[Blog van een Oxfam-medewerkster in Pakistan]

Overstroming Pakistan

3 september 2010

Blog van een Oxfam-medewerkster in Pakistan

Sinds 2007 is Rebecca Barber, 33, voor Oxfam meerdere keren in Pakistan aan de slag geweest. Ook nu is zij ter plaatse om de humanitaire activiteiten van Oxfam te ondersteunen. Dit is haar verhaal.

Er werden de voorbije weken heel wat vergelijkingen gemaakt rond de overstromingen in Pakistan. Eerst hoorden we dat deze generatie nooit eerder zulke zware overstromingen gezien had. Daarna werd gesproken over de grootste natuurramp in de geschiedenis van Pakistan. Vervolgens werd het aantal mensen dat getroffen was, vergeleken met het aantal getroffenen van de tsunami in de Indische Oceaan en de aardbevingen in Haïti en in Kasjmir allemaal samengeteld.

Misschien is er iemand die kan helpen?
De Pakistaanse eerste minister zei dat deze overstromingen erger waren dan de gebeurtenissen bij de afscheiding van Pakistan en India. De BBC zei dat heel Engeland onder water zou gestaan hebben als de ramp dit land getroffen had en dat er geen ergere overstromingen denkbaar waren. Sommige Oxfam-medewerkers stelden zich deze overstromingen in Centraal Europa voor, die dan de hele loop van de Rijn zouden beslaan. Iedereen wilde aan de hand van een beeld aan andere mensen duidelijk maken hoe immens uitgebreid deze overstromingen wel zijn.

Dergelijke vergelijkingen zijn nuttig om de werkelijke omvang van de ramp te schetsen. Maar ze kunnen onmogelijk weergeven hoe groot het lijden is van elk van de 17 miljoen mensen die door de ramp getroffen werden of van de 8 miljoen mensen die hun huis en hun bestaansmiddelen zagen verwoest worden. Normaal gezien laten de Pakistaanse vrouwen zich niet graag fotograferen. Dat wordt als onwaardig beschouwd. Maar in de kampen of langs de kant van de weg blijft er van die waardigheid toch al niet veel over. Dus wanneer de kans zich voordoet dringen mannen en vrouwen naar voren om gefotografeerd te worden omdat ze hopen dat er dan misschien ergens iemand is die hen zal komen helpen.

“Mijn dochter is haar bruidsschat kwijt waar ze 6 jaar voor spaarde…”
In een vluchtelingenkamp in Khairpur (provincie Sindh) vertelde een man mij dat hij 20.000 roepies (185 euro) betaald had om samen met zijn gezin geëvacueerd te worden toen in zijn dorp gewaarschuwd werd voor overstromingen. Om dat bedrag te kunnen betalen, moest hij de volledige graanoogst van het gezin verkopen. Samen met zijn vader en zijn oom bezat hij ook dertien buffels. Maar die konden ze helaas niet meenemen toen ze geëvacueerd werden en alle dieren verdronken op het moment dat het watergeweld door het dorp trok. Drie van zijn broers bleven er achter en kamperen ergens op een hogergelegen gedeelte om wat rest van hun bezittingen in de gaten te houden. Het water staat nu meer dan anderhalve meter hoog in het dorp en hij vreest dat het minstens twee jaar zal duren voordat ze hun land weer zullen kunnen bewerken.

In een ander kamp vertelde een man mij dat zijn gezin acht geiten, twee koeien en twee buffels had moeten achterlaten toen ze door het leger ontzet werden. Hij en zijn familie waren allen pachters: ze leefden van en bewerkten de grond van een landeigenaar. Behalve het vee hadden ze nog een klein perceel met groenten. Ze konden van dag tot dag overleven, met de beperkte opbrengst van hun dieren, met de groenten die ze zelf kweekten en een klein aandeel in de oogst van de landeigenaar.

Maar ze zullen hun werk ten vroegste in januari van volgend jaar kunnen hervatten, wanneer het tijd is om het suikerriet te oogsten. Ondertussen zal deze man dus naar de stad trekken, in de hoop daar tijdelijk werk te vinden. Maar daar zal hij hooguit 100 roepies (ongeveer 80 eurocent) per dag mee verdienen en dat is hoegenaamd niet voldoende om zijn gezin van tien personen te voeden. Zij beschikken jammer genoeg ook niet over spaarcenten. Zijn dochter heeft bovendien haar bruidsschat met kleren, goud, kookgerief en cash geld verloren, waarvoor ze zes jaar lang gespaard had.

“We bezitten enkel nog onze ziel”
Pakistan is al heel veel in het nieuws geweest maar we kunnen het niet genoeg herhalen. De internationale gemeenschap reageerde te traag op deze crisis en de hulp volstaat ook niet om het lijden van miljoenen Pakistanezen te verlichten. De mensen hebben niet alleen alles verloren, ze moeten ook nog eens in erbarmelijke omstandigheden zien te overleven. De meeste kampen of “spontane vestigingen” die wij bezochten, beschikten niet over een latrine of toch geen waar iemand ook gebruik wilde van maken. Met al die stank en vliegen… In een van de kampen maakten de mannen gebruik van de nabijgelegen moskee terwijl de vrouwen zich pas ’s nachts op de weg durfden te ontlasten in de hoop door niemand gezien te worden.

De mensen hadden nergens een plekje voor zichzelf, ze hadden er niet genoeg water en geen extra kleren behalve wat ze aan hadden toen ze toekwamen. “We bezitten enkel nog onze ziel”, hoorde ik hen dikwijls zeggen. Ze hadden hun kleren al weken niet kunnen wassen of vervangen. Wanneer ik een dag lang gezweet heb in het hete, vochtige klimaat van Pakistan, dan is het eerste waar ik bij mijn terugkeer in het hotel aan toe ben een verfrissende douche en propere kleren.

Het is best mogelijk dat deze ramp veel meer mensen getroffen heeft dan gelijk welke andere ramp. Maar belangrijker dan het aantal is de ellende van de slachtoffers. De mensen in Pakistan hebben echt massaal veel steun nodig, veel meer hulp dan we hen tot nu toe hebben kunnen geven.

Rebecca Barber, Oxfam-adviseur


Ook u kunt de Pakistaanse gezinnen helpen. Stort uw gift op het nummer 000-0000028-28 van Oxfam, met als vermelding ’9106 Pakistan Noodhulp’ of help Pakistan online.