Eerlijke prijzen zijn belangrijker
Het is het recht van Liberales om de vrijhandelsideologie aan te kondigen als de oplossing voor onderontwikkeling en armoedebestrijding (’Boeren en NGO’s vormen geen gezamenlijk front’, De Tijd, 22 december 2005). De realiteit toont echter wel aan dat een blind geloof in de vrije competitie zware gevolgen heeft voor boeren - hoofdzakelijk in het Zuiden, maar inderdaad ook in het Noorden, stelt THIERRY KESTELOOT.
(*Artikel overgenomen uit de krant De Tijd. Oxfam publiceerde dit opiniestuk als antwoord op een artikel in diezelfde krant, getiteld "Boerenbond en NGO’s vormen geen gezamenlijk front")
"29-12-2005 Patrick Luysterman;
Eerlijke prijzen zijn belangrijker
Het is het recht van Liberales om de vrijhandelsideologie aan te kondigen als de oplossing voor onderontwikkeling en armoedebestrijding (’Boeren en NGO’s vormen geen gezamenlijk front’, De Tijd, 22 december 2005). De realiteit toont echter wel aan dat een blind geloof in de vrije competitie zware gevolgen heeft voor boeren - hoofdzakelijk in het Zuiden, maar inderdaad ook in het Noorden, stelt THIERRY KESTELOOT.
Koffie, thee, rijst, suiker, bananen, cacao, granen, melk, enzovoort. Er zijn voorbeelden genoeg die aantonen dat het vrijmaken van de markten en het afstemmen van de prijzen op de wereldmarktprijzen de kleine boer doorgaans geen garantie biedt voor lonende prijzen. Ongetwijfeld spelen de exportsubsidies hier een rol. Blijkbaar heeft Egbert Lachaert van Liberales onze herhaalde standpunten over exportsubsidies niet (willen) lezen. Alle vormen van ondersteuning die tot dumping leiden, heeft Oxfam systematisch veroordeeld.
Maar hun afschaffing zal toch geen blijvende perspectieven bieden voor een grote meerderheid van boeren die niet competitief zijn op de wereldmarkt. Omdat die wereldmarkt een overschottenmarkt is, bevinden we ons in een situatie waar de meerderheid van boeren niet aan de wereldmarktprijs kan overleven, al worden de exportsubsidies afgeschaft. Economisch gezien zijn die honderden miljoenen boeren overbodig voor Liberales. Dat is slecht nieuws voor armoedebestrijding.
Nieuw-Zeelandse melk
Afrikaanse boerenorganisaties klagen een beleid aan dat hun zegt: ’Zodra je op de wereldmarkt competitief bent, mag je eten.’ De familiale landbouworganisaties in Brazili verzetten zich tegen de exportgerichte landbouw van hun land omdat hij geen eerlijke toegang biedt tot land en krediet, en hun overleving zelf in het gedrang brengt. Vertegenwoordigers van de enkele honderden miljoenen melkboeren in India vrezen niet enkel dat hun markten overspoeld raken met Europese gedumpte melk, maar ook met de zeer goedkope Nieuw-Zeelandse melk. Wij geloven dat die boeren wel degelijk recht hebben op een betere en duurzame toekomst.
De theorie leert ons wel dat ze maar moeten diversifiren naar andere sectoren. De realiteit is minder rooskleurig voor vele landen, die hun exportmogelijkheden van suiker, bananen, rijst, maar ook van textiel of financile diensten, gewoon zien verdwijnen, terwijl andere ’nieuwe’ markten zoals groenten, fruit of snijbloemen nu al grotendeels verzadigd zijn. Diversifiren is makkelijk gezegd, maar moeilijk gedaan.
Het vrij functioneren van de landbouwmarkten met een maximale concurrentie tussen de boeren overal ter wereld heeft slechts n resultaat: de prijs van de landbouwproducten nog maar eens doen verlagen, in de eerste plaats in het voordeel van de verwerkende industrie, en nauwelijks voor de consument. De prijs van het brood is maar blijven stijgen ondanks de lage graanprijzen.
Marktregulering
Wat familiale boeren in Noord en Zuid echt nodig hebben om uit de armoede te komen, zijn eerlijke prijzen. Die komen er in de eerste plaats door lokale afzetmarkten - goed voor 90 procent van de landbouwproductie - af te schermen voor goedkope invoer (met of zonder subsidies). Eerlijke prijzen op de internationale markten kunnen ook door een betere marktregulering. Dat betekent niet dat bepaalde instrumenten van het Europese landbouwbeleid, zoals productiebeheersing, prijsondersteuning, invoerheffingen en preferentile invoermaatregelen zonder meer overboord gegooid moeten worden. Integendeel. Marktregulering is noodzakelijk voor het overleven van de familiale landbouw in ontwikkelingslanden en in het Noorden.
Die standpunten worden uitgebreid gedeeld door vele NGO’s in Belgi, Europa en internationaal (inclusief Oxfam International), maar ook door vele regeringen van ontwikkelingslanden zelf. Maar het zijn de wereldwijde boerenorganisaties met wie we samenwerken die zowel dumping als een ’race to the bottom’ verwerpen.
De auteur is medewerker van Oxfam-Solidariteit.
Patrick Luysterman"
Boerenbond en NGO’s vormen geen gezamenlijk front Journalist Guy Van den Broek (’Boerenbond en NGO’s vormen steeds meer n front’, De Tijd, 14 december) stelt dat de belangen van de Boerenbond en de niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) gelijklopend worden. EGBERT LACHAERT is het daar niet mee eens.
(*Artikel overgenomen uit de krant De Tijd. Oxfam publiceerde als antwoord een opiniestuk in diezelfde krant, getiteld "Eerlijke prijzen zijn belangrijker")
"22-12-2005 Patrick Luysterman;
Boerenbond en NGO’s vormen geen gezamenlijk front
Journalist Guy Van den Broek (’Boerenbond en NGO’s vormen steeds meer n front’, De Tijd, 14 december) stelt dat de belangen van de Boerenbond en de niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) gelijklopend worden. EGBERT LACHAERT is het daar niet mee eens.
Als gemeenschappelijke vijand wordt een ongebreidelde vrije markt genoemd. Die analyse kan niet worden bijgetreden. Het zou een aanfluiting (moeten) zijn van de oprichtingsdoelstellingen van die NGO’s indien zij samen met de Boerenbond een gemeenschappelijk doel voor ogen zouden hebben of n front zouden vormen.
De westerse landbouworganisaties, zoals de Boerenbond, blijven ongegeneerd pleiten voor een Europese landbouwpolitiek, gent op de subsidiring van westerse producten. Die politiek is zonder meer nefast te noemen voor kleine landbouwondernemingen in ontwikkelingslanden. De Boerenbond is dan ook in wezen een lobbygroep die als voornaamste doelstelling heeft het veiligstellen van het inkomen van haar leden. In het door de Boerenbond gepubliceerde Memorandum voor een dynamisch Vlaams platteland en voor een leefbare land & tuinbouw in een groeiend Europa wordt immers duidelijk gesteld: ’Europa heeft zijn landbouwbeleid voldoende aangepast en mag geen verdere toegevingen doen in het kader van de WHO-onderhandelingen’.
Dat standpunt van de Boerenbond houdt in dat de subsidiring van de Europese landbouwproducten behouden moet blijven, inclusief de exportsubsidies die ertoe leiden dat Europese landbouwproducten tegen dumpingprijzen worden aangeboden in ontwikkelingslanden en de daar bestaande landbouweconomie vernietigen door de kunstmatig lage prijzen van de Europese producten. De Boerenbond pleit ook voor afscherming van de nationale landbouwmarkten.
Tegengesproken
Die standpunten van de Boerenbond worden in de publicaties van enkele gereputeerde NGO’s tegengesproken. Op de WHO-top in Hongkong eisten de NGO’s de afbouw van de protectionistische afscherming van de westerse afzetmarkten en streven zij naar ’fair trade’, wat zij dan tegenover de (naar hun oordeel) te liberale vrije wereldmarkt plaatsen.
In een studie van Oxfam International met de titel ’Truth or consequences: Why the EU and the USA must reform their subsidies, or pay the price’ wordt gesteld: ’It is time to make trade rules work for poor as well as rich countries’. De door de Boerenbond geprezen Europese landbouwsubsidies worden in dit document door Oxfam International afgewezen.
Oxfam International geeft daarbij zelf enkele voorbeelden van nefaste gevolgen van de subsidiringspolitiek van de Europese Unie. Zo schat Oxfam International dat 10.000 landbouwers uit de Dominicaanse Republiek die gespecialiseerd waren in zuivelproducten de afgelopen twintig jaar hun activiteiten hebben moeten stopzetten door de (gesubsidieerde) dumping van Europese melkproducten op de lokale markt.
Waar de journalist wel een punt heeft, is het feit dat sommige NGO’s een weinig consequente houding aannemen en daardoor soms de objectieve bondgenoot worden van organisaties als de Boerenbond. Zo kan worden gewezen op het feit dat verantwoordelijken van Oxfam Belgi mee opstapten in de betoging in 2004 tegen de vermindering van de Europese exportsubsidies.
Guy Van den Broek stelt dat een ongebreidelde toepassing van de wetten van de vrije markt de gemeenschappelijke vrees zou zijn van de Boerenbond en NGO’s. Dat dat ertoe zou leiden dat beide gemeenschappelijke belangen hebben, kan evenwel niet worden bijgetreden. De NGO’s zouden naar eigen zeggen een faire vrije wereldmarkt nastreven. Over de mate waarin de wereldmarkt vrij moet zijn, zijn NGO’s soms weinig eenduidig, maar niettemin staat dat veraf van de marktafscherming die de Boerenbond beoogt.
Spanningsveld
Landbouwers in ontwikkelingslanden zullen alleen in een echte (faire?) vrije wereldmarkt hun bestaand comparatief voordeel van lagere productie- en arbeidskosten kunnen uitspelen tegenover de hogere productiekosten in de rijkere productielanden. Vanzelfsprekend bestaat dan het risico dat het inkomen van westerse boeren niet gegarandeerd is, wat onmiddellijk het spanningsveld tussen NGO’s en de Boerenbond aanwijst.
Laat ons dus hopen dat NGO’s dan ook consequent blijven in hun doelstellingen en daadwerkelijk durven te pleiten voor een internationale vrijhandel waarin kansen tot ontwikkeling worden geboden aan landbouwproducenten uit ontwikkelingslanden. De dag dat men dient vast te stellen dat NGO’s dezelfde belangen verdedigen als de Boerenbond, zal de arme landbouwer in een ontwikkelingsland nog verder af zijn van een betere toekomst dan ooit tevoren.
De auteur is kernlid van de onafhankelijke liberale denktank Liberales (www.liberales.be)
Patrick Luysterman"


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
