Boerenbond en NGO’s vormen geen gezamenlijk front
Journalist Guy Van den Broek (’Boerenbond en NGO’s vormen steeds meer één front’, De Tijd, 14 december) stelt dat de belangen van de Boerenbond en de niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) gelijklopend worden. EGBERT LACHAERT is het daar niet mee eens.
(*Artikel overgenomen uit de krant De Tijd. Oxfam publiceerde als antwoord een opiniestuk in diezelfde krant, getiteld "Eerlijke prijzen zijn belangrijker")
"22-12-2005 Patrick Luysterman;
Boerenbond en NGO’s vormen geen gezamenlijk front
Journalist Guy Van den Broek (’Boerenbond en NGO’s vormen steeds meer n front’, De Tijd, 14 december) stelt dat de belangen van de Boerenbond en de niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) gelijklopend worden. EGBERT LACHAERT is het daar niet mee eens.
Als gemeenschappelijke vijand wordt een ongebreidelde vrije markt genoemd. Die analyse kan niet worden bijgetreden. Het zou een aanfluiting (moeten) zijn van de oprichtingsdoelstellingen van die NGO’s indien zij samen met de Boerenbond een gemeenschappelijk doel voor ogen zouden hebben of n front zouden vormen.
De westerse landbouworganisaties, zoals de Boerenbond, blijven ongegeneerd pleiten voor een Europese landbouwpolitiek, gent op de subsidiring van westerse producten. Die politiek is zonder meer nefast te noemen voor kleine landbouwondernemingen in ontwikkelingslanden. De Boerenbond is dan ook in wezen een lobbygroep die als voornaamste doelstelling heeft het veiligstellen van het inkomen van haar leden. In het door de Boerenbond gepubliceerde Memorandum voor een dynamisch Vlaams platteland en voor een leefbare land & tuinbouw in een groeiend Europa wordt immers duidelijk gesteld: ’Europa heeft zijn landbouwbeleid voldoende aangepast en mag geen verdere toegevingen doen in het kader van de WHO-onderhandelingen’.
Dat standpunt van de Boerenbond houdt in dat de subsidiring van de Europese landbouwproducten behouden moet blijven, inclusief de exportsubsidies die ertoe leiden dat Europese landbouwproducten tegen dumpingprijzen worden aangeboden in ontwikkelingslanden en de daar bestaande landbouweconomie vernietigen door de kunstmatig lage prijzen van de Europese producten. De Boerenbond pleit ook voor afscherming van de nationale landbouwmarkten.
Tegengesproken
Die standpunten van de Boerenbond worden in de publicaties van enkele gereputeerde NGO’s tegengesproken. Op de WHO-top in Hongkong eisten de NGO’s de afbouw van de protectionistische afscherming van de westerse afzetmarkten en streven zij naar ’fair trade’, wat zij dan tegenover de (naar hun oordeel) te liberale vrije wereldmarkt plaatsen.
In een studie van Oxfam International met de titel ’Truth or consequences: Why the EU and the USA must reform their subsidies, or pay the price’ wordt gesteld: ’It is time to make trade rules work for poor as well as rich countries’. De door de Boerenbond geprezen Europese landbouwsubsidies worden in dit document door Oxfam International afgewezen.
Oxfam International geeft daarbij zelf enkele voorbeelden van nefaste gevolgen van de subsidiringspolitiek van de Europese Unie. Zo schat Oxfam International dat 10.000 landbouwers uit de Dominicaanse Republiek die gespecialiseerd waren in zuivelproducten de afgelopen twintig jaar hun activiteiten hebben moeten stopzetten door de (gesubsidieerde) dumping van Europese melkproducten op de lokale markt.
Waar de journalist wel een punt heeft, is het feit dat sommige NGO’s een weinig consequente houding aannemen en daardoor soms de objectieve bondgenoot worden van organisaties als de Boerenbond. Zo kan worden gewezen op het feit dat verantwoordelijken van Oxfam Belgi mee opstapten in de betoging in 2004 tegen de vermindering van de Europese exportsubsidies.
Guy Van den Broek stelt dat een ongebreidelde toepassing van de wetten van de vrije markt de gemeenschappelijke vrees zou zijn van de Boerenbond en NGO’s. Dat dat ertoe zou leiden dat beide gemeenschappelijke belangen hebben, kan evenwel niet worden bijgetreden. De NGO’s zouden naar eigen zeggen een faire vrije wereldmarkt nastreven. Over de mate waarin de wereldmarkt vrij moet zijn, zijn NGO’s soms weinig eenduidig, maar niettemin staat dat veraf van de marktafscherming die de Boerenbond beoogt.
Spanningsveld
Landbouwers in ontwikkelingslanden zullen alleen in een echte (faire?) vrije wereldmarkt hun bestaand comparatief voordeel van lagere productie- en arbeidskosten kunnen uitspelen tegenover de hogere productiekosten in de rijkere productielanden. Vanzelfsprekend bestaat dan het risico dat het inkomen van westerse boeren niet gegarandeerd is, wat onmiddellijk het spanningsveld tussen NGO’s en de Boerenbond aanwijst.
Laat ons dus hopen dat NGO’s dan ook consequent blijven in hun doelstellingen en daadwerkelijk durven te pleiten voor een internationale vrijhandel waarin kansen tot ontwikkeling worden geboden aan landbouwproducenten uit ontwikkelingslanden. De dag dat men dient vast te stellen dat NGO’s dezelfde belangen verdedigen als de Boerenbond, zal de arme landbouwer in een ontwikkelingsland nog verder af zijn van een betere toekomst dan ooit tevoren.
De auteur is kernlid van de onafhankelijke liberale denktank Liberales (www.liberales.be)
Patrick Luysterman"


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
