van de toekomst van de internationale relaties van de EU in het algemeen. De bevolking en de sociale bewegingen in Latijns-Amerika zien al lang het verschil in aanpak niet meer tussen de VS en de EU. In de snel veranderende politieke dynamiek in Latijns-Amerika ligt ook een mogelijkheid voor Europa om zich onderscheiden van de VS en om zich misschien iets positiever te profileren.

Cubaans experiment te veel succes?
In officile documenten stelt de EU dat de Millenniumontwikkelingsdoelstellingen d leidraad moeten zijn in het buitenlands beleid (politiek, handel en ontwikkelingssamenwerking). Deze doestellingen werden op de vooravond van het derde millennium door de VN goedgekeurd en moeten tegen 2015 gehaald worden. Is het toeval dat Cuba, in tegenstelling tot de meeste andere landen in het Zuiden, verschillende van deze doelstellingen al behaald heeft en andere op korte termijn zal behalen, 10 jaar voor de vooropgestelde datum? Heeft dit misschien te maken met het feit dat Cuba als een sterke staat haar verantwoordelijkheden neemt en de verzuchtingen van de bevolking naar onderwijs, gezondheidszorg, voedsel, huisvesting, gelijke behandeling van vrouwen en mannen, veiligheid, tewerkstelling, enz ernstig neemt?

De Europese media en beleidsmakers hameren vandaag op het verder ontmantelen van de Cubaanse staat. Officieel stelt de Europese Unie dat Cuba een ‘transitie naar de vrije markt moet inzetten.’ De vrije markt betekent veelal ‘de macht van de sterkste’ en de eerste doelstelling van een bedrijf is winst maken, niets meer, niets minder. Dat de Cubaanse bevolking daarbij de verworvenheden op het vlak van sociale, economische en culturele mensenrechten kan verliezen, is blijkbaar een detail voor de EU. Het is precies in deze discussie dat Cuba een belangrijke signaalfunctie heeft. Laten we toe dat een land experimenteert met een andere vorm van democratie, met een andere vorm van economische ordening? En als dat land dan succes heeft in haar ontwikkelings-doelstellingen, willen we het dan wurgen, misschien omdat het steeds meer andere landen inspireert?

Xavier Declercq, 0475/ 22 07 91
directeur Mobilisatie Oxfam-Solidariteit
Mark Ingelbrecht,
vertegenwoordiger Oxfam-Solidariteit in Havana