Het klimaatproces in 2010, wie zijn de grote helden?

Na de teleurstelling in Kopenhagen kunnen we geneigd zijn de strijd op te geven. Nochtans mag de druk op onze leiders niet verminderen. In 2010 moeten de onderhandelingen doorgaan om op de COP16 in Mexico een eerlijk, ambitieus en bindend akkoord te realiseren.
Oxfam heeft al meermaals het klimaatakkoord van Kopenhagen geanalyseerd en bekritiseerd ( zie het rapport: Climate Change: Get back to the table) Niet alleen heeft het akkoord geen wettelijke waarde, op basis van de vermelde intenties zou de opwarming van de aarde met 3 tot 3,5°C toenemen.
De voorgestelde jaarlijkse financiering met 76 miljard euro tegen 2020 is niet voldoende. Bovendien is niet duidelijk waar dat geld vandaan zou komen (Is dat publiek of privégeld, extra geld of niet?). Tot op vandaag weten we zelfs niet hoeveel landen zich effectief achter het akkoord scharen.
Hoe raken we uit de impasse?
Terwijl klimaatsceptici van de sombere sfeer na Kopenhagen profiteren om de studies van het IPCC nogmaals te bekritiseren, steken ook allerlei vragen de kop op. Kunnen we niet beter massaal investeren in groene technologieën in plaats van met 192 leiders tot een akkoord te komen? Was een bindend akkoord niet al van het begin onrealistisch? Waarom zouden de Verenigde Staten moeite doen als China zich niet echt wil engageren?
Voor Oxfam blijft het duidelijk dat een wettelijk bindend akkoord van essentieel belang is. De omvang van het klimaatprobleem vereist een aanpak die verder gaat dan een internationale samenwerking, zoals op het niveau van de Verenigde Naties. Groene investeringen zijn natuurlijk erg belangrijk, maar niet voldoende om het probleem aan te pakken.
De geschillen tussen de Verenigde Staten en China zijn zowel het probleem als de sleutel van de klimaatonderhandelingen. Beide landen moeten elkaar terug leren vertrouwen. Ze moeten een akkoord bereiken over de doelstellingen en de nodige budgetten.
Het is duidelijk dat we naar een beter begrip van de wensen en prioriteiten van de andere landen moeten streven. De EU heeft een rol als moderator te vervullen, een rol die ze te weinig gespeeld heeft tijdens de top in Kopenhagen. Tot slot moeten we proberen de klimaatagenda meer te koppelen aan de andere internationale agenda’s.
Money talks
Een topprioriteit is en blijft de delicate kwestie van de financieringen voor arme landen. Met de juiste financiering zouden ze zich kunnen aanpassen aan de klimaatverandering en de gevolgen kunnen beperken.
De intentieverklaring van Kopenhagen voorziet 23 miljard euro tussen 2010 en 2012. Dit geld komt voornamelijk van Japan (11 miljard euro), van de EU (7,5 miljard euro), van Noorwegen en de Verenigde Staten ( naar schatting 2,7 tot 4 miljard euro). Deze ‘fast start’ -financieringen moeten snel geïmplementeerd worden. Het geld moet de meest kwetsbare en arme landen dienen.
Tot vandaag is niet duidelijk hoeveel de publieke en de privésector zullen bijdragen. Noch is het duidelijk of dit geld een bijkomende ondersteuning is voor de ontwikkelingshulp en hoe het zal worden toegewezen.
Dezelfde onzekerheid bestaat over de 76 miljard euro per jaar die nodig zijn tegen 2020.
Het IMF werkt aan een voorstel voor ‘een groen fonds’, waaruit landen kunnen putten om zich aan te passen aan de klimaatverandering.
Maar de Wereldbank blijft projecten rond fossiele brandstoffen financieren – 1572 miljard euro per jaar tussen 2006 en 2008, terwijl ze maar 435 miljoen euro investeert in duurzame energie-projecten en 279 miljoen euro in projecten rond vernieuwbare energie.
Zwakke engagementen
55 landen – samen goed voor drie vierde van de CO2-uitstoot in de wereld - hebben hun engagement rond CO2-vermindering voorgesteld, zoals ze in Kopenhagen toegezegd hadden. Enkelen onder hen zijn de VS, de lidstaten van de EU, Japan, Brazilië, China, India en Zuid-Afrika.
Hoewel de meesten hun engagementen van december nog eens bevestigd hebben, zwakten anderen hun ambities al af. De VS wilden hun uitstoot tegen 2020 verminderen met 17% ten opzichte van 2005 (wat overeenkomt met 3% ten opzichte van 1990). Maar ze hebben hun engagement geherformuleerd en willen hun uitstoot nu verminderen met ‘ongeveer’ 17%.
Australië, de EU en Noorwegen hebben gekozen voor de zwakste maatregelen die in december werden voorgesteld. Hoewel China zijn vrijwillig engagement om de uitstoot tegen 2020 met 40 tot 45% te verminderen bevestigde, aarzelt India meer en meer om zijn doelstelling van een vermindering met 20-25% te herhalen.
De Belgische positie
De minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel en de minister van Energie en Klimaat Paul Magnette hebben recent een strategische nota gepubliceerd over de klimaatkwestie.
Charles Michel benadrukt het belang van een klimaatfonds, vooral afkomstig uit de ontwikkeling van de CO2-markt, waar de overheden van de minst ontwikkelde landen kunnen uit putten. Het bedrag van deze publieke middelen moet gelijkwaardig zijn aan de huidige officiële ontwikkelingshulp
Voor Oxfam kan de aankoop van emissierechten niet beschouwd worden als klimaatfinanciering.
Paul Magnette pleit voor een klimaatwet die de Belgische doelstellingen op lange termijn bevat (tot 2050). In zijn nota vermeldt hij de intentie van de Belgische overheid om emissierechten in Afrika te kopen.
Oxfam vraagt dat de emissievermindering voornamelijk binnenlands zou zijn en slechts voor maximaal 25% zou voortkomen uit de aankoop van emissierechten.
België moet bij de EU pleiten voor een onvoorwaardelijke vermindering van de uitstoot met 30%, ten opzichte van 1990 (momenteel opteert de EU voor 20%).
Vanaf 2013 zou de EU 35 miljard euro klimaatfinanciering moeten voorzien. België zou 1 miljard euro ter beschikking moeten stellen. Deze fondsen zouden kunnen komen uit een internationaal akkoord rond taxen op het vliegverkeer en het maritiem transport (17%) en uit de veiling van CO2-emissies.
Dit geld moet naar een internationaal fonds gaan, bestemd voor de aanpassing van arme landen aan de klimaatverandering.
Belangrijke data in 2010
World People’s Conference on Climate Change and the Rights of Mother Earth: internationale top in Bolivië, van 19 tot 22 april 2010.
Intermediaire vergadering onder leiding van de UNFCCC in Bonn, van 31 mei tot 11 juni 2010.
COP 16 Mexico: het vervolg op de klimaattop (COP15) van Kopenhagen in november 2010 (onder leiding van de UNFCCC) .
Meer info:
Brigitte Gloire, beleidsmedewerkster klimaat en duurzame ontwikkeling
teL 02 501 67 53
( Oxfam-rapport: Climate Change: Get back to the table)


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
