De VN-voedseltop in Rome moet een Globaal Actieplan opleveren

In een nieuw rapport “The time is now: How world leaders should respond to the food crisis” roept Oxfam de wereldleiders die in Rome zijn voor de Voedseltop op een globaal actieplan uit te werken. In dit plan moeten antwoorden voor de korte en de lange termijn staan die ook verder gaan dan de klassieke humanitaire hulp.
“In de landen waar Oxfam werkt, zien we welke impact de hoge voedselprijzen hebben op arme mensen. Zij besteden al meer dan de helft van hun inkomen aan voedsel”, zegt Thierry Kesteloot, onderzoeker voedselsoevereiniteit en landbouw bij Oxfam-Solidariteit. “Voor de wereldleiders en de multilaterale instellingen wordt dit een enorme uitdaging, maar het is ook een rele kans om reeds lang verwachte hervormingen door te voeren.”
Volgens Oxfam is er 14,5 miljard dollar extra nodig om de hulp op te voeren aan meer dan 290 miljoen mannen, vrouwen en kinderen (*) die door de stijgende voedselprijzen bedreigd worden. Al bij al is dit slechts een peulschil in vergelijking met de meer dan 1 triljoen dollar die de voorbije zes maanden in het financile systeem gepompt werden door de Amerikaanse Federal Reserve en de Europese Centrale Bank om een ernstige economische crisis af te wenden.
De jaarlijkse hulp aan de landbouw bedraagt momenteel ongeveer 4 miljard dollar en dat is ook niet veel als we weten dat de rijke landen in 2006 de som van 125 miljard dollar steun verleenden aan hun boeren. Hoewel een gebrek aan investeringen aangeduid wordt als een oorzaak van de voedselonzekerheid, werd de overheidshulp voor de landbouw tussen 1980 en 2005 met de helft verminderd. De internationale gemeenschap moet meer investeren in landbouw om problemen als de chronische armoede op het platteland aan te pakken, de opbrengsten te verbeteren en de familiale boeren te laten genieten van hogere prijzen voor hun producten.
In zijn rapport stelt Oxfam dat het antwoord van deze topontmoeting verder moet gaan dan pure humanitaire hulp. De overheid in arme landen zou moeten gesteund worden om voorzieningen voor sociale bescherming uit te werken zoals bijvoorbeeld een gegarandeerd minimuminkomen, patenten op zaden en meststoffen voor arme boeren en een verminderde btw op voedsel.
Voor de lange termijn zijn ook politieke veranderingen nodig. Om te beginnen moeten de rijke landen de verplichte doelstellingen rond biobrandstoffen dringend herzien, ten einde de inflatoire impact te stoppen. Uit recente schattingen blijkt dat de toenemende vraag naar biobrandstoffen voor 30% heeft bijgedragen tot de huidige crisis rond voedselprijzen. Bovendien tonen steeds meer wetenschappelijke testen aan dat biobrandstoffen in ‘t algemeen een negatieve impact hebben op de klimaatverandering.
De crisis zou ook moeten aangegrepen worden om het systeem van voedselhulp te herzien, zegt het rapport, zodat meer hulp gegeven wordt in de vorm van cash geld en lokale aankopen in de plaats van voedsel per schip van over de oceaan aan te voeren. De OESO schat dat jaarlijks nog eens 750 miljoen dollar extra kan vrijgemaakt worden als de rijke landen voedselhulp zouden geven in de vorm van geld en niet in natura.
Ten slotte zal het afsluiten van een algemeen handelsakkoord zoals dit nu voorligt niets bijdragen om deze crisis op te lossen. De ontwikkelingslanden moeten kunnen reageren op schokken. Maar de voorstellen die binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) opgedrongen worden, zouden in de realiteit precies het omgekeerde bewerkstelligen: meer vrijhandel, minder flexibiliteit. De arme landen zouden bijgevolg nog meer blootgesteld worden aan de volatiliteit van de markt.
Kesteloot: “Om deze crisis aan te pakken moeten alle instellingen, de overheden en de privsector op een nooit eerder gezien wijze samenwerken. De enorme hoeveelheid geld die werd ingezet om een financile crisis te vermijden, wijst op wat mogelijk is wanneer de politieke wil aanwezig is. De kosten van een mislukking zullen zich vertalen in een verlies aan mensenlevens, nog meer lijden en vooral een verlies aan geloofwaardigheid.”
Voor meer informatie:
contacteer Thierry Kesteloot in Rome +32 475 543 723
Voor de pers:
Medewerkers van Oxfam-Solidariteit zijn in Rome om deel te nemen aan de VN-top en aan de Alternatieve top.
Het rapport “The time is now – How world leaders should respond to the food crisis is beschikbaar in het Engels.
(*) Deze schatting verwijst naar 290 miljoen mensen in 53 van de meest getroffen landen (de 49 Minst Ontwikkelde Landen, plus Tadzjikistan, Zimbabwe, Kenia en de Bezette Palestijnse Gebieden). Het bedrag van 14,5 miljard dollar is gebaseerd op een gemiddelde van 50 dollar dat in 2008 per persoon toegekend werd. Uit eigen ervaringen en op basis van vele studies over de individuele voedselbehoeften in de wereld nam Oxfam 50 dollar als basisbedrag.



Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
