Cuba

16 september 2003

Brief aan L. Michel, R. Prodi, C. Patten en J. SLona

Dhr Michel, Minister van Buitenlandse Zaken – Belgisch EU voorzitterschap Dhr Prodi, Voorzitter van de Europese Commissie Dhr. Patten Commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen Dhr. Solana, Secretaris Generaal / Hoge Vertegenwoordiger van het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid. Geachte Heer,

Een Cordinatie van verschillende Europese organisaties uit meer dan 8 landen van de EU zouden graag deze brief betreffende de relaties met Cuba onder uw aandacht brengen. Wij menen dat het tijdsstip, omwille van de volgende redenen, goed gekozen is om u hierover te informeren:

Op 27 november heeft de Algemene Vergadering van de VN voor de tiende opeenvolgende maal, met een quasi unanieme meerderheid van de leden, de blokkade van de VS tegen Cuba veroordeeld. Onder het Belgisch voorzitterschap werd er een opening gemaakt om de betrekkingen van de EU met Cuba nieuw leven in te blazen. Als Minister van Buitenlandse Zaken van Belgi en voorzitter van de EU, heeft de Heer Louis Michel zich eind augustus naar Havana begeven met het doel de politieke dialoog te hernieuwen en Cuba te integreren in het akkoord van Cotonou. Wij willen het huidige Belgische voorzitterschap steunen in zijn verdere inspanningen tot het verbeteren van de relaties met Cuba alvorens haar mandaat eindigt. In die zin willen wij verder bouwen op de resultaten van de recente vergadering in New York en deze gehouden eind november in Havana.

In Itali, Spanje, Duitsland, Engeland, Ierland, Engeland, Oostenrijk en Belgi hebben petities met een ruim aanbod van standpunten de ronde gedaan. Ondanks het feit dat de ondertekenaars van deze petities veelal verschillende visies hebben over Cuba verbindt hen volgende stellingname: de nood aan een duurzame, transparante en respectvolle relatie tussen Cuba en de EU. In totaal tellen wij meer dan 30.000 handtekeningen die deze positie onderschrijven en minstens voor enkele dan niet voor alle van de onderstaande standpunten tekenden. De ondertekenaars van deze petitie stellen dat het Belgische voorzitterschap goed geplaatst is om de volgende voorstellen te overwegen:

1. De opeenvolgende resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties evenals deze van het Europese Parlement en van de opeenvolgende Algemene Vergaderingen van het Europees Verbindingscomit van meer dan 900 NGO’s in Europa – die telkenmale de blokkade van de VS tegen Cuba veroordelen – moeten omgezet worden in concrete daden. 2. De Europese “Gemeenschappelijke Houding” van december 1996 is daartoe een slecht instrument, daar ze telkenmale genterpreteerd wordt in haar meest enge betekenis: een voorwaardenbeleid opleggen en specifieke criteria opleggen aan Cuba in het buitenlands beleid heeft haar inefficintie bewezen. Dit Europese standpunt is trouwens noch “gemeenschappelijk”, noch een “houding” als we de bilaterale relaties tussen Cuba en de individuele lidstaten van de Unie beschouwen. De ondertekenaars pleiten voor de onmiddellijke afschaffing van deze “Gemeenschappelijke Houding”. 3. Deze concrete actie, eveneens meerdere malen gesuggereerd door het Europees Parlement, kan liggen in het afsluiten van een bilateraal ontwikkelingsakkoord met Cuba, het enige land in Latijns-Amerika dat een dergelijk akkoord met de Europese Commissie ontbeert. Deze actie kan ook liggen in het opnemen van Cuba tot de Conventie van Cotonou. Als volwaardig lid van de ACP-landen is Cuba – als enige ACP-lid - tot op heden geen ondertekenaar. Het is volledig normaal dat de toelating van Cuba tot de Conventie gebeurt op dezelfde voorwaarden als de andere ondertekenaars. Cuba heeft reeds aangekondigd de Conventie met al haar details te onderschrijven. Maar omwille van verschillende redenen, waaronder het vooroordeel dat Cuba niet tegemoet zou kunnen komen aan enkele specifieke clausules eigen aan de Conventie, blijven enkele lidstaten dwarsliggen. In de logica van de EU, biedt dit multilaterale akkoord trouwens niet een beter instrument tot naleving dan de huidige politieke dialoog ? Volgens de ondertekenaars kan de integratie in de Cotonou-akkoorden niet afhankelijk gemaakt worden van de resultaten van de politieke dialoog. 4. De Europese Commissie heeft de extraterritoriale wetten Toricelli, Helms-Burton en sectie 211 tot op heden afgewezen. Ondanks de veroordeling van de Helms-Burton wet, hebben zowel de EC als de EU in mei 1998 het Akkoord van Birmingham ondertekend waardoor ze wel degelijk de fundamentele uitgangspunten van deze wet onderschrijft. De Europese Unie moet terugkomen op deze beslissing en ondubbelzinnig deze onaanvaardbare wetten veroordelen. De EU mag haar antwoord niet enkel beperken tot het veld van de commercile belangen maar moet dit uitbreiden om de negatieve effecten van deze wetten op haar soevereiniteit en de onafhankelijkheid van haar buitenlandse politiek tegen te gaan. Het betreft hier een conflict van buitenlandse politiek dat ook als zodanig moet worden beschouwd. 5. De Europese Commissie moet eveneens haar pogingen staken om de goede relaties tussen de Europese NGO’s en de Cubaanse partners te verstoren. De volgende voorbeelden illustreren deze politiek: het non-paper van juli 2000 dat de ontwikkelingsinspanningen wil onderwerpen aan een nieuwe politieke interpretatie van de “Gemeenschappelijk Houding” en de technische evaluaties van projecten op het terrein die achteraf politiek moeten worden bijgestuurd daar ze te “positief” zouden zijn. Wij vragen het Belgische Voorzitterschap hier waakzaam toe te kijken en een politiek, waarvoor de Commissie geen mandaat heeft gekregen, ondubbelzinnig te veroordelen. 6. Meer algemeen vragen wij dat de Europese Commissie een buitenlandse beleid aanneemt ten aanzien van Cuba dat niet afhankelijk is van de confrontatiepolitiek van de VS. Sinds 1996 hebben wij moeten vaststellen dat de EU en de EC zich te veel hebben laten leiden door de druk uit de VS. Cuba wacht eveneens al lang op een “signaal” dat aantoont dat Europa in staat is om een van de VS onafhankelijke politiek te voeren. Wil Europa een geloofwaardig eigen onafhankelijk buitenlands beleid voeren, dan zal het moeten bewijzen dat het daartoe in staat is. De betrekkingen met Cuba zijn een nieuwe gelegenheid om dit waar te maken

Wij twijfelen er niet aan dat u met deze stellingnamen terdege rekening zal willen houden. Graag hadden wij eveneens een reactie van uw zijde ontvangen met betrekking tot deze brief en de concrete stellingnamen die hier in worden geformuleerd.

Wij verblijven inmiddels met de meeste hoogachting en danken u voor de aandacht die U heeft willen besteden aan ons schrijven,

Voor de Europese Cordinatie, Xavier DECLERCQ

Meer weten?
    Volg Oxfam-Solidariteit op: