100 dagen na de aardbeving in Pakistan

De hulpverlening blijft moeilijk, een tweede humanitaire ramp loert om de hoek. Honderd dagen nadat Pakistan door een zware natuurramp getroffen werd, zijn de overlevenden van de verwoestende aardbeving nog altijd in gevaar.
Nu de barre winter begonnen is, zijn de leefomstandigheden in de officile kampen heel moeilijk. Talloze mensen in spontaan ontstane kampen ontberen een minimum aan basisvoorzieningen om te kunnen overleven.
Een Himalaya overwinnen
“We zijn al 100 dagen na de aardbeving maar we zitten nog midden in de operatie om levens te redden. De situatie wordt voorlopig niet beter. Gelukkig is het pas recent beginnen te sneeuwen. Het is een wedren tegen de tijd om de meest kwetsbare mensen snel te bereiken voordat het te laat is,” zegt Farhana Faruqi Stocker, Oxfam-verantwoordelijke in Pakistan.
Het moeilijke terrein van de Himalaya en de rudimentaire basisinfrastructuur ter plaatse leidden ertoe dat de lokale overheid en de hulporganisaties letterlijk een berg moesten overwinnen; sommige plaatsen en dorpen waren totaal onbereikbaar via de weg.
De aardbeving verwoestte bovendien heel wat wegen, nieuwe bevingen en zware regenval veroorzaakten geregeld lawines die andere wegen blokkeerden, zware sneeuwval isoleerden sommige plaatsen.
Internationale normen voor noodhulp respecteren
De hulpoperaties van de Verenigde Naties werden belemmerd omdat het beloofde geld voor het noodhulpfonds van de VN niet werd gestort. Vandaag is amper de helft van het gevraagde geld - namelijk 300 van de 549 miljoen dollar - effectief toegekomen.
“De internationale gemeenschap moet de Pakistaanse overheid en de VN helpen om de hulpverlening beter op elkaar af te stemmen en beter te leiden,” zegt Stocker nog. “De leiding van de kampen moet op z’n minst beantwoorden aan de internationale minimumnormen - de zogenaamde Sphere normen - en de overgang van een militaire naar een burgerlijke verantwoordelijkheid moet met de nodige omzichtigheid en goed doordacht verlopen.”
Doordat de verantwoordelijkheid voor de hulpverlening zo onduidelijk was, werden de mensen in niet-officile kampen over het hoofd gezien en kregen ze geen voedsel of andere dringende zaken toebedeeld.
Oxfam waarschuwt voor nieuwe gevaren in Pakistan
Door de verslechtering van het weer dreigen er nieuwe, voorspelbare gevaren. De meeste tenten die onmiddellijk na de aardbeving naar het gebied werden gebracht, waren niet geschikt voor winterse omstandigheden. Oxfam heeft zich net als andere ngo’s ingespannen om de tenten zo snel mogelijk winterhard te maken en ook stevigere schuilplaatsen te bouwen.
Oxfam waarschuwt dat een tweede humanitaire ramp vooral de meest kwetsbaren zou kunnen treffen, de kinderen en ouderen die in ondeugdelijke tenten in afgelegen gebieden trachten te overleven, boven de sneeuwgrens en dus haast onbereikbaar voor hulpgoederen.
Naarmate de temperatuur daalde, waren er meer longontstekingen veroorzaakt en er werden in de regio verschillende doden gesignaleerd.
In een poging om zich warm te houden, vielen vooral in de dichtbevolkte niet-georganiseerde tentenkampen een aantal dodelijke slachtoffers en gekwetsten door branden. In sommige gebieden is de temperatuur onder -15C gedaald en dus heeft de Pakistaanse overheid toch besloten petroleumvuurtjes ter beschikking te stellen van de kampbewoners.
Nood aan reconstructie-plus
Oxfam is stellig overtuigd dat er dringend een plan voor de heropbouw moet komen, dat ook snel wordt uitgevoerd om de overlevenden van de aardbeving te helpen hun leven weer op te bouwen. Alleen al in het Pakistaanse deel van Kasjmir werd 80% van de oogst en 50% van de akkergrond verwoest, en meer dan 100.000 stuks vee werden gedood.
Er moet ook aandacht gaan naar de toegang tot grond en de verhuizing van mensen, vooral van vrouwen, want velen van hen zijn weduwe geworden en bezitten geen wettelijk document om hun eigendom te bewijzen.
Bovendien moeten deze inspanningen zich richten op meer dan enkel de mensen terug in de erbarmelijke toestand van vr de ramp te brengen. Er is dus een ‘reconstructie-plus’ nodig. De overheid moet ook zorgen dat de mensen na de wederopbouw minder kwetsbaar zijn voor toekomstige aardbevingen. Bij het toekennen van bouwcontracten zou ze bijvoorbeeld moeten eisen dat aardbevingbestendige normen worden gerespecteerd.
Waar blijft het beloofde geld?
Tijdens de internationale donorconferentie van 19 november beloofden 65 internationale donorlanden aan de Pakistaanse overheid om 5,8 miljard dollar voor de wederopbouw en de reconstructie te schenken.
“Helaas komen veel van deze beloften eigenlijk neer op een lening (ongeveer 4 miljard dollar), zij het milde leningen, en het blijft nog maar de vraag of de schuldaflossing haalbaar zal zijn", verduidelijkt de woordvoerster van Oxfam.
Meer dan drie miljoen mensen werden getroffen door een aardbeving die met een kracht van 7,6 op de schaal van Richter in het noorden van Pakistan toesloeg op 8 oktober. Daarbij werden honderden steden en dorpen in puin omgetoverd.
In het Pakistaanse deel van Kasjmir en in de noordwestelijke grensprovincie werden naar schatting 73.000 mensen meteen gedood, nog veel meer mensen raakten gewond. Ongeveer 2,5 miljoen mensen bleven dakloos achter. Zo’n 185.000 van de ontheemden wonen nu in meer dan 40 officile kampen en in 333 geregistreerde maar niet-georganiseerde kampen. Daarnaast werden nog talloze kleine, niet-geregistreerde tentenkampjes gebouwd.
Meer dan twee miljoen mensen zijn afhankelijk van voedselhulp en nagenoeg de helft daarvan rekent op hulp van de hulporganisaties. De voedselbedeling bij de vele overlevenden krijgen, blijft nog altijd problematisch.
Oxfam werkt in meer dan 130 kampen in het aardbevingsgebied, de organisatie leverde tot nu toe water en sanitaire voorzieningen aan meer dan 300.000 mensen. Meer dan 180.000 overlevenden kregen huisvesting in de vorm van tenten of bouwmateriaal om een steviger onderkomen te bouwen.
De humanitaire situatie
Ongeveer 400.000 overlevenden wonen boven de sneeuwgrens. Tot nu toe werden tien sterfgevallen ten gevolge van de koude gesignaleerd, maar dat is niet beduidend meer dan in normale omstandigheden. Het aantal gevallen van longontsteking neemt wel toe en 80% van de behandelde ziektegevallen in de streek betreft ernstige aandoeningen van de bovenste luchtwegen.
Van de twee miljoen mensen die door de aardbeving dakloos werden, heeft naar schatting 20% zijn oorspronkelijke woonplaats moeten verlaten en 1,7 miljoen mensen wonen in tenten. Een ongekend aantal daklozen is in de bergen achtergebleven en woont in ‘tentendorpjes’.
De eerste fase van operatie ‘Race tegen de winter’ (de term die de VN gebruiken voor het lenigen van de dringende winternood) is nu beindigd. Fase 1 wilde de mensen bereiken die boven 4.500m hoogte wonen; de hulpprogramma’s richten zich nu meer en meer ook op het verschaffen van onderdak aan de overlevenden op lagere hoogte. Meer dan 3,3 miljoen stuks verzinkte golfplaat en 4,8 miljoen dekens werden uitgedeeld en ongeveer 133.000 tijdelijke schuilplaatsen werden gebouwd om de winter door te komen.
Niet gelenigde noden
Nu het weer slechter wordt, zijn de overbevolkte kampen met een slechte afwatering meer en meer onbewoonbaar. Er is slechts een klein aantal kampen dat tegemoet komt aan de Sphere normen - internationaal erkende minimumnormen bij noodhulpverlening. De riolering is een ernstig probleem omwille van de overvloedige regen en de sneeuwval.
De meeste tenten die snel werden aangevoerd als noodmaatregel waren niet geschikt voor de barre winteromstandigheden. Van de meer dan 250.000 tenten die verdeeld werden, was 74% niet winterhard en vanaf midden december dus ongeschikt.
De voedselvoorziening blijft onvoldoende in de officile en in de andere kampen. De mensen beschikken nog altijd niet over de nodige voorzieningen om zich te verwarmen, en evenmin over voldoende en geschikt voedsel om het uit te houden in de vriestemperaturen. De Wereldvoedselorganisatie meent dat 40% van de overlevenden onvoldoende hulp krijgt.
Wat moet er gebeuren?
Zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van de hulp moet worden opgevoerd om de noden te lenigen en leemten op te vullen. Daarbij moeten de humanitaire organisaties zeker de humanitaire principes respecteren en toepassen.
Om de leemten op te vullen moet er een betere cordinatie zijn. De VN-agentschappen moeten de leiding nemen en bepalen wie best geplaatst is om leemten op te vullen. De VN, de donors en de Pakistaanse overheid moeten de ngo’s bij de strategische cordinatie, de planning en de distributie van de noodhulp betrekken.
In de meeste niet-officile kampen moet dringend een betere leiding komen. De strategie n de taakverdeling voor de hulpverlening in de kampen moeten duidelijker zijn en op alle niveau’s ondersteund worden. Alleen zo wordt een transparant beleid gegarandeerd en krijgen alle verantwoordelijken voor de noodhulpverlening een duidelijke communicatie. De VN moeten zorgen dat de hulpverlening niet wordt gehinderd door enige onduidelijkheid over de leiding van een kamp.
De hulpoperatie van de VN wordt nog altijd gehandicapt door de zwakke reactie van de internationale donoren. De Verenigde Naties hebben slechts 56% van het totale bedrag dat nodig is ontvangen om de hulpoperaties tijdens de winter te kunnen voortzetten. De donoren hebben een groot bedrag toegezegd voor de noodhulp en voor de wederopbouw in Pakistan. Maar die beloften dienen ook snel te worden waargemaakt.
Voor meer informatie:
Shahaan Chughtai, perscontact in Islamabad:
Tel. 00 92 51 265 3341 — gsm: 00 92 300 856 0632 — e-mail: schughtai@oxfam.org.uk
Stefaan Declercq, Algemeen secretaris van Oxfam-Solidairteit
tel. 02-501 67 08 — e-mail: sde (at) oxfamsol.be
Channah Bentein, verantwoordelijke noodhulpprogramma’s
tel. 02-501 67 39 — gsm 0478-540 668 — e-mail: cbe (at) oxfamsol.be

]
Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
