Voedselsoevereiniteit

4 juli 2005

Een onzekere toekomst voor de kleine boeren

Einde januari 2005 verwelkomden vertegenwoordigers van kleine boeren, landloze boeren en Braziliaanse landarbeiders in Chapeco, Brazilië, vertegenwoordigers van boerenorganisaties uit Amerika, Azië, Afrika en Europa. Eenstemmig riepen ze op voor een solidaire landbouw- en handelspolitiek

Einde januari 2005 verwelkomden vertegenwoordigers van kleine boeren, landloze boeren en Braziliaanse landarbeiders in Chapeco, Brazili, vertegenwoordigers van boerenorganisaties uit Amerika, Azi, Afrika en Europa. Eenstemmig riepen ze op voor een solidaire landbouw- en handelspolitiek (1). Zij verzetten zich tegen een neoliberale visie die gebaseerd is op de deregulering van de markten, want dat leidt tot de vernietiging van de familiale landbouw in de wereld.

Chapeco is de hoofdstad van de familiale landbouw in Brazili. Het landschap in de omgeving bestaat uit mas-, tabak- en sojavelden, afgewisseld met bossen. Het volstaat enkele Alpijnse chalets toe te voegen en je ziet de erfenis van de honderdduizenden migranten die eind 19de eeuw uit het noorden van Itali naar hier kwamen zo voor je. Zodra het landschap overgaat in plateau’s, zijn er alleen nog sojavelden te zien zover het oog reikt. Een duidelijk contrast waarachter nog een andere tegenstelling schuilgaat. Zowel in de staat Parana als in de staat Rio Grande do Sul overweegt de monocultuur van soja en toch zijn beide staten heel verschillend. Parana heeft ervoor gekozen het gebruik van genetisch gemanipuleerde gewassen te verbieden, in Rio Grande do Sul is het gebruik van genetisch gemanipuleerde soja, die clandestien uit Argentini werd ingevoerd, sinds kort wel toegestaan. Die verschillende benadering wijst op de tegenstellingen in de Braziliaanse landbouw, en dat blijkt ook uit de cijfers die onze Braziliaanse gastheren citeren: 84 procent van de landbouwbedrijven zijn familiale bedrijven en samen bewerken ze slechts 30 procent van de grond. Ook al zorgen ze voor bijna de helft van de voedselproductie in het land, toch beschikken ze slechts over een vierde van de financile middelen die aan de landbouwsector worden ter beschikking gesteld. En 70 procent van het land is in handen van grootgrondbezitters (latifndias), erfgenamen van de koloniale periode, of van de grote agro-bedrijven. Sinds Brazili resoluut opteerde voor de liberalisering van zijn landbouw is de dualiteit nog sterker geworden: aan de ene kant een kleine sector, die ‘competitief, modern en gentegreerd is in de markt’ en aan de andere kant een grote massa kleine familiale bedrijven die steeds meer gemarginaliseerd worden. De tegenstelling wordt nog versterkt door de ongelijke toegang tot: natuurlijke grondstoffen, steun voor irrigatie, kredieten, rurale infrastructuur, diensten, vorming,...

Een destructieve liberalisering Sinds het begin van de jaren negentig is de impact van de liberalisering in Brazili vooral te merken aan de prijsdaling voor landbouwproducten. Voor de familiale landbouw komt dat neer op een verlies aan inkomsten van bijna 50 procent in tien jaar tijd. Velen hebben hun boerderijen moeten opgeven, sommigen zoeken hun geluk in de stad, andere worden loonarbeider op andere boerderijen of zijn zonder meer landloos. Paradoxaal genoeg behoren deze boeren vandaag tot de 44 miljoen mensen in Brazili die niet voldoende voedsel hebben, terwijl hun land ondertussen de belangrijkste uitvoerder is geworden van soja, koffie, suiker, rundvlees, tropisch fruit en gevogelte. Gouverneur Lula gokt op een op export gerichte agro-industrie om de schulden te kunnen terugbetalen, gekoppeld aan een ontwikkelingspolitiek voor het platteland en voor de familiale landbouw. Maar “een combinatie van de twee is onhoudbaar,” zo zegt een Braziliaanse vertegenwoordiger . “De op export gerichte agro-industrie is nefast voor de familiale landbouw in Brazili,” zegt hij.

Of het nu over Afrika, Europa, Azi of Noord-Amerika gaat, overal wordt dezelfde vaststelling gedaan: de politiek die door de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldhandelsorganisatie (WTO) wordt gepromoot, is gebaseerd op de deregulering van de markt en dat heeft in alle continenten tot de afbraak van de familiale landbouw geleid. Zodra de toegang tot land of tot andere productiemiddelen zoals zaden of water een koopwaar wordt, zijn boeren en boerinnen zonder meer uitgesloten. Die productiemiddelen komen meer en meer in handen van de rijke landen en vormen het voorwerp van speculatie. Landbouwinvesteringen mikken op een betere competitie op de exportmarkt door aan de laagst mogelijke prijs te verkopen. Dat gaat dikwijls ten koste van de voedselsoevereiniteit, rurale tewerkstelling en het milieu. Niet de consument profiteert van deze evolutie, het zijn vooral de belangen van de agro-industrie en van de commercile organisaties die gediend worden. Het agro-exportmodel krijgt de prioriteit.

Een andere keuze is mogelijk

JPEG - 25.4 kB

Tijdens de ontmoeting van landbouwers uit Noord en Zuid in Chapeco werd een andere visie op landbouw verdedigd. De regeringen moeten van koers veranderen. De WTO controleert de wereldlandbouwmarkt niet: de prijzen van alle landbouwproducten zijn instabiel en constant te laag en op lange termijn zullen ze zelfs nog meer dalen. De WTO heeft ook geen antwoord op de gewettigde vragen van de volkeren. De actiemiddelen moeten opnieuw door de staten beheerd worden en de betrokken organisaties moeten hierbij een rol laten spelen. De nodige instrumenten zijn ter beschikking, ze hebben trouwens hun efficintie bewezen. De toegang tot land is d belangrijkste factor van de familiale landbouw. In Mozambique is ROPA, de nationale unie van boerenorganisaties, er met veel inspanningen in geslaagd het principe ‘de grond hoort toe aan wie deze bewerkt’ te doen aanvaarden. Hoewel er veel druk wordt uitgeoefend op de Mozambikaanse overheid om de toegang tot land te liberaliseren ten voordele van speculanten en grootgrondbezitters, garandeert deze wet dat de toegang tot het land in handen is van de boeren die de grond sinds lange tijd bewerken.

Het is essentieel dat de regeringen hun landbouwsector en de boeren kunnen beschermen tegen goedkope import, om de familiale landbouw een kans op ontwikkeling te geven. Maar zulke bescherming is vandaag vrijwel onmogelijk omdat ze strijdig is met de regels die de WTO, het IMF en de Wereldbank opleggen. “India is autonoom geworden dankzij een landbouwpolitiek, gebaseerd op een combinatie van tariefmaatregelen en subsidies,” verklaart Jagadish Pradhan, een Indiase boerenleider. “Door de invoer van goedkope rijst te verbieden, garandeerde de overheid aan de boeren een minimale prijs in de aankoopcentrales. Dat ging gepaard met de organisatie van voedselbedelingen zodat arme verbruikers over rijst konden beschikken. Sinds de liberalisering begin jaren ’90 op gang kwam, zagen producenten zich verplicht om met verlies te werken, de invoer nam toe, de graanzolders raakten vol maar toch hadden 300 miljoen mensen geen voedsel omdat ze te arm waren. De plattelandsbevolking heeft zich tegen deze evolutie verzet; ze steunde de regeringswissel. En de nieuwe regering gaf zichzelf tot opdracht de kleine boeren te beschermen en de liberaliseringpolitiek te herzien.”

Het productiebeleid Sommige landen proberen de zuivelproductie te beperken om een overaanbod op de markt en dus prijsdalingen te vermijden. In Canada valt het bijvoorbeeld op dat de gegarandeerde prijs voor de producenten hen een stabiel inkomen bezorgt dat bovendien hoger ligt dan in de gendustrialiseerde landen, zonder dat de consument hier nadeel van ondervindt (de melk is er goedkoper dan in de VS). Door de productie te beperken, zijn zowel de producenten als de consumenten winnende partij. In de landen die voor de deregulering gekozen hebben, zien we dat de verwerkende industrie en de distributie hun marges verhogen, zonder dat de producenten of de consumenten daar voordeel bij hebben. Een soortgelijke internationale beheersovereenkomst voor het aanbod heeft al bestaan voor diverse producten waaronder koffie, rubber en suiker. Liberalisering komt met verplichtingen en bij gebrek aan politieke wil zijn deze akkoorden vandaag in ongenade gevallen ten koste van de producenten. In 2005 zal de liberalisering van de landbouwmarkten geregeld opnieuw op de agenda staan. De regeringen verdedigen op internationale fora hun tegengestelde belangen, de boerenorganisaties uit Noord en Zuid zullen er hun solidaire standpunten verdedigen. (2)

Vooroordelen over familiale landbouw: Familiaal = niet economisch: uit vele studies blijkt dat familiale bedrijven concurrentievoordelen bieden doordat ze de productiemiddelen beter gebruiken. De familiale bedrijven kunnen economischer functioneren dan andere zogenaamde moderne landbouwbedrijven. Familiaal = immobiel: de familiale bedrijven hebben bewezen dat ze dynamisch en flexibel zijn, dat ze in staat zijn te vernieuwen, om nieuwe technologien in te schakelen en om zich aan snel wisselende economische en institutionele veranderingen aan te passen (soms tegen een helaas hoge sociaal-economische prijs). Familiaal = marginaal: de familiale landbouw levert een belangrijke bijdrage tot de economie (aandeel van het BNP) en tot de werkgelegenheid, zowel in de Afrikaanse landen als in de andere continenten. Het gaat om 1,3 miljard actieve boeren in de Zuidlanden en bijna 2,5 miljard als we de gezinnen meerekenen die rechtstreeks van de landbouw leven (vrijwel de helft van de actieve wereldbevolking). Kleiner bedrijf = minder rendabel: in de landbouw is de productie niet recht evenredig met de grootte van het bedrijf. Grote bedrijven zijn niet altijd een garantie voor even grote productie.

INFO: Thierry Kesteloot, onderzoeker voedselsoevereiniteit bij Oxfam-Solidariteit

(1) De ontmoeting in Chapeco is de vierde op rij. Ze werd gesteund door Oxfam-Solidariteit en het Strategisch Voedingscollectief maar ook door agro-economisten. Zie www.dakardeclaration.org (2) Meer weten over de landbouwproblematiek en voedselsoevereiniteit: lees Globo nr. 8, “Leven van landbouw”, december 2004. Een publicatie van Oxfam-Solidariteit die u ook on line kunt lezen op deze website (rubriek Media, publicaties).