In de steek gelaten door de G20?

De G20-landen verbruiken 95 procent van onze natuurlijke rijkdom. In 2010 beloofden ze een inclusieve en duurzame groei te bevorderen. Maar tijdens de top van Cannes in november 2011 bleek dat de lidstaten hun verplichtingen niet nakomen. Een nieuw rapport van Oxfam toont de alternatieven.
De toename van de ongelijkheid in het algemeen en van de inkomensongelijkheid in het bijzonder leidt tot meer armoede en is een rem op de economische groei. 1,3 miljard mensen moet nog steeds rondkomen met minder dan 1,25 dollar per dag. Meer dan de helft van die armen leven in landen van de G20.
Tezelfdertijd verbruikt de wereldeconomie de hernieuwbare grondstoffen van de planeet tegen een tempo dat 20 tot 50 keer hoger ligt dan het tempo waarmee de natuur zich kan herstellen. De landen van de G20 alleen ontginnen 95 procent van de jaarlijks beschikbare biocapaciteit. Een voorspoedige toekomst voor iedereen is mogelijk, maar de meeste G20-landen volgen het pad niet dat daar toe leidt.
Nochtans heeft de G20 zich geëngageerd om een inclusieve en duurzame groei te bevorderen. Inclusief houdt in ervoor te zorgen dat een groter aantal mensen de vruchten kunnen plukken van de economische groei. Duurzaam? Ieder mensenleven is afhankelijk van de natuurlijke rijkdom van onze planeet, van de grondstoffen die we gebruiken om voedsel, water en energie te produceren. De curve van het huidige gebruik van die grondstoffen is echter uiterst zorgwekkend.
Het is mogelijk
In haar rapport ‘In de steek gelaten door de G20?’ (‘Left behind by the G20?’) baseert Oxfam zich op de beleidsanalyse van een aantal landen dat goed bezig is, om aan te tonen hoe de vermindering van de ongelijkheid iedereen ten goede komt. Prominente voorbeelden zijn Brazilië en Mexico: als de ongelijkheid daar teruggebracht zou worden tot het niveau van Indonesië (dat rond de mediaan van de G20 ligt), zou het aantal mensen dat in armoede leeft in tien jaar met 90 procent verminderen.
Toch is de ongelijkheid in het merendeel van de G20-landen gestegen. Slechts vier landen – waaronder Zuid-Korea (behorend tot de hoge inkomenslanden) – hebben de inkomensongelijkheid verminderd sinds 1990. In veel landen van de G20 is minstens de helft van de bevolking getroffen door ongelijkheid: door hun ondergeschikte positie hebben vrouwen en meisjes vaak minder toegang tot gezondheidszorg en onderwijs, ze hebben lagere inkomens en een lagere levensverwachting dan mannen.
Verschillende midden-inkomenslanden zijn er wel in geslaagd hun verbruik van natuurlijke grondstoffen te verminderen ondanks hun economische groei. Tussen 1991 en 2007 steeg het Bruto Binnenlands Product (BBP) van Mexico vier keer sneller dan de CO2-uitstoot. In China nam het BBP 2,5 keer sneller toe. In tegenstelling daarmee bereikten de hoge-inkomenslanden van de G20 zeer zwakke resultaten. Slechts vier G20-landen verminderden hun CO2-uitstoot sinds de top van Rio in 1992.
Meer info:
Contacteer Thierry Kesteloot, beleidsmedewerker voedselsoevereiniteit bij Oxfam-Solidariteit, 02 501 6755 – tke(at)oxfamsol.be
Lees het volledig rapport van Oxfam in het Engels: ‘Left behind by the G20?’
Lees een synthese van het rapport in het Nederlands: ‘In de steek gelaten door de G20?’
- Left behind by the G20 (PDF - 1 MB)
- Synthese: ’In de steek gelaten door de G20’ (Word - 50 kB)


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
