Asbestslachtoffers wereldwijd organiseren zich

Het asbestprobleem kent geen grenzen. Zowel in het Noorden als in het Zuiden maakt deze stof elk jaar 100.000 slachtoffers. Eric Jonckheere, voorzitter van de Belgische vereniging voor asbestslachtoffers, trok naar Azië om een partner van Oxfam-Solidariteit te ontmoeten die ook rond het probleem werkt.
Leidingen, isolatiemateriaal, strijkplanken, remblokken, vloertegels… Duizenden producten in de wereld bevatten asbest. Het mag in België dan al sinds 1998 verboden zijn, asbest blijft veelvuldig aanwezig in gebouwen zoals stations, scholen, ministeries, hoogovens… en zelfs bij Oxfam-Solidariteit.*
Als veelvoorkomend materiaal dat gemakkelijk te gebruiken is, isolerend en niet-ontvlambaar is, werd asbest na de Tweede Wereldoorlog massaal gebruikt in de Belgische bouwindustrie. Het gebruik piekte in de jaren 70, na de brand in de Innovation.
In die tijd was België een van de grootste gebruikers van asbest per inwoner. De Belgische onderneming Eternit, vandaag herdoopt tot Etex, was wereldleider in de productie van materiaal in asbestbeton. Deze asbestmultinational heeft zijn hoofdzetel in Kapelle-op-den-bos, een dorp dichtbij Mechelen.
Van het paradijs naar de hel
Het is hier dat Éric Jonckheere, een lijnpiloot die vandaag voorzitter is van de Belgische vereniging voor asbestslachtoffers (ABEVA) opgegroeid is. “Mijn vader was ingenieur bij Eternit. We woonden juist naast de fabriek. In die tijd was het leven daar een echt paradijs”, herinnert hij zich. “Maar dat paradijs bleek een hel te zijn. Op 59-jarige leeftijd is mijn vader gestorven aan mesothelioom, een ongeneesbare en zeldzame kanker. Drie jaar later is mijn moeder aan dezelfde ziekte overleden. Daarna was het de beurt aan mijn broers: Pierre-Paul in 2000 en Stephane enkele maanden geleden…”
Over de oorzaak van hun dood is geen twijfel mogelijk. Door het permanente contact met asbest zijn alle familieleden in hoge mate besmet geraakt. “Een vezel asbest is genoeg om op het kerkhof te belanden”, vervolgt Eric Jonckheere. “Het inhaleren van die vezels veroorzaakt ernstige ziektes zoals asbestose en verschillende vormen van kanker: longkanker, mesothelioom en kanker aan het strottenhoofd."
"Je moet soms 20, 30 of zelfs 40 jaar wachten voor de ziekte zich manifesteert. We mogen ons dus aan een hele reeks zieken verwachten in de periode 2015-2025. België was een van de laatste Europese staten die asbest heeft verboden. De asbestlobby was en is zeer machtig. Toen er een verbod dreigde, hebben ze verschrikkelijk gechanteerd met de werkgelegenheid en hebben ze het zwijgen van vele slachtoffers gekocht.”
Verboden in het Noorden? Dan maar naar het Zuiden!
Door het groeiende verbod op asbest in de landen in het Noorden, heeft Etex de productie van asbestcement verlegd naar het Zuiden. We vinden het in de meeste landen in Latijns-Amerika en Azië terug. De ravage die asbest in Europa heeft aangericht, zal zich dus onvermijdelijk verplaatsen naar de meest kwetsbare landen.
Asbest is vooral een probleem in Azië. In 2003 waren de Aziatische landen goed voor 50% van de wereldwijde consumptie van asbest. De demografische groei, de economische ontwikkeling en de armoede vormen een vruchtbare voedingsbodem voor het gebruik van asbest in de bouwsector en paradoxaal genoeg ook voor de afbraak ervan.
“Veel landen sturen hun boten vol asbestafval naar India of Bangladesh voor de ontmanteling in situaties waar de veiligheidsmaatregelen totaal ontoereikend zijn”, zegt Jonckheere. “In Pakistan hebben we direct na het ontstaan van de fabrieken een explosie van het aantal kankergevallen vastgesteld. En China, een van de grootste asbestproducenten van de wereld, stopt zijn sociale woningen vol asbest.
Azië zit dus op een tijdbom. De Aziatische werknemers zijn slecht geïnformeerd over de risico’s . Maar zelfs al ze deze kennen, hebben ze dan wel een keus? Ofwel werken ze in de asbest en aanvaarden ze een vroegtijdige dood ofwel zijn ze veroordeeld om in nog grotere miserie te leven.”
Het verzet organiseert zich
Door het woekerende gebruik van asbest en de dramatische gevolgen ervan hebben de Aziatische vakbonden beslist een offensief op te zetten. Gaandeweg zijn er netwerken ontstaan tussen landen om informatie en ervaringen uit te wisselen en de organisaties verenigen zich om het probleem in de media te krijgen.
Het netwerk ANROAV – waar de Oxfam-partner AMRC deel van uitmaakt – is daar een voorbeeld van. Op vraag van AMRC en met de steun van Oxfam-Solidariteit is Eric Jonckheere naar een vergadering van ANROAV gekomen om te getuigen over zijn ervaring in België.
“Ik was onder de indruk van dit bezoek. De strijd die door de vakbonden en organisaties gevoerd wordt, is indrukwekkend. Er is echt de wil om een burgerbeweging te creëren, een beweging vanuit de basis die de strijd tegen asbest draagt. AMRC werkt daaraan net zoals ABEVA in België. We kunnen dus veel van elkaar leren. Genoeg grafieken, statistieken en bewijs. De feiten zijn er, laten we reageren! Dat is de boodschap van de slachtoffers, of ze nu in België of in Azië wonen.”
Op dit moment hebben minder dan 50 landen het gebruik van asbest verbannen, waarvan een kleine minderheid arme landen. De contestatie groeit in het Zuiden. Het einde van het asbestrijk is zonder twijfel nog niet voor morgen, maar de dynamiek van de oppositie is gelanceerd. Mobilisatie kan het verschil maken tegenover de lobby en haar gigantische financiële middelen.
Meer info:
De Belgische vereniging van asbestslachtoffers: www.abeva.be
De internationale campagne voor de eliminatie van asbest: http://ibasecretariat.org/
Het rapport “Killing the Future: Asbestos use in Asia”
*Er is gestabiliseerd asbest terug te vinden (bv in de vorm van vensterbanken) in de hoofdzetel van Oxfam-Solidariteit en in onze gebouwen in Natoye. Er is een complete inventaris van het asbest gemaakt. De probleemgebieden zijn geïdentificeerd om alle noodzakelijke voorzorgen te kunnen nemen bij eventuele werkzaamheden.


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
