EU-Richtlijn biobrandstoffen moet anders!

17 ngo’s waaronder Oxfam stuurden een brief naar EU-Commissaris voor energie Piebalgs. Daarmee willen ze hun bezorgdheid uiten over de voorgestelde “Richtlijn voor de promotie van hernieuwbare energiebronnen” van de Commissie, die de productie en het gebruik van biobrandstoffen wil regelen.
Brief aan Commissaris voor energie Piebalgs
CC: Commissaris Dimas, Commissaris Michel, Commissaris Fischer Boel
Oxfam vraagt sociaal luik - In de voorgestelde “Richtlijn voor de promotie van hernieuwbare energiebronnen” is geen aandacht voor de bescherming van mensen, aldus Oxfam. De negatieve gevolgen van de biobrandstofproductie zoals bijvoorbeeld gedwongen uitdrijving en slechte arbeidsomstandigheden moeten in rekening genomen worden, aldus de ontwikkelingsorganisatie Oxfam.
Met deze brief willen 17 ngo’s hun bezorgdheid uiten over de aangekondigde richtlijn. We hebben vernomen dat het definitieve voorstel in januari zal gepubliceerd worden en we dringen erop aan belangrijke verbeteringen in deze voorlopige tekst aan te brengen (versie 6-3-3).
In maart 2007 was de Europese Raad het eens over een minimumdoelstelling van 10% biobrandstoffen voor de transportsector tegen 2020. Deze doelstelling werd door de Raad aan strikte voorwaarden gekoppeld: “de productie moet duurzaam zijn, een tweede generatie biobrandstoffen moet commercieel beschikbaar zijn, de Fuel Quality Directive (Richtlijn voor brandstofkwaliteit) moet verbeterd worden om tot aangepaste niveaus van bijmenging te komen.”
Op basis van het huidige voorstel is de groep van ondertekende organisaties niet overtuigd dat dit tot de productie van duurzame biobrandstoffen zal leiden en bijgevolg zullen de voorwaarden die de Raad stelde niet gehaald worden. Op zijn beurt doet dit vragen rijzen over het nut van het bepalen van een minimumdoelstelling voor biobrandstoffen.
"En dat in het Europese voorstel iedere sociale notie ontbreekt, is voor ontwikkelingsorganisatie Oxfam zonder meer onaanvaardbaar", zo voegt Saar Van Hauwermeiren nog toe.
Onze belangrijkste bekommernissen bij het huidige voorstel
1-Er is geen bescherming voor belangrijke ecosystemen en koolstofopslagplaatsen: het huidige voorstel voorziet geen bescherming voor natuurlijke systemen zoals savannes en permanent grasland, die door de uitbreiding van de landbouw om de Europese biobrandstofnorm te halen, kunnen bedreigd worden.
De vernietiging van deze systemen voor koolstofopslag zou tot een grote koolstofuitstoot in de atmosfeer leiden. En bijgevolg zouden de voordelen van de biobrandstofproductie verminderd of zelfs geneutraliseerd worden. Bovendien voorziet het voorstel ook geen bescherming van grond- en watervoorraden.
Dat biobrandstoffen (voor transport) die in bestaande of vroegere moeraslanden en bosgebied verbouwd werden, uitgesloten worden kunnen we toejuichen. Maar toch blijven we met een serie ernstige vragen zitten.
2-Gebrek aan sociale normen: in het voorstel ontbreekt iedere notie van bescherming van mensen - vooral dan in ontwikkelingslanden - tegen de negatieve gevolgen van de biobrandstofproductie. De bevoorrading van de Europese markten zorgt nu al geregeld voor landconflicten, gedwongen uitdrijving, schendingen van mensenrechten, toenemende armoede en slechte arbeidsomstandigheden in ontwikkelingslanden.
De EU moet verzekeren dat de mensenrechten beschermd worden, dat alle arbeiders waardig werk hebben, dat ontginning geen kwalijke gevolgen heeft voor lokale gemeenschappen of inheemse volkeren, dat kleine landeigenaars eerlijk en op een transparante manier behandeld worden en dat het recht op voedsel verzekerd is. Indien aan deze voorwaarden niet voldaan wordt, kan de Europese benadering niet duurzaam zijn.
3-Belangrijke impact wordt genegeerd: de grootschalige biobrandstofproductie kan een indirect effect hebben of een kettingreactie veroorzaken, zoals stijgende prijzen voor voedsel en veevoeder, een toenemend watertekort waardoor vooral de armste mensen in de wereld zouden getroffen worden. Daarnaast zou dit de verschuiving van landbouwactiviteiten naar sociaal of ecologisch kwetsbare gebieden kunnen meebrengen (bijv. het regenwoud of savannes).
Uit vele rapporten blijkt dat deze ingrijpende, indirecte gevolgen nu al vastgesteld worden. Het huidige voorstel bevat geen ernstig plan om deze vraagstukken op te lossen. Het stelt enkel voor om de situatie op te volgen via tweejaarlijkse rapporten van de lidstaten. Maar deze kwesties moeten met gepaste voorstellen aangepakt worden voordat nieuwe, wettelijk verplichte doelen gesteld worden om de vraag te doen toenemen.
4-Zwakke berekening van uitstoot: in het voorstel zit ook een berekening van broeikasgassen maar deze is zeer simplistisch en vertoont de neiging om biobrandstoffen aantrekkelijker voor te stellen dan ze in werkelijkheid zijn. In de huidige versie wordt geen minimum niveau voor besparingen van uitstoot vermeld. Deze drempel moet hoog genoeg zijn zodat alleen de biobrandstoffen, die werkelijk nuttig zijn om de klimaatverandering aan te pakken, gebruikt worden.
De richtlijn zou een uitgebreide, accurate en transparante berekening van broeikasgassen moeten bevatten. Op die manier zou moeten verzekerd worden dat enkel de biobrandstoffen die werkelijk tot een vermindering van de uitstoot leiden, meegerekend worden om de doelstelling te bereiken.
5-Strengere regels uitgesloten: we zijn ten zeerste bekommerd dat de EU-lidstaten niet de mogelijkheid zullen krijgen om strengere criteria te hanteren op nationaal vlak en dat andere nationale en internationale schema’s al zullen aanvaard worden indien deze slechts aan enkele van de criteria van de Commissie voldoen! Indien de EU van een zeer zwak plan vertrekt, is het essentieel dat de lidstaten sterkere mechanismen kunnen toevoegen om de duurzaamheid van de productie van biobrandstoffen te verzekeren.
Hierbij willen we nogmaals benadrukken dat wij de EU-doelstelling van 20% hernieuwbare energie toejuichen: die doelstelling omvat alle vormen van hernieuwbare energie voor diverse toepassingen zoals zonne-energie, windenergie,...). Onze bezorgdheid heeft vooral te maken met de gevolgen van een toenemend gebruik van biobrandstoffen. Het is efficinter om biomassa te gebruiken voor stationaire toepassingen (voor elektriciteits- en warmteproductie). Daarom kan de promotie van biomassa voor liquide brandstoffen (voor het transport) de meer kostefficinte manieren om die doelstelling van 20% hernieuwbare brandstoffen te halen, ondermijnen.
Duurzame waarborgen voor alle bio-energie nodig
Samengevat is het huidige voorstel geen garantie voor een duurzame productie van biobrandstoffen en bijgevolg zal aan de voorwaarden van de Commissie niet voldaan worden. Daarom stellen wij u voor om het wetsvoorstel te verbeteren en rekening te houden met de hierboven besproken punten.
We zijn overtuigd dat de verplichte EU-doelstelling voor biobrandstoffen moet opgeschort worden zolang er geen deugdelijke waarborgen kunnen gegeven worden.
Tenslotte willen we ook onderstrepen dat duurzame waarborgen moeten voorzien worden voor alle vormen van bio-energie. De lijst van criteria die in het voorstel opgenomen werd, is enkel van toepassing voor de gewassen die als brandstoffen in de transportsector gebruikt worden en niet voor een ander gebruik van dezelfde brandstoffen, bijvoorbeeld om elektriciteit te produceren, voor verwarming of koeling.
Vermits de milieu-impact en de sociale gevolgden dezelfde zijn, ongeacht het eindgebruik, moeten duurzame waarborgen voor alle doelstellingen van toepassing zijn.
Graag zijn we bereid om hierover met u van gedachten te wisselen. Onze contactpersoon is Saar Van Hauwermeiren (Oxfam Wereldwinkels),
Saar.vanhauwermeiren@oww.be — Tel. 09 218 79 42 — gsm: 0473 98 07 87
Met vriendelijke groeten,
Luis Morago, Head of Oxfam International’s Brussels Office, Oxfam International
Paul de Clerck, Interim Director, Friends of the Earth Europe
Clairie Papazoglou, Head of European Division, BirdLife International
John Hontelez. Secretary General, European Environment Bureau
Jorgo Riss, Director, Greenpeace European Unit
Jane Madgwick, CEO, Wetlands International
Jos Dings, Director, T&E, the European Federation for Transport and Environment
Danuta Sacher, Head Policy and Campaign Department, Brot fr die Welt, Germany
George Gelber, Head of Policy, CAFOD, UK
Andy Atkins, Advocacy Director, Tearfund, UK
Nina Holland, Corporate European Observatory
Reinhard Behrend, Rettet den Regenwald, Germany
Christine Fouarge, Policy Officer, AEFJN (Africa-Europe Faith & Justice Network)
Ms. M. De Rijk, Director, Stichting Natuur en Milieu, Netherlands
Helder Spinola, President, Quercus - Associacao Nacional de Conservacao da Natureza, Portugal
Hermann Edelmann, Pro REGENWALD, Germany
Dr. Bernd Bornhorst, Head of Policy Development, Misereor, Germany


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
