Europese ambities voor biobrandstof rampzalig voor het Zuiden

De EU-plannen om het gebruik van biobrandstoffen op te voeren, zouden een ramp kunnen worden voor de armste mensen, waarschuwt Oxfam International in een nieuw rapport.
Tegen 2020 zullen de EU-lidstaten hun brandstof voor het transport voor minstens 10% uit biobrandstoffen moeten halen. Om aan de sterke groei van de vraag tegemoet te komen, zal de EU biobrandstoffen gemaakt uit suikerriet en palmolie moeten invoeren uit de ontwikkelingslanden. Maar de wedren van grote bedrijven en regeringen naar landen als Indonesi, Brazili, Colombia, Tanzania en Maleisi, om daar een stuk van de Europese biobrandstof-koek in te pikken, dreigt de arme bevolking van haar grond te verjagen, hun bestaansmiddelen te vernietigen, de arbeiders uit te buiten en de toegang tot n de betaalbaarheid van voedsel aan te tasten.
“De verwoede poging om de EU en de rest van de wereld te voorzien van biobrandstoffen vermindert de overlevingskansen van arme landbouwers en landarbeiders in ontwikkelingslanden. De huidige EU-voorstellen dreigen die situatie nog te verergeren. Het is zonder meer onaanvaardbaar dat arme mensen in ontwikkelingslanden de kosten moeten dragen voor de twijfelachtige pogingen van Europa om zijn uitstoot te beperken”, stelt Thierry Kesteloot, onderzoeker bij Oxfam-Solidariteit.
Biobrandstoffen bieden de mogelijkheid om armoede te bestrijden door jobs te scheppen en de markt open te stellen voor familiale boeren en door goedkope hernieuwbare energie voor lokaal gebruik aan te bieden. Maar de enorme plantages die ontstaan om aan de EU-vraag te beantwoorden, leveren meer bedreigingen dan kansen op voor arme mensen. Dat probleem zal nog groter worden naargelang de strijd om de vraag te beantwoorden intenser wordt, tenzij de EU waarborgen invoert om de toegang tot grond, de bestaansmiddelen, de arbeidsrechten n de voedselveiligheid te verzekeren.
Biobrandstof, geen toverformule
De EU-lidstaten zijn overeengekomen om de 10% doelstelling op een duurzame manier te realiseren, maar Oxfam wijst erop dat de huidige voorstellen geen richtlijnen bevatten over de sociale en menselijke impact.
“De EU heeft haar biobrandstof-doelstelling gekozen zonder de impact hiervan op mens en milieu te onderzoeken. De EU moet maatregelen voorzien om de rechten en de bestaanszekerheid van de mensen in de producerende landen te beschermen. Indien blijkt dat die 10 percentdoelstelling met deze maatregelen niet haalbaar is, moet de EU terug naar de tekentafel”, zegt Kesteloot.
“Laten we eerlijk zijn, biobrandstoffen zijn geen wondermiddel. Zelfs al slaagt de EU erin haar 10% doelstelling te halen uit duurzame biobrandstof – en volgens Oxfam is dat hoogst twijfelachtig – dan nog zal dit maar een marginaal effect hebben op de CO -uitstoot van een steeds maar meer energie verbruikende transportsector”
Uit gepubliceerde rapporten blijkt dat niet minder dan 5,6 miljoen vierkante kilometer grond – een gebied dat meer dan tien keer zo groot is als Frankrijk – kan ingezet worden voor de teelt van biobrandstoffen in de volgende twintig jaar in Indonesi, Brazili, Zuid-Afrika en India alleen. Met dramatische gevolgen.
Volgens de VN zouden naar schatting 60 miljoen mensen wereldwijd het risico lopen van hun grond verdreven te worden, om plaats te maken voor biobrandstoffenplantages. Op zoek naar werk belanden velen van hen uiteindelijk in sloppenwijken, anderen zullen in erbarmelijke omstandigheden op plantages moeten werken, zonder respect voor fundamentele arbeidsrechten. Bovendien worden arbeidsters er doorgaans extra gediscrimineerd en zijn ze ook slechter betaald dan mannen.
Waardevolle landbouwgrond gaat verloren
In Indonesi wordt bijna een derde van de palmolie geproduceerd door kleine boeren die hun recht op grond meestal zagen verloren gaan door de uitbreiding van plantages en die ‘als beloning’ hiervoor twee hectaren kregen toegewezen. Deze kleine boeren zijn met handen en voeten aan de palmolie-industrie gebonden omdat deze een lening heeft toegestaan in ruil voor hun opbrengst. Dat betekent meteen dat deze boeren ook niet de beste prijs krijgen voor hun palmolie.
Abet Nego Tarigan is vice-directeur van Sawit Watch, een organisatie die dorpsgemeenschappen, boeren en loonarbeiders vertegenwoordigt die door de palmolieproductie in Indonesi getroffen werden. Hij stelt dat: “beslissingen over biobrandstoffen die in Europa genomen worden, directe gevolgen hebben voor miljoenen mensen in Indonesi. In hun nietsontziende jacht op het biobrandstof-goud, aarzelen machtige palmolieproducerende bedrijven niet om gemeenschappen van hun grond te verdrijven waar zij sinds vele generaties geboerd hebben.
Loonarbeiders en kleine boeren worden zonder enige schroom uitgebuit en er gaat waardevolle landbouwgrond verloren waar wij het voedsel op konden telen dat we nodig hebben voor onszelf en om een inkomen te verwerven. De voorgestelde plannen van de EU zullen dit nog verergeren, nog meer mensen zullen arm worden en de grond zal geconcentreerd worden in de handen van enkelingen.”
Voor meer informatie:
Thierry Kesteloot, onderzoeker over voedselsoevereiniteit en landbouw bij Oxfam-Solidariteit,
tel. 02 501 67 55 — gsm: 0475 543 723
Het rapport “Bio-fuelling Poverty” van Oxfam International:



Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
