De klimaatverandering vloeit grotendeels voort uit activiteiten van de geïndustrialiseerde landen de voorbije 200 jaar. De oorzaak moet niet gezocht worden bij de uitstoot vandaag. In de vervuiling van de atmosfeer hebben de arme landen slechts een klein aandeel (minder dan 20%), zij worden wel het eerst getroffen door de gevolgen ervan en hebben de minste middelen om zich te wapenen of aan te passen, zo waarschuwde Jean-Pascal Van Ypersele, Belgisch klimatoloog en lid van het Bureau van de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) al jaren geleden.
De klimaatopwarming moet absoluut beneden 1,5°C blijven
In het Zuiden, waar de meerderheid van de mensen van kleinschalige landbouw leven, is een stijging van de temperatuur met bijvoorbeeld 1°C al een reëel risico. Fenomenen als El Niño duren er langer en zijn onvoorspelbaar, de regen blijft ongewoon lang uit en zorgde dit jaar bijvoorbeeld voor de grootste droogte sinds 60 jaar in Oost-Afrika. Of oogsten gaan verloren door overstromingen.
Wereldwijd moet nu al 1 persoon op 7 elke dag met een lege maag naar bed. “De klimaatopwarming beneden 1,5 °C houden, is een absolute noodzaak”, stelt Brigitte Gloire, beleidsmedewerkster klimaat en duurzame ontwikkeling bij Oxfam-Solidariteit. “En vooral de geïndustrialiseerde landen zullen een inspanning moeten leveren. Zij dragen de grootste verantwoordelijkheid én ze beschikken over de financiële middelen en over de hernieuwbare en zuivere technologie. Maar ze mogen niet kiezen voor valse oplossingen zoals de handel in emissierechten, de grootschalige productie van biobrandstof of genetisch gemanipuleerde zaden en gewassen, enz.
Een duurzamere wereld veronderstelt minder uitstoot van broeikasgassen, een ander voedselsysteem, een andere consumptie en een andere manier om onze natuurlijke rijkdom te gebruiken. Uiteindelijk is alles aan elkaar gekoppeld: in de cyclus van het natuurlijke leven is de mens slechts één onderdeel - zij het een heel belangrijk - dat het vermogen bezit impact uit te oefenen, negatief en gelukkig ook positief.”
Uit een Green Peace-studie van 2007 (“Energy Revolution: a sustainable Pathway to a Clean Energy Future for Belgium”) blijkt dat het voor ons land haalbaar is tegen 2050 tot 70% minder CO2 uit te stoten. Zonder kernenergie te gebruiken maar met schone energie op basis van wind, zon en biomassa. Waarop wachten wij om vandaag al serieus in te grijpen? Waar wringt het schoentje?
In juni 2011 zijn 195 landen in Bonn samengekomen. Het doel was vooruitgang te boeken in de onderhandelingen rond een wereldwijd akkoord tegen de opwarming van de aarde. Een aantal regeringen had tijdens de laatste klimaattop in Cancún van december 2010 al beslist hun CO2-uitstoot te verminderen. Maar de genomen maatregelen zijn onvoldoende om de opwarming beneden de drempel van 2 graden te houden, een cruciale grens die al in Kopenhagen tijdens de klimaattop van 2009 vastgelegd werd.
“Als vandaag geen echte verbintenis aangegaan wordt, dan lopen we het risico slachtoffer te worden van een catastrofale opwarming van de aarde met 3 tot 4 graden”, waarschuwt Brigitte Gloire. Recente studies over de gemaakte verbintenissen tonen aan dat de ontwikkelingslanden hun broeikasgassen met veel meer zullen verminderen dan de ontwikkelde landen. Meer dan 60% van de uitstootvermindering in 2020 zal het gevolg zijn van inspanningen van de ontwikkelingslanden.
“Uiteindelijk gaat het niet om wie nu het meest vermindert, maar wel hoe globale inspanningen een verwoestende klimaatopwarming kunnen voorkomen. Hoe dan ook zullen we samen verdrinken of samen zwemmen. En met de beloften die vandaag op tafel liggen, zullen we eerder samen zinken”, gaat Brigitte Gloire verder. “Om te voorkomen dat generaties kinderen in een vicieuze cirkel van honger belanden, zal ieder land aan de slag moeten.”
“De armste mensen moeten de nodige ondersteuning krijgen, zodat ze zich aan dit grillige klimaat kunnen aanpassen”, voegt ze toe. Er zijn niet alleen ambitieuzere inspanningen nodig van de industrielanden om de broeikasgassen terug te dringen. De beloftes rond het Klimaatfonds voor de financiering van klimaatmaatregelen in ontwikkelingslanden moeten ook gerealiseerd worden.
“De hoop die gecreëerd is met de oprichting van het Klimaatfonds in Cancún zou kunnen weggeveegd worden. Indien de nieuwe top in Durban (Zuid-Afrika) van eind 2011 niet fundamenteel beslist over de financiering, wordt het fonds niet meer dan een lege doos. Bovendien moet in Durban uitsluitsel gegeven worden over het Kyoto-protocol dat eind 2012 afloopt”, concludeert Brigitte Gloire.
De meeste studies wijzen met de vinger naar de landbouw die 11 tot 15% van de totale uitstoot van broeikasgas zou produceren. Er wordt niet bij verteld dat die uitstoot vooral komt van intensieve veeteelt die hoge concentraties aan methaangas produceert en van de industriële landbouw die gebruik maakt van stikstofrijke chemische meststoffen en van zware machines op basis van brandstof.
De cijfers zeggen ook niets over wijzigingen in het grondgebruik of over ontbossing, die samen voor bijna een vijfde van de totale uitstoot verantwoordelijk zijn. 70 tot 90% van de wereldwijde ontbossing houdt verband met landbouw. De ontboste gebieden worden gebruikt als industriële plantages voor de productie van soja, suikerriet, palmolie en andere grondstoffen die door de agro-industrie verwerkt worden tot allerhande voedsel, voeder, vezels of biobrandstof. Sinds 1990 groeide het areaal voor de teelt van deze producten met 38%, terwijl grond voor de productie van voedsel zoals rijst en tarwe verminderde.
De helft van de CO2-uitstoot komt van de industriële voedselproductie,
De uitstoot van landbouw blijft een klein percentage van wat ons voedselsysteem bijdraagt tot klimaatverandering. Zo speelt de weg die het voedsel afl egt tussen het veld en ons bord ook mee! Voedsel vormt de belangrijkste economische sector ter wereld, waarbij meer transacties en meer tewerkstelling komen kijken dan voor gelijk welke andere activiteit. Het verwerken, verpakken, opslaan, transporteren, de distributie en de verspilling van voedsel zorgen voor zeer veel uitstoot maar exacte informatie daarover is moeilijk te vinden. In de Europese Unie zou een vierde van het transport en de daardoor veroorzaakte uitstoot commercieel voedsel betreffen.
Extrapolaties op basis van de Europese gegevens resulteren in de vaststelling dat het huidige voedselsysteem in de wereld – vooral door de groeiende transnationale industriële voedselproductie - verantwoordelijk is voor ongeveer de helft van de totale uitstoot van CO2.
Om de klimaatverandering aan te pakken, zal ons voedselsysteem grondig moeten veranderen in de hele keten, vanaf het bodemgebruik tot de consumptiepatronen. De landbouwproductie moet duurzamer worden. Met respect voor de ervaring en de kennis van kleinschalige boeren kunnen de technieken verbeterd worden via wisselteelten, een combinatie van veeteelt en gewassen, natuurlijke bodemverbeteraars, een goede wateropslag, ziekte en droogtebestendige zaden en planten. Andere aspecten moeten ook opgenomen worden zoals actieve lokale markten en korte ketens, het rooien van nieuwe terreinen en het stoppen van ontbossing.
En Thierry Kesteloot, beleidsmedewerker voedselsoevereiniteit bij Oxfam besluit: “Deze nieuwe aanpak kan de uitstoot met de helft verminderen in enkele tientallen jaren. En dat zou helpen om andere crisissen zoals honger en armoede mee op te lossen. Niets staat dit in de weg, er zijn geen technische problemen, de kennis en de ervaring is aanwezig bij de boeren. De enige hindernis is een gebrek aan politieke moed en visie.”
De Fairtrade coöperatie neemt haar verantwoordelijkheid en investeert in een meer ecologische bedrijfsvoering. Ze begeleidt boeren die overschakelen op biologische landbouw, die hernieuwbare energie gebruiken bij de verwerking en die strenge ecologische normen respecteren.
Ook in het Noorden is het mogelijk meer ecologisch te produceren. De uitstootvermindering is mogelijk in diverse fasen van de keten: bij het transport, de opslag en verwerking en bij de interne diensten.
Eerst en vooral moeten er zowel lokaal als nationaal klimaatvriendelijke maatregelen gepromoot worden in alle sectoren. De ontwikkelingsprojecten en de Belgische handelsovereenkomsten moeten systematisch het aspect klimaatverandering integreren, inclusief maatregelen rond risicopreventie en de aanpassing aan de gevolgen ervan.
“België moet zijn diplomatieke inspanningen op dit vlak blijven voortzetten”, stelt Brigitte Gloire van Oxfam. “Ons land kan in Europa en internationaal een voortrekkersrol spelen om tot een rechtvaardig,
ambitieus en dwingend klimaatakkoord te komen waarvoor tegelijk ook de financiering voorzien is.”
Dit akkoord moet een globale doelstelling bevatten over de vermindering van CO2, het moet ambitieus genoeg zijn om de opwarming beneden de 1,5°C te houden. De industrielanden die de grootste verantwoordelijkheid dragen, moeten hun uitstoot tegen 2020 minstens met 40% verminderen.
We moeten onze mobiliteit dringend aanpassen. Het verbruik van fossiele brandstoffen moet verminderen en de volumedoelstelling van 10% biobrandstoffen dient eveneens afgeschaft te worden. Voedselzekerheid dient voorrang te krijgen en de invoer van biobrandstoffen moet onderworpen worden aan strenge criteria rond economische, sociale en ecologische duurzaamheid in de uitvoerende landen.
“Zowel de adaptatie als de risicovermindering in de ontwikkelingslanden zal flink wat geld kosten”, meent Tim Gore, klimaatdeskundige van Oxfam International. “Oxfam raamt dat er een jaarbudget van 200 miljard dollar zal nodig zijn tegen 2020. Het akkoord van Cancún van december 2010 bevatte de verbintenis van de regeringen om in 2011 een klimaatfonds op te richten. Maar het is nog wachten op daden.
Volgens een rapport van de rijkste Amerikaan Bill Gates, dat hij in opdracht van G20-voorzitter Frankrijk maakte, kan een Financiële Transactietaks of Robin Hoodtaks jaarlijks 48 tot 250 miljard dollar opbrengen, al naargelang de belaste transacties en de toegepaste aanslag.”
“Eigenlijk hebben we geen andere keus: door de noodzaak van preventie en aanpassing aan de klimaatverandering te negeren, dreigen we ook alle verwezenlijkingen uit het verleden om de armoede uit te roeien kwijt te spelen.”
In het hele klimaatdebat wordt te weinig aandacht besteed aan gender. In de landen waar de negatieve gevolgen van klimaatverandering het grootst zijn, is de positie van vrouwen meestal zeer zwak: er wordt niet naar hen geluisterd en zij hebben geen stem in het debat.
In Afrika bedraagt de uitstoot van CO2 slechts 7,8% maar de vrouwen voelen de gevolgen van de klimaatverandering des te meer. Ze zien hun weinige bestaansmiddelen zoals vee, vis en fruitbomen verloren gaan. Ze moeten verder lopen om aan water te geraken en meisjes kunnen niet meer naar school omdat ze thuis moeten helpen. Hun gezondheid wordt slechter, zelfs hun vruchtbaarheid wordt aangetast omdat zij minder voor hun rechten kunnen opkomen.
“Voor haar gender- en klimaatanalyse bekeek Oxfam hoe de huidige geldstromen voor klimaatadaptatie lopen in een aantal landen. De rol van vrouwen als initiatiefneemsters mag dan al erkend worden", stelt Tim Gore, Oxfamklimaatexpert vast. "In de praktijk levert hen dat bitter weinig op”.
Het nationale actieplan van Ethiopië stelt dat alle ontwikkelingsactiviteiten een genderbenadering moeten bevatten, maar specifieke aanbevelingen worden niet gedaan.
In Bangladesh wijst het klimaatactieplan op de kwetsbare positie van vrouwen en kinderen maar de oorzaken hiervan worden niet aangepakt.
En de ministeries die rond vrouwenzaken of genderkwesties werken, worden bij klimaatbeslissingen vaak genegeerd of hebben onvoldoende middelen om een actieve rol te spelen.
Een eerlijk en efficiënt Groen Klimaatfonds moet de genderdimensie volledig integreren, besluit Oxfam. “Bij de ontwikkeling van een nationaal klimaatplan moeten de burgers volledig en op een zinvolle manier kunnen participeren. Vooral de getroffen bevolking, waaronder vrouwen, moet kunnen meedoen. Er moet voldoende aandacht gaan naar meer capaciteit, mét de nodige financiële middelen”, dat is de conclusie van Tim Gore in het Oxfam-rapport “Gender and the green climate Fund” (juli 2011, te vinden op www.oxfam.org/grow
Chantal Nijssen
Met dank aan: Brigitte Gloire, Thierry Kesteloot en Anne Hild, Oxfam-medewerkers