Gaza, een jaar later. Getuigenis van Jehan Al-Aklouk, projectcoördinator bij UHWC

Jehan Al-Aklouk werkt bij de Union of Health Work Committees (UHWC), een Palestijnse ngo en partnerorganisatie van Oxfam. Zij vertelt hoe zij de operatie “Cast Lead” beleefd heeft, van de eerste tot de laatste dag van de militaire operatie.
“Op zaterdag 27 december 2008 was ik van plan een heel gewone dag door te brengen. Nadat ik een taxi genomen had naar kantoor, dronk ik mijn koffie en begon te werken. Maar midden op de dag hoorde ik een enorme explosie die de ruiten van het kantoor brak, snel gevolgd door een nieuwe hevige explosie. Er brak paniek uit. Iedereen vroeg zich af wat er gebeurde en vooral of iemand gewond was. De vragen vermenigvuldigden zich in het kantoor. Het antwoord op deze vragen volgde snel: dit was het begin van de oorlog.
Overal bombardementen
In feite had het Israëlische leger het gebouw van de Al-Abbas-politie gebombardeerd dat zich achter het kantoor van de Union of Health Work Committees bevond. We hebben geprobeerd onze families te bellen om te weten of ze veilig en ongedeerd waren, maar het netwerk was uitgevallen. De bombardementen volgden elkaar snel op; verscheidene plaatsen waar ik elke dag passeerde waren het doelwit.
We hebben ons naar huis gehaast om bij onze familie te zijn. Helaas waren er ook bombardementen dichtbij m’n huis in de Tal Al-Hawa-wijk. Het Israëlische leger had het ministerie van Justitie en de Islamitische Universiteit gebombardeerd. Tijdens de 20ste nacht van de militaire operatie zijn de Israëlische tanks overal in de wijk beginnen schieten op huizen en andere gebouwen. Bij mij thuis zaten we met 13 mensen verschanst in een kamer. We hebben die nacht geen enkel uur kunnen slapen.
In de val
‘s Morgens hoorden we de tanks nog altijd in de straten. We durfden het huis niet te verlaten omdat de soldaten schoten op alles wat bewoog. Meerdere leden van mijn familie hebben toch geprobeerd hun wagen te nemen om zich in veiligheid te brengen, maar de Israëlische troepen hebben twee raketten op hen afgevuurd. Ze werden allemaal gedood, behalve een van de zonen van mijn neef die zwaar gewond raakte.
We bleven ingesloten in die ene kamer die op elk moment kon gebombardeerd worden. De tanks schoten overal op de huizen. De kinderen stonden doodsangsten uit en we probeerden hen de hele tijd te kalmeren.
De laatste nacht van de militaire operatie heeft het leger fosforbommen op de huizen van de wijk geworpen. Er waren vlammen rond het huis maar we konden het vuur niet doven. Ik heb m’n collega Jamal gebeld om hem te vragen de Rode Halve Maan te contacteren zodat ze ons konden komen redden. Enkele minuten later belde hij terug om me te zeggen dat ze hadden geprobeerd de wijk binnen te komen, maar dat het hen niet gelukt was. Hij kondigde echter aan dat de Israëlische troepen zich zonder twijfel binnen een uur of twee zouden terugtrekken. Het was het einde van de oorlog…
Terug naar het “normale leven”
De terugkeer naar kantoor was een zeer ontroerend moment. Ik was blij om m’n collega’s en vrienden veilig en ongedeerd terug te vinden. We vertelden elkaar hoe we die drie weken van oorlog waren doorgekomen. Na deze catastrofe hoopten we dat de internationale gemeenschap onze bevolking zou steunen.
Beetje bij beetje kon het leven in Gaza weer hernemen. De Gazanen zijn sterke mensen die alle moeilijkheden te boven komen, zelfs al blijft het leed altijd diep in ons binnenste. Tijdens de oorlog heb ik vaak teruggedacht aan m’n grootmoeder die me vertelde hoe ze in 1948 gedwongen werd haar huis te verlaten. Ze was een vluchtelinge in haar eigen land geworden. In vergelijking met wat zij heeft meegemaakt, denk ik dat we nog niet in zo een slechte situatie verkeren. Persoonlijk verkies ik het licht aan het einde van de tunnel te zien. Want ik ben zeker dat op een dag de wereld naar ons zal luisteren.”
Meer info over de Union of Health Work Committees


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
