[Darfour, twee jaar na de N’djamena-akkoorden]

Noodhulp

17 oktober 2006

Darfour, twee jaar na de N’djamena-akkoorden

Twee jaar geleden ontmoetten rebellengroepen en regeringsvertegenwoordigers elkaar in N’djamena, Tsjaad, om een historische overeenkomst te ondertekenen. Zij beloofden een eind te stellen aan het geweld dat Darfour ontwricht. Maar de situatie wordt van dag tot dag slechter.

De humanitaire hulp geraakt moeilijk tot bij de noodlijdende bevolking van de Soedanese regio Darfour. Het staakt-het-vuren wordt voortdurend geschonden, het geweld en de wetteloosheid nemen hand over hand toe en miljoenen mensen in Darfour hebben dringend bescherming nodig.

Meer dan 3,4 miljoen mensen in Darfour - zowat de helft van de bevolking in de regio - zijn afhankelijk van humanitaire hulp. Maar door de onveilige situatie kunnen hulporganisaties steeds moeilijker hun werk doen. Vervoer via de weg is vaak onmogelijk omwille van de onveiligheid: hulpverleners kunnen zich niet verplaatsen, basisvoorzieningen en andere essentile uitrusting geraken niet tot in de kampen. De toegang voor humanitaire voorzieningen is nu weer net zo catastrofaal als vr de ondertekening van de N’djamena-akkoorden, vooral in West- en zuidelijk Darfour.

Aantal vluchtelingen nog verdubbeld

Recente ontwikkelingen in de buurt van Gereida, een kleine stad in zuidelijk Darfour, ontkrachten de beweringen dat de situatie in Darfour geleidelijk beter wordt. De voorbije vier maanden werden zo’n 40.000 mensen gedwongen hun woning te verlaten. Dorpen werden leeggeplunderd en platgebrand, hun bewoners aangevallen. Dorpshoofden zeggen dat naar schatting 300 dorpen rond Gereida leeggeplunderd zijn sinds eind 2005, terwijl de volledige bevolking gedwongen werd om te vluchten.

Deze vluchtelingen zitten nu bijeen in tijdelijke kampen op de rand van de stad, waar de behoeften dikwijls veel groter zijn dan de beschikbare voorzieningen. Samen met twee andere hulporganisaties kan Oxfam amper het hoofd bieden aan de toevloed. Het aantal binnenlandse vluchtelingen (BV) in Gereida is gestegen tot 90.000 - elke dag komen er nog bij - en de weg van Nyala naar Gereida die toegang biedt tot de kampen is geregeld onveilig. Doordat de kampen voortdurend uitbreiden, is de vraag naar water, voedsel en gezondheidszorg ook altijd maar groter.

Bescherming van de burgerbevolking is een prioriteit

De bevolking van Gereida en van Darfour in zijn geheel heeft niet enkel behoefte aan humanitaire hulp, maar vooral aan bescherming. Als de strijdende partijen geen einde willen stellen aan het conflict, dan moet de internationale gemeenschap haar verantwoordelijkheid nemen om de burgerbevolking te beschermen. De aanwezige vredesmacht van de Afrikaanse Unie (AU) is onderbemand en het ontbreekt ze aan geld en mogelijkheden om in te grijpen.

De AU beschikt over amper 7.000 soldaten om een gebied te controleren dat zo groot is als Frankrijk en kan dus nauwelijks enige actie ondernemen om tegemoet te komen aan de noden in Darfour. De voorgestelde extra tussenkomst van de VN zal pas ten vroegste volgend jaar ter beschikking zijn. En ondertussen moeten miljoenen mensen in Darfour dagelijks vele gevaren trotseren. Daarom moet de delegatie van de AU onmiddellijk worden versterkt, door meer troepen ter beschikking te stellen, samen met meer financile middelen, en een meer proactieve visie op haar mandaat zodat ze van burgerbescherming een echte prioriteit kan maken.

Dringend optreden van internationale gemeenschap nodig

De AU beschikt over beperkte middelen, maar ze moet zelf ook meer verantwoordelijkheid nemen en concrete maatregelen voorzien om de veiligheid van de burgers te verbeteren. Ze moet 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 patrouilles voorzien, in de kampen en daarbuiten. Momenteel zijn de patrouilles enkel tijdens de dag operationeel. Zorgen voor patrouilles die de grote groepen vrouwen buiten de kampen beschermen, terwijl deze hout voor kookvuren verzamelen, maakt zij zich van hun traditionele taak kunnen kwijten zonder bevreesd te zijn voor hun veiligheid en hun leven.

Maar in vele kampen - waaronder Gereida - zijn zulke patrouilles nog niet beschikbaar. Elke dag worden vrouwen er het slachtoffer van meer geweld en lopen ze nog meer trauma’s op, nadat ze al uit hun dorpen verjaagd werden en hun huizen moesten achterlaten.

De AU kan de bevolking van Darfour beter beschermen op voorwaarde dat de internationale gemeenschap voor volledige ondersteuning zorgt - technisch, logistiek en financieel - en zich eveneens duidelijk engageert om de stabiliteit te realiseren, die in de N’djamenakkoorden van twee jaar geleden voorzien was. Er moeten nieuwe toezeggingen komen die ook worden waar gemaakt om een einde te stellen aan het geweld en de bevolking in veiligheid te laten leven.

De humanitaire organisaties moeten de noodlijdende bevolking kunnen bereiken en de huidige humanitaire crisis kunnen blijven aanpakken. De verjaardag van het staakt-het-vuren en het optimisme dat daarmee gepaard ging vormen een perfecte waarschuwing voor de internationale gemeenschap dat zij nog steeds een enorme taak te vervullen heeft.