De tsunami als katalysator voor vernieuwende solidariteit?
Zal de internationale gemeenschap van de ramp die op 26 december het leven kostte aan meer dan 150.000 mensen gebruik maken om een vernieuwende aanpak van de Noord-Zuidverhouding na te streven? Mogelijk, hopelijk, maar dan moet er aan verschillende voorwaarden voldaan worden.
De massale steun van de bevolking wereldwijd toont aan dat er een breed maatschappelijk draagvlak is voor de verhoging van de budgetten van ontwikkelingssamenwerking. Oxfam-Soldariteit vertaalt dit signaal als volgt:
1. De toegezegde hulp mogen geen beloftes blijven maar moeten ook effectief worden uitbetaald. In het verleden is dit niet altijd zo geweest.
2. Alle hulp moet bovenop de bestaande budgetten worden gegeven en kunnen geen fondsen wegtrekken van andere bestemmingen.
3. Belgi besteedt slechts 0,46 % van zijn BNP aan ontwikkelingssamenwerking. Wij vragen dat het groeipad wordt gerespecteerd dat de regering vooropzette, en dat we ten laatste tegen 2010 minstens 0,7 % van ons BNP zouden uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking. Daarmee zou al deels tegemoet gekomen worden aan de beloften die het rijke Noorden deed in het kader van de Millenniumdoelstellingen.
4. Bovenop de 997 miljoen dollar voor Azi, blijft er de vraag van de VN om de andere 14 grote crisissen te financieren voor een bedrag van 1,7 miljard dollar. De internationale gemeenschap moet daar nu ja op zeggen. Een cijfer ter vergelijking: de oorlog tegen Irak kostte de VS al 151 miljard dollar, dus 90 keer meer geld dan de hele internationale gemeenschap zou moeten kunnen opbrengen voor deze crisissen wereldwijd. Zo moeilijk moet het niet zijn...
Maar er zijn nog meer voorwaarden om van dit momentum gebruik te maken en aldus te komen tot meer garanties dat Noord-Zuidrelaties naar meer evenwicht evolueren. Dit is de enige manier om de kwetsbaarheid van arme landen duurzaam te verminderen.
1. De cordinatie van de hulpoperatie moet door de VN gebeuren.
2. Reddingsoperaties’ door militairen kunnen slechts in een eerste fase en moeten onder civiele autoriteit plaats vinden. Ze moeten zo snel mogelijk stoppen na de eerste noodfase.
3. De reconstructieplannen moeten verder gaan dan de armoede te herstellen die in deze regio’s ook al voor de crisis bestond. Een “wederopbouw plus” programma impliceert een strategie waar plannen worden uitgebouwd met inspraak van de lokale boeren-, vissers-, vrouwen- en andere organisaties van de civiele maatschappij en veronderstelt dat de internationale gemeenschap zich engageert voor minstens 5 jaar.
4. Schenkingen zijn geen leningen of kunnen niet gebonden zijn aan industrile belangen van onze bedrijven. Er mogen geen voorwaarden gesteld worden tot liberalisering of de gebruikelijke plannen tot economische herstructurering van IMF en Wereldbank.
5. Een eerste stap als minimale voorwaarde is dat er onmiddellijk een moratorium wordt ingesteld op de afbetaling van de schulden. De getroffen regio betaalde in 2002 zomaar 50 miljard dollar aan schulden af, 12 maal meer dan het bedrag van 4 miljard dollar dat nu beloofd wordt na de ramp. In een volgende fase moeten er afspraken komen over schuldverlichting en ook schuldkwijtschelding.
6. Er moeten maatregelen komen opdat de textielexport vanuit de Malediven en Sri Lanka toegang krijgt tot de Europese en VS markt, nu het multivezelakkoord afgelopen is. Ook zonder tsunami verwachtte men het verlies van 100.000 jobs in deze landen.
7. Bedrijven mogen van de gelegenheid geen gebruik maken om hun vestigingsplaatsen weg te trekken uit de getroffen landen.
Stefaan Declercq Algemeen Secretaris Oxfam-Solidariteit
Johan Elsen Directeur Oxfam Wereldwinkels.


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
