Wereldwijd partnerschap voor ontwikkeling

26 juni 2007

Is de houdbaarheidsdatum van de G8-top verlopen?

De G8-leiders die begin juni 2007 in conclaaf waren in het Oostduitse badstadje Heiligendamm, waren het blijkbaar over één zaak eens: de wereldeconomie draait op een aanhoudend, niet–inflatoir groeiritme. Na de jaren zeventig, met hun oliecrisis, prijsinflatie en werkloosheid (“stagflatie”), liggen blijkbaar weer gouden tijden in ‘t verschiet. Maar is dat wel zo? Wat zijn de echte conclusies van deze G8-top?

Als er plots zoiets als het “perpetuum mobile” van een mondiale, non-inflatoire groei ontdekt blijkt, waarom was het voor de Noordelijke leiders op de G8-top dan zo moeilijk om hun in Gleneagles gemaakte beloftes aan het Zuiden in Heiligendam echt gestand te doen ?

Economisch succes is niet het volledige plaatje

Wanneer andere dan enkel de economische factoren in het debat gebracht worden, is er weinig reden voor optimisme. Het gedeelte van de wereldbevolking dat met 1 dollar per dag moet overleven, is sinds 1999 slechts met 3% gedaald; dat is t weinig voor de vooropgestelde 50% tegen 2015. De scholingsgraad van kinderen nam toe van 57 tot 70%; t weinig voor de beoogde 100%. De kindersterfte beneden de 5 jaar daalde van 185 naar 166 per 1000; dat is nog ver verwijderd van de 2/3 daling. De toegang tot gezondheidszorg ging van 32 naar 37% maar dat is t traag voor de beloofde 100%, terwijl het aantal aids- en tuberculosepatinten is toegenomen. (VN-rapport /juni 2007)

Aan de oppervlakte lijken de wereldwijde economische stromen rimpelloos maar onder de waterlijn liggen rotsen die weinig goeds voorspellen! Hoe cht is dus dit optimistische groeiscenario ? En hoe machtig is de “global governance”-formule van de G8 nog in het sturen van het economische gebeuren ?

Het optimisme van de G8 is nogal eenzijdig gebaseerd op het feit dat de non-inflatoire economische groei kon aanhouden ondanks prijsstijgingen op de energiemarkt en dat bijgevolg het crisisscenario van de jaren zeventig en tachtig zich niet herhaalde.

Voor de G8 is het verleidelijk in dit verschijnsel een hard bewijs te zien voor hun grootste geloofspunt: alleen ongeremde vrijhandel komt uiteindelijk iedereen – dus ook de wereldeconomie - ten goede. Protectionisme in welke vorm dan ook is geen alternatief meer.

Gewonnen spel voor de orthodoxe aanhangers van de vrije markt?

De ervaringen met de vastgelopen Doha Ronde van de Wereldhandelsorganisatie spreken dit optimisme tegen. Het toenemende protectionisme tegenover de opmars van de Chinese export en het unilateralisme in de Midden-Oostenpolitiek van de VS voeren al evenmin bewijzen aan.

Het vergt niet veel verbeeldingskracht om te beseffen wat kan fout lopen, mocht de wereldeconomie opnieuw een duik nemen. Een hele stortvloed van onderling verbonden, reeds aanwezige crisisfenomenen zou dan optreden:

- het Noordelijk protectionisme zal snel verder escaleren;
- de centrale banken zullen de intrestvoeten optrekken en een kredietinkrimping uitlokken, omdat de monetaire response als enige effectieve remedie wordt gezien;
- het turbulente antwoord hierop van speculatieve “hedgefondsen” zal het casinokarakter van de wereldeconomie in een “boom-bust”-scenario storten;
- de vermindering van de ontwikkelingshulp zou voortgezet worden;
- de bereidheid om iets te doen aan klimaatverandering zal het niet halen van de dadendrang om werkloosheid en vertraagde groei te bestrijden.

Afrika zal altijd het eerste en voornaamste slachtoffer zijn. De huidige hausse van de grondstoffenprijzen en de Chinese belangstelling voor Afrika zal bij een slabbakkende economie snel opdrogen. En de Millenniumdoelstellingen zullen nog onbereikbaarder worden dan ze nu al zijn. Door de verwevenheid van de wereldeconomie zullen al deze gevolgen in een snel tempo op elkaar inwerken en zodoende de chaos van de internationale context duidelijk maken. Deze dynamiek is niet nieuw en is nu al aanwijsbaar op landenniveau (de zogenaamde “failed states”), soms zelfs op regionaal niveau (bijvoorbeeld SSA, de Zuid-Oost-Aziatische S.E. crisis). Maar ze was nog nooit zo grootschalig.

De G8-formule, relevant of achterhaald?

Het lijkt er steeds meer op dat de G8-formule de hierboven vermelde risico’s niet aan kan. Dit heeft minder te maken met haar sterkte, dan wel met het bredere ecologische kader waarin dit mondiaal beleid zich manifesteert.

De klimaatverandering is bijvoorbeeld een duidelijk waarneembaar en wetenschappelijk bewijs dat de grenzen van de natuurlijke omgeving bereikt zijn (“homeostasis”) door de manier waarop de globale economie zich ontwikkelt. Het fenomeen illustreert de tegengestelde agenda’s van de natuurlijke omgeving enerzijds (maximale biodiversiteit, maximale stabiliteit, lage productie, hoge biomassa) en de menselijke samenleving anderzijds (maximum selectie, crisisgebonden, maximalisatie van producten en selectief energiebeheer).

Of we dit conflict tussen natuur en menselijke samenleving situeren vanaf de eerste sedentaire nederzettingen 40.000 jaar geleden, of vanaf de eerste kolonisering 500 jaar geleden of vanaf de doorbraak van het wereldwijde web twintig jaar geleden, dat doet niet echt ter zake. Feit is dat, op enkele uitzonderingen na, de spanning tussen de biologische wetten van de ecologische omgeving en de sociaal-economische activiteit altijd aanwezig is geweest. (J.Diamond)

Bovendien overstijgt de mondiale economie in ruime mate de politieke beleidsruimte van de rijkste staten van de G8. De mondiale economie functioneert in grote mate als een automaat (M.Castells) die op een fatale aanvaring met zijn eigen natuurlijke omgeving afstevent.

Samengevat wil dit zeggen dat alles doordrongen is van de ecologische noodwendigheden: er moet nu nmaal betaalbaar drinkwater blijven, naast gezonde lucht en voedselveiligheid om de menselijke soort te laten overleven en de huidige beschaving in stand te houden.

Economische, sociale of culturele benaderingen zijn hieraan ondergeschikt. Hoe complexer de wereld wordt, des te intenser “ecologie-seren” wij en des te minder politieke keuzes zullen we finaal overhouden.

Hoe efficint is de politieke formule van de G8 vandaag nog?

Ondanks zijn dominante en elitaire karakter verkeert het G8-systeem in crisis. De klimaatcrisis en de catastrofe in Irak; het wegkwijnen van het morele gezag van de enige G8-supermacht (de VS); de opkomst van nieuwe machten zoals China, Brazili, India, Mexico en Zuid Afrika (de G 5) en de tegenmacht van de mondiale beweging voor sociale rechtvaardigheid en milieurechten zijn de belangrijkste verklaringen voor deze systeemcrisis.

Aan de ene kant staat een kleine club van enkele machtige politieke leiders. En daar tegenover heeft zich een tegenmacht gevormd van een grote wereldwijde beweging: netwerken van ngo’s, directe actiegroepen, vakbonden, boerenorganisaties, vrouwengroepen en etnische minderheden uit Zuid n Noord. De oppositie tussen beide draaide in Heiligendam rond:

- de crisis in het internationale handelsregime en pogingen om de stilgevallen Doha Ronde terug op te starten” versus de gebroken beloften na de vorige top in 2006 voor steun aan de armste landen en de afspraken gemaakt binnen de Wereldhandelsorganisatie;
- de intellectuele eigendomsrechten of de bescherming van patenten voor de multinationale firma’s versus de bescherming van de kennis van de inlandse bevolking tegen piraterij uit het Noorden;
- het klimaatvraagstuk oplossen volgens de principes van de vrije markt versus het inperken van de Noordelijke vervuiling en overconsumptie samen met de compensatie voor de schade daarvan aan het Zuiden;
- de Millenniumdoelstellingen voor Afrika waarmaken op gebied van armoede, gezondheid en veiligheid met nog meer Westerse recepten versus eigen ontwikkeling, voedselsoevereiniteit en veiligheid van de burgerbevolking.

Helpt een collectieve ‘striptease’?

De G8-top besliste de G5 in te schakelen om op een informele en al even ondemocratische manier als voorheen de Doha Ronde weer vlot krijgen tijdens een ontmoeting in juni in Potsdam. De G8 plus de G5 hebben zich omgevormd tot de G4: de VS, de EU, India en Brazili. Met deze nieuwe politieke wiskunde tracht de G8 de landbouw- en NAMA-dossiers (niet-agrarische markttoegang) door te drukken tegen de wil in van het overgrote deel van de WTO-leden. Het plan was dat alle vier een collectieve striptease zouden doen: de EU zou de landbouwtarieven verlagen en de VS hun landbouwsubsidies; India zou zijn lijst van gevoelige producten verkleinen en Brazili zou zijn industrile sector openen.

De verwachting was dat alle andere 150 leden van de WTO dit voorbeeld zouden volgen. Eind 2007 zou dan het Potsdammer akkoord door de WTO-leden in Genve moeten bekrachtigd worden. De Doha Ronde zou gered zijn en Heiligendamm had zijn aansluiting met de vorige top in St.-Petersburg politiek waargemaakt.

Tenminste, dat was de hoop van de wel zeer gesloten G4-ontmoeting in Potsdam. Na amper 3 dagen was de mislukking van Potsdam een feit. India en Brazili waren niet bereid de onvoldoende daling van de Amerikaanse landbouwsubsidies en van de Europese importquota te aanvaarden. En daarmee blijft de politiek gevoelige landbouwkwestie de kern van het reeds zes jaar lang aanslepende Doha-verhaal.

Deadlines volgen mekaar nu in een moordend tempo op. De hete brij wordt doorgeschoven naar de WTO-onderhandelaars in Genve, waar tegen eind juli een kladtekst moet klaargestoomd worden om de Doha Ronde nog op het spoor te houden. Lukt het niet deze laatste strohalm vast te houden, dan is het begin van het einde ingezet.

Maar zelfs als deze geheime onderhandelingen resultaat opleveren, moet er nadien nog politieke consensus gezocht worden in de respectievelijke hoofdsteden van de G8. In het Frankrijk van Sarkozy en in een toenemend protectionistisch Congres in de VS is dat niet evident. Tenslotte is er nog de enorme uitdaging om de rest van de wereld - de andere 15O leden van de WTO - te overtuigen dat de Doha Ronde inderdaad een ontwikkelingsinstrument is.

Dat is nog het minst evident van allemaal. Liberalisering en privaterisering blijven immers de ordewoorden. Democratie, ontwikkeling en milieu blijven onzichtbaar in het debat.

Too Little, too late

Voor het middenveld zijn de G5 en de G4 de struikelende Trojaanse paarden gebleken van de G8-formule. De kroniek van een aangekondigde mislukking van Doha is tevens het verhaal van het doorprikken van de ontwikkelingsretoriek.

Nu de G8-tactiek mislukt is, wordt de kans groter dat de Doha Ronde opgeschoven wordt tot na de volgende Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2008. Indien deze verkiezing een protectionistische reflex teweegbrengt, is de Doha Ronde na die datum waarschijnlijk geschiedenis. De wereldhandel zal dan terechtkomen in een labyrint van bilaterale en regionale handelsakkoorden en het magische perpetuum mobile van de non-inflatoire globale groei zal uitgewerkt zijn.

De Ronde zal herinnerd worden als een forum waar de rijken beloofden de armoede te bestrijden. Maar tegelijk deden ze gewoon voort met de lakens uit te delen en hun eigenbelang na te streven, waarna ze de armste landen de rekening lieten betalen. (ActionAid / Oxfam International 20/06/07)

De sturende kracht van de G8-formule is helemaal in vraag gesteld. Indien men niet voldoende kon trekken tijdens de top in Heiligendamm en een G4-berekening moest bedenken om dan maar te duwen in Potsdam (met even weinig resultaat?), wat blijft er dan nog over van het politiek krediet van dit jaarlijkse gigantische media- en veiligheidscircus? Het is misschien geen toeval dat de berichtgeving van de politie-persdienst in Heiligendamm soms clowneske vormen aannam.

In Heiligendamm is de Afrikaanse kwestie gereduceerd tot het “Global fund to fight Aids, Tuberculosis and Malaria“ van de VN, dat me 60 miljard dollar gedoteerd wordt maar waarvan slechts 3 miljard dollar nieuw geld is in vergelijking met de in Gleneagles gemaakte belofte van 2005. Voor Oxfam is dat slechts “peanuts”, als we de diepte van de Afrikaanse crisis realistisch inschatten. In feite is het een verhaal van “bad habits die hard”, vermits we terug zijn in een mercantilistische tactiek van de Westerse landen om maximale handelsconcessies af te dwingen van de ontwikkelingslanden in ruil voor een minimum en vage beloften van hulp.

In de kwestie van de klimaatopwarming waren de verwachtingen heel laag als gevolg van de negatieve houding van de VS. Het is makkelijk dan van een succes te spreken, als je geen rekening houdt met wetenschappelijke studies die wijzen op een dringende noodzaak om de effecten van de opwarming nu aan te pakken! In het akkoord van Heiligendamm is een”substantile verlaging“ van de CO2-uitstoot opgenomen als streefdoel. Ondertussen worden de rampencijfers van een klimaatomslag door wetenschappers nu al bijna van maand tot maand bijgesteld. Niet alleen de wereldeconomie is in “overdrive” gegaan, ook het klimaat laat ongeziene versnellingen en terugkoppelingsprocessen zien.

Wat in Heiligendamm over het klimaat beslist is, kan net zoals voor Afrika misschien ”too little too late” blijken. Een planetaire ramp zou van het Afrikaanse probleem wel eens ieders probleem kunnen maken. Vermits we niet kunnen delen van de rijkdom, zullen we moeten delen in de ontbering.

Meer informatie:
Etienne De Belder, onderzoeker handel en ontwikkeling bij Oxfam-Solidariteit,
tel. 02 501 67 56 — e-mail: etienne.debelder(at)oxfamsol.be