[Honger ontvluchten en verkracht worden]

Oost-Afrika

8 augustus 2011

Honger ontvluchten en verkracht worden

Barwago Mohamu, een Somalische vluchtelinge, zoekt bescherming voor de nacht onder een schamele lap stof die aan enkele stokken bevestigd is. Een buurvrouw en lotgenote werd verkracht; een andere werd ontvoerd en voor de ogen van haar kinderen drie dagen lang verkracht door een bende. Sindsdien vreest Barwago voor haar leven.

Slechts enkele meters verder bevindt zich een nieuw gebouwd kamp met een politiepost, toiletten en klasjes. Een aantal woonpercelen van het kamp zijn afgebakend met mooie haagjes en wachten op de mogelijke bewoners. Maar het hele kamp is onbewoond. De Keniaanse regering heeft tot nu toe geweigerd om Ifo II, een onderdeel van het grootste opvangkamp Dadaab te openen. Volgens haar vormen de Somalische vluchtelingen een veiligheidsrisico voor het hele land.

Maar voor de vrouwen en kinderen die het conflict ontvlucht zijn en die nu steeds verder van het centrum van het kamp beschutting moeten zoeken, zou dit bijkomende opvangkamp bescherming bieden tegen de gewapende mannen die ’s nachts door de savanne trekken. Sommige van hen zijn wellicht gedeserteerd uit het Somalische leger net over de grens, andere zijn Keniaanse bandieten die de Somalische vluchtelingen beroven en verkrachten.

Het contrast tussen de onveilige, geïmproviseerde beschutting die ver van het kamp opgetrokken werd en de lege voorzieningen toont aan hoe de regionale politiek alle hulpinspanningen in het gedrang kan brengen. Zo gaan er miljoenen dollars verloren en blijven vrouwen en kinderen blootgesteld aan de wreedste aanvallen.

Zelfs geen minimum aan bescherming…
“Wat kunnen wij doen”, vraagt een radeloze Mohamud. “Onze buren zijn ’s nachts verkracht. We zijn bang. Enkele jongens helpen ’s nachts mee de wacht optrekken maar zij hebben ook nog werk te doen overdag.”

Het schamele onderkomen dat Mohamud deelt met nog acht andere vrouwen en meisjes ligt op enige afstand van Dadaab, een kamp dat oorspronkelijk voor 90.000 mensen bedoeld was maar nu onderdak biedt aan 440.000 vluchtelingen. De meesten komen uit het door oorlog geteisterde Somalië. Sommigen wonen hier al 20 jaar, sinds het land in totale anarchie verviel. Maar nu komen daar elke dag 1.000 nieuwe vluchtelingen bij die de honger en het geweld ontvlucht zijn.

Begin deze maand verklaarde de Verenigde Naties dat in minstens twee van de zuidelijke provincies hongersnood uitgebroken was. Nu zouden al vijf provincies geteisterd worden door hongersnood. De VN vreest dat tot 15 miljoen mensen kunnen bedreigd worden door honger. De hulpverlening moet dringend op kruissnelheid komen.

Om de overbevolking te vermijden, stelde de internationale gemeenschap waaronder de VS en de EU 16 miljoen dollar ter beschikking om het kamp uit te breiden en Ifo II te bouwen. Daar zouden 40.000 mensen terechtkunnen. Maar Kenia wacht…

Onderzoek toont dat vrouwen vaak aangevallen worden wanneer zij zich van hun gezin verwijderen om hun behoeften te doen of brandhout te sprokkelen. Als haar drie jonge dochters zich willen ontlasten, verliest Mohamud hen daarom geen moment uit het oog en gebruikt ze de enige zaklamp waarover de negen vrouwen beschikken. Zij bezit geen schoenen dus moet ze barrevoets over het ruwe terrein lopen.

Zwijgen uit angst verstoten te worden
“De vrouwen zijn vreselijk bang om alleen naar het struikgewas te trekken. Daar lopen mannen met geweren rond,” zegt Sinead Murray, een hulpverleenster van het International Rescue Committee. Haar organisatie stelde vast dat het aantal verkrachtingen en geweldplegingen spectaculair gestegen is. Begin juni was dat aantal dubbel zo hoog als in de periode van januari tot mei.

“Steeds meer verkrachte vrouwen durven nu over hun ervaringen spreken”, zegt Murray, “tijdens consultaties in de dorpen worden die zaken doorgaans verzwegen. Misschien omdat vrouwen niet weten waar ze hulp kunnen krijgen of uit vrees door hun gemeenschap verstoten te worden.

Het gaat om vrouwen zoals Sahan, die met een bus uit Somalië gevlucht was toen ze door vier gewapende mannen werden tegengehouden. De vrouwen moesten de bus verlaten en de verkrachtingen gingen drie uur lang door. Sahan heeft haar verkrachting niet gemeld omdat ze ver van de medische dienst woonde aan de buitenrand van het kamp en zich niet van haar gezin durfde te verwijderen. Om haar privacy te beschermen vroeg ze om haar familienaam niet te vermelden in het rapport.

Somaliërs moeten in eigen land geholpen worden, zegt Kenia
Een verslaggever van Associated Press reed rond in het nieuw gebouwde kamp Ifo II. Hij zag er hele rijen nieuwe toiletten en andere voorzieningen waar vrouwen in alle veiligheid zouden kunnen van gebruik maken zonder te worden aangevallen.

Er zijn ook pas geschilderde lagere schooltjes en klassen voor secundair onderwijs, een politiepost en kantoren van internationale organisaties zoals Handicap International tot en met de Noorse dienst voor vluchtelingen maar die zitten stuk voor stuk op slot. Een medische dienst voor Artsen zonder Grenzen ligt er half afgewerkt bij sinds de arbeiders begin dit jaar opdracht kregen het werk stil te leggen. De organisatie verzorgt de mensen nu in tenten.

Meer dan twee weken geleden bezocht de Keniaanse eerste minister Raila Odinga het kamp Dadaab. Hij verklaarde toen dat Ifo II tien dagen later zou openen maar dat is nog altijd niet gebeurd.

Volgens de Keniaanse overheid vormt de permanente toestroom van Somalische vluchtelingen een reëel veiligheidsrisico omdat dit land deels in handen is van milities die banden hebben met Al-Qaeda . Ze is ook bevreesd dat zij, door medische verzorging en onderwijs aan te bieden, nog meer Somaliërs zullen aantrekken die zich permanent in het land komen vestigen bij gebrek aan voorzieningen in hun eigen land. Ze wil dat de voedselhulp in Somalië verstrekt wordt maar de hulpverleners kunnen aangevallen worden door bandieten en lastig gevallen door Keniaanse beambten bij de grens.

Voor de Somalische bevolking zijn er geen alternatieven; ze moeten hun hebben en houden wel achterlaten en vluchten omdat ze vrezen neergeschoten te worden of te sterven van de honger als ze thuis blijven.

Ondertussen blijven de vluchtelingen toestromen, ook al kunnen ze eigenlijk nergens naartoe. De kampen zitten barstensvol en medische hulpverleners moeten tenten opzetten om nieuw aangekomen mensen te verzorgen. Vrouwen en kinderen worden naar de buitenrand of zelfs buiten het kamp teruggedrongen, ver van medische voorzieningen en enige beveiliging. De hulporganisaties vragen dringend meer financiële hulp omdat ze de door hen gebouwde voorzieningen niet kunnen gebruiken. En Mohamud probeert ondertussen onder haar beschutting van een lap stof laken met haar drie dochters zo ver mogelijk uit de buurt te blijven van alle gevaar, bang voor elke nieuwe dag.

“We zijn doodsbang”, blijft ze maar herhalen terwijl haar dertienjarige dochter bij haar in het zand zit te spelen. “Misschien komen die mannen terug… maar waar moeten we anders naartoe?”

Meer informatie:
- Laurent Bourgeois, communicatiedienst Oxfam-Solidariteit
mobile: 0479 022 902 — lbo@oxfamsol.be