Klimaatverandering

11 augustus 2011

Hongersnood, veroorzaakt door klimaatverandering?

Telkens wanneer extreme weersomstandigheden zoals orkanen, overstromingen of droogte het nieuws domineren, rijst diezelfde vraag. Maar het antwoord is niet eenvoudig ja of neen.

De huidige extreme droogte in Oost-Afrika is zeker een gevolg van opeenvolgende seizoenen zonder noemenswaardige regenval. De voorbije twee jaar was het regenseizoen er uitzonderlijk zwak. Volgens onderzoek van de lokale gemeenschappen maakt dit deel uit van een verandering die al langer bezig is. De Borana-gemeenschap in Ethiopië kende zulke droogte in het verleden om de 6 tot 8 jaar, terwijl dat nu al om de 1 tot 2 jaren het geval is.

- Weerkundige gegevens verwijzen naar dezelfde trend wat de temperaturen betreft: van 1960 tot 2006 steeg de gemiddelde jaartemperatuur met 1° C in Kenia en met 1,3°C in Ethiopië en beide landen tellen ook meer hete dagen dan vroeger.
- De evolutie van de regenval is minder duidelijk: volgens het vierde rapport van het Intergouvernementeel Panel voor Klimaatverandering (IPCC AR4) zijn er geen statistisch relevante trends vast te stellen. Maar uit recent onderzoek blijkt dan weer dat de regenval tussen 1980 en 2009 verminderd is in het regenseizoen (maart tot juni).

Deze historische vaststelling bewijst niet dat de huidige droogte rechtstreeks kan toegeschreven worden aan klimaatverandering. Wetenschappers konden soms wel aantonen in welke mate de door mensen veroorzaakte klimaatverandering heeft bijgedragen tot extreme weersomstandigheden. Maar om dergelijke oefening te maken, moet je over betrouwbare gegevens op de lange termijn beschikken en die gegevens zijn er enkel voor Europa en Noord-Amerika. Voor de huidige droogte bestaan die gegevens niet.

Wat kunnen we verwachten in de toekomst?
Globaal gezien wijzen modellen van klimaatverandering op een toename van extreme weersomstandigheden zoals droogte en overstromingen. Als er niet dringend actie ondernomen wordt om de uitstoot serieus te verminderen, dan zullen de temperaturen in de regio wellicht met 3 tot 4°C stijgen tegen 2080-2099 in vergelijking met de periode 1980-1999.

De projecties over regenval zijn niet duidelijk. De meeste modellen uit het jongste rapport van het IPCC suggereren meer regenval in de Oost-Afrikaanse regio, met een toename van plotse stortregens en dus meer kans op overstromingen. Maar recente studies wijzen dan weer op een verminderde regenval, vooral tijdens het regenseizoen (maart tot juni).

De combinatie van hogere temperaturen en meer onvoorspelbare regenval is onrustwekkend voor de voedselproductie. Een recente schatting van de Britse Koninklijk Vereniging stelt dat de groeiperiode voor basisproducten in een groot deel van Oost-Afrika met 20% korter kan worden tegen het einde van de eeuw. De opbrengst van bonen zou tot 50% minder kunnen zijn.

Klimaatverandering, ja of neen?
De huidige droogte rechtstreeks toeschrijven aan klimaatverandering is onmogelijk; Maar zoals Sir John Beddington, wetenschappelijk adviseur van de Britse overheid, zei tijdens een toespraak: “Wereldwijd is de kans dat dergelijke gebeurtenissen zich voordoen als gevolg van klimaatverandering alsmaar groter.” Hoe dan ook biedt de huidige noodsituatie – als er niet dringend iets ondernomen wordt- een grimmig vooruitzicht voor de toekomst. De moeilijke situatie die we nu kennen kan nóg dramatischer worden.

Wat staat ons te doen?
Vooreerst moeten we beseffen dat deze droogte een gevolg is van te weinig regenval maar dat de honger door mensen veroorzaakt is. Zoals een gekende uitspraak van Amartya Sen luidt, komt hongersnood niet voor in democratieën.
Er is een hemelsbreed verschil tussen het verbod op het gebruik van tuinslangen bij erge droogte en de onmenselijke ontbering in Oost-Afrika. Dat laatste heeft alles te maken met een gebrek aan leiderschap en politiek beleid. Het is helemaal geen toeval dat de gemeenschappen die het zwaarst door de droogte getroffen worden, niet alleen gebukt gaan onder een aanhoudend conflict maar ook decennia lang genegeerd werden en misprezen door regeringen die de nomaden als een ongewenst reliek uit het verleden beschouwen.

De hongersnood maakt duidelijk dat arme mensen uiterst kwetsbaar zijn voor weersomstandigheden zoals een extreme droogte of een gebrek aan regenval. Regeringen en de internationale gemeenschap moeten nu mensenlevens redden maar tegelijk moeten ze die chronische kwetsbaarheid van de gemeenschappen verminderen. Daartoe moet de plaatselijke bevolking beter voorbereid zijn om de cycli van droogte de baas te kunnen.
Praktische en toegankelijke informatie over rampenpreventie en het beperken van de eventuele impact moet beschikbaar zijn voor de bevolking. Er moeten ook betere gegevens ingezameld worden over weerpatronen, het gebruik van land, over gewassen en vee zodat strategieën rond mogelijke aanpassingen aan klimaatverandering beter op punt gesteld kunnen worden.

Investeringen op lange termijn in kleinschalige landbouw en nomaden moeten drastisch verhoogd worden want beide hebben bewezen dat ze een waardig leven voor miljoenen Oost-Afrikanen kunnen verzekeren, mits zij door hun regeringen gesteund worden in plaats van verwaarloosd.
Die investeringen omvatten: een beter beleid rond droogte, investeringen in droog gebied en in de zwaarst getroffen gemeenschappen van nomaden, een betere markttoegang, de ondersteuning van vrouwen en financiële diensten zoals sparen, krediet en verzekeringen.

Ten slotte blijft het uiteraard essentieel dat rijke landen en groeilanden hun uitstoot drastisch verminderen die mee de oorzaak is, indien zij Oost-Afrika en andere kwetsbare regio’s willen helpen zich beter aan te passen aan klimaatverandering. Gebeurt dat niet, dan zullen alle pogingen tot aanpassing hooguit tijdelijk voor verlichting zorgen.


Om extreme opwarming te voorkomen, vraagt Oxfam
- dat de huidige beloften rond de uitstootvermindering herbekeken worden want deze zijn absoluut onvoldoende. Alle regeringen moeten hun inspanningen opvoeren om de globale opwarming te beperken tot hooguit 1,5°C;
- dat de ontwikkelde landen tegen 2020 hun huidige doelstellingen voor uitstootvermindering optrekken tot 40% onder het niveau van 1990;
- dat de ontwikkelde landen de 100 miljard dollar per jaar die ze beloofden, effectief mobiliseren om klimaatacties in ontwikkelingslanden mogelijk te maken.


Duncan Green, hoofd onderzoek bij Oxfam Groot-Brittannië