Bezet Palestijns Gebied

27 november 2009

Gazaanse boeren volledig afgesneden van hun land

Catherine Weibel, communicatieverantwoordelijk van Oxfam Novib (Nederland) in Jeruzalem, vertelt over de zware gevolgen die de uitbreiding van de "bufferzone" voor de Gazaanse bevolking heeft. Gevolgen die vooral voor de boeren en hun familie dramatisch zijn.

Rijden langs de bufferzone, de militaire verboden zone die zich langs de grens tussen de Gazastrook en Israël uitstrekt (aan de Palestijnse kant van de muur zie kaart), is een vreemde ervaring.

Een lange, horizontale bruine strook aarde loopt langs de Muur die de Gazastrook van Israël scheidt. In het desolate landschap staan nog slechts enkele overblijfselen van vernielde gebouwen. Een grote, zilveren observatieballon, volledig uitgerust met videocamera’s van het Israëlische leger, zweeft traag voorbij.

Wat vroeger een groen, vruchtbaar gebied was met rijke landbouwgronden en graasweiden is nu een verlaten plaats waar niemand nog naartoe durft te gaan om het land te bewerken. Het Israëlische leger verbiedt boeren in Gaza om deze zone te betreden.

In de vuurlinie
De Oslo-Akkoorden, ondertekend in 1995, lieten het Israëlische leger toe om een veiligheidszone tussen Israël en Gaza te installeren. In de praktijk groeide deze bufferzone al snel uit tot een verboden gebied voor Palestijnen dat door de Israëlische autoriteiten sinds de tweede intifade stelselmatig unilateraal uitgebreid wordt.

Bijna wekelijks maken rapporten van ngo’s gewag van Israëlische soldaten die boeren beschieten die hun land langs de bufferzone bewerken. Dit jaar raakten door zulke incidenten om de twee maanden mensen gewond. Bijna elke week zijn er Israëlische invallen, waarbij bulldozers het gebied met de grond gelijk maken en de velden vernielen. “Voor veel mensen in Gaza is de regel simpel: als ze ons kunnen zien, schieten ze ons dood”, getuigt een lokale hulpverlener.

Een bufferzone die altijd groter wordt
Tijdens Operatie “Gegoten Lood” die in januari 2009 eindigde, werden huizen, werkplaatsen, veeboerderijen, boomgaarden, landbouwwegen, waterbronnen en akkerlanden die zich in die bufferzone bevonden, door het Israëlische leger vernietigd.

In juni dropte het leger folders in de Gazastrook om mensen te waarschuwen dat de bufferzone vanaf dan een 300 meter brede strook land werd. In de praktijk is de zone zelfs nog breder. Lokale boeren durven niet dichter te komen dan één tot twee kilometer, afhankelijk van de plaats. Ze zijn bang dat ze beschoten zullen worden door Israëlische soldaten en ze weten niet waar de grens juist ligt.

“Als je dit verlaten stuk land ziet, is het moeilijk om te geloven dat boeren zich tot in 2000 veilig genoeg voelden om hoge planten te telen tegen het hek dat Gaza van Israël scheidt”, zegt Ahmed Sourani, Directeur Projecten en Samenwerking van Palestinian Agricultural Relief Committees (PARC) in Gaza, een partner van Oxfam-Wereldwinkels en Oxfam-Solidariteit. “Het hele gebied was vroeger groen en werd intensief bewerkt. Nu is het grotendeels bruin en verlaten, want boeren zijn bang om het te betreden.”

Landbouw hard getroffen
Volgens PARC en de Food and Agriculture Organisation (FAO) van de VN ligt ongeveer een kwart tot een derde van de landbouwgrond in Gaza binnen de bufferzone. Veel boeren in Gaza hebben niet langer veilige toegang tot hun grond en zijn hierdoor hun bron van inkomsten kwijt. “De Gazastrook was al een klein gebied dat nog verder beperkt werd door de bufferzone”, zegt Sourani. “Honderden families hebben niet langer toegang tot hun land.”

Sinds de bufferzone uitbreidde en een verboden zone werd, heeft de landbouwsector in Gaza enorme schade geleden. De meest vruchtbare gronden en veel waterbronnen bevinden zich in de zone, die vroeger als de voedselkorf van de Gazastrook bekend stond. Ook veel veeboerderijen bevonden zich in het gebied dat over voldoende ruimte, goedkope grond en goede graasweiden beschikt.

“De Gazastrook is stap voor stap aan het veranderen in een grote, dichtbevolkte stedelijke zone”, gaat Sourani verder. “Daarom zijn de gebieden langs de grens zo belangrijk voor onze voedselzekerheid. De boeren zijn totaal gefrustreerd. Ze kunnen het land zien dat ze vroeger bewerkten. Ze weten dat ze daarmee hun familie kunnen onderhouden. Maar ze kunnen er niet meer aan, aangezien ze het risico lopen om gedood te worden.

Vandaag zijn wij afhankelijk van hulp...
Diab Tarabin, een 50 jaar oude Bedoeïen en hoofd van een 16 leden tellende familie, is een van die boeren. Hij heeft niet langer toegang tot zijn land, zelfs al hebben hij en zijn familie zich jaren in het zweet gewerkt om het te bewerken.

“Ik had vroeger 150 olijfbomen en 25 dadelpalmbomen en goede vruchtbare grond in de zone die nu door de Israëlische autoriteiten als bufferzone aangeduid is”, vertelt hij. “Ik heb niet langer toegang tot mijn grond, en mijn bomen werden door bulldozers van het Israëlische leger ontworteld tijdens de operatie ‘Gegoten Lood’. Ik kan niet meer in mijn huis wonen, aangezien het Israëlische leger vond dat het te dicht bij de bufferzone stond en het met de grond gelijk heeft gemaakt. Zelfs ons waterreservoir werd vernietigd.”

Tarabin en zijn familie hebben enkel nog enkele geiten en kippen, en ze telen wat groenten. “Ik had een goed inkomen vroeger, maar nu ben ik afhankelijk van voedselhulp om mijn familie te eten te geven en heb ik niet genoeg geld om kleren voor mijn kinderen te kopen.”

Sinds operatie “Gegoten Lood” woont de hele familie in een tent die ze van een ngo kregen en in een schuilplaats gemaakt van vodden, op een paar meter van de ruïne van hun vroegere huis. Granaatscherven liggen nog steeds overal verspreid op de grond.

Onder een dunne lap stof die onvoldoende bescherming biedt tegen weer en wind ligt Dunia, de vierjarige dochter van Tarabin die sinds de geboorte verlamd is. Ze kermt zachtjes terwijl haar moeder haar hand vasthoudt, zonder dak die naam waardig boven hun hoofd. “Er is geen behandeling voor haar in de Gazastrook, maar tot nu toe hebben we haar niet naar buiten kunnen brengen”, vertelt haar vader. “God is onze enige hoop.”

Heropleving landbouw is vitaal
Enkele minuten rijden verder ligt Juhor ad-Dik, een klein boerendorp boven op een heuvel. Vernielde betonnen huizen liggen naast de weg, met daartussen geïmproviseerde schuilplaatsen en tijdelijke “containerhuizen” die door ngo’s geschonken werden aan de Bedoeïenen wiens huizen tijdens operatie “Gegoten Lood” vernield werden.

Tien maanden later is nog niets heropgebouwd doordat de Israëlische autoriteiten niet toelaten dat bouwmateriaal Gaza binnenkomt.

De Food and Agriculture Organisation van de VN verklaarde recent nog dat de zwaar beschadigde landbouwsector in Gaza de mogelijkheden heeft om te herstellen op voorwaarde dat er toegang is tot de bufferzone, dat de landbouwvoorzieningen hersteld worden en de commerciële grensovergangen van de Gazastrook geopend worden.

Uitkijkend over de Gazastrook kan Ahmed Sourani dit alleen maar beamen. “Gazanen moeten hun intensieve landbouw in de bufferzone terug kunnen opnemen. Zij willen immers niet afhankelijk zijn van humanitaire hulp, zij willen gewoon hun velden bewerken.”

Oxfam ondersteunt een noodhulpprogramma in het gebied, gefinancierd door de Belgische overheid (DGOS) en uitgevoerd door PARC, Union of Agricultural Work Committees en Ma’an Development Center. Het programma zorgt voor het herstel van vernielde waterbronnen, serres en boomgaarden.

Catherine Weibel
Communicatieverantwoordelijke van Oxfam Novib in Jeruzalem

Credits foto’s: Catherine Weibel

 
Disclaimer over het Israëlisch-Palestijns conflict.